Deze kwestie is momenteel weer actueel omdat een Duitse rechter in een verstekvonnis heeft geoordeeld dat de vorm van de in 1954 ontworpen Fender Stratocaster in de EU auteursrechtelijk beschermd zou zijn.
In 2024 besliste het Hof van Justitie van de EU dat Amerikaans design in de EU niet mag worden uitgesloten van auteursrechtelijke bescherming. Dat gebeurde in de Kwantum/Vitra-zaak over een Vitra eetkamerstoel die is ontworpen door Charles en Ray Eames en nagemaakt door Kwantum. De reden voor deze beslissing was dat het Europese auteursrecht onderscheid op grond van herkomst niet toestaat.
In de Kwantum/Vitra-zaak had Kwantum zich echter ook beroepen op de zogenoemde ‘termijnvergelijking’. Dat is de regel dat als het auteursrecht in het land van oorsprong is vervallen, het auteursrecht ook hier vervalt. Deze regel staat in artikel 42 Auteurswet en in artikel 7 lid 8 van de Berner Conventie, maar óók in artikel 7 lid 1 Beschermingstermijnrichtlijn 2006/116/EG. Daarmee is deze ‘materiële reciprociteitsregel’ niet alleen toegestaan, maar zelfs verplicht voorgeschreven door het EU-recht.
In 2020 oordeelde het Gerechtshof Den Haag dat “verdedigbaar” is dat op grond van deze termijnvergelijking “inkorting van de beschermingsduur kan plaatsvinden tot het volgens de Berner Conventie verplichte minimum van 25 jaar na vervaardiging. Dan zou het auteursrecht op de in 1948 vervaardigde eetkamerstoel in 1973 zijn verstreken”. Maar, oordeelde het Haagse hof zonder enige motivering: “Die benadering is evenwel geen geldend recht.”
Kwantum ging ook op dit punt in cassatie, maar de Hoge Raad kwam daar (nog) niet aan toe, omdat hij eerst vragen stelde aan het Hof EU, maar dus niet over deze termijnvergelijking. Na de uitspraak van het Hof EU blijkt de zaak te zijn geschikt, waardoor de Hoge Raad zich er in deze zaak zich niet meer over zal uitspreken.
IPR-deskundige Sierd Schaafsma noemde in zijn proefschrift uit 2009 het niet toepassen van termijnvergelijking in gevallen waar het land van oorsprong helemaal geen bescherming kent een “scheef resultaat”: “Dat zal niet de bedoeling van de verdragsopstellers zijn geweest, zodat zich laat verdedigen dat de lex loci protectionis de beschermingsduur in dit geval mag inkorten tot het verplichte conventionele minimum” [van 25 jaar na vervaardiging] (p. 313). Schaafsma herhaalde dit in de Engelse versie van zijn boek uit 2022 (par. 852). Het is zeer goed verdedigbaar dat de Europese wetgever met artikel 7 lid 1 Beschermingstermijnrichtlijn 2006/116/EG die bedoeling ook niet gehad heeft, waardoor een beperking van de beschermingstermijn tot 25 jaar na vervaardiging niet allen mag, maar ook moet.
Als dat zo is, is de Vitra eetkamerstoel in de EU niet meer auteursrechtelijk beschermd sinds 1973 en de Fender Stratocaster niet meer beschermd sinds 1979.
