Bail

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Wie kent het systeem niet? Tenminste uit Engelse detective films: de politie pakt een verdachte op, hij wordt voorgeleid voor de (gepruikte) rechter. Die bepaalt de borgsom die de verdachte moet bepalen. En als dat wordt betaald wordt de verdachte in vrijheid gesteld in afwachting van het daadwerkelijke proces. Komt hij niet opdagen of pleegt hij vóór het proces weer een strafbaar feit dan verspeelt hij de borgsom.

Het lijkt een win-win situatie: de verdachte wordt met zijn eigen (vermogens) neus op de feiten gedrukt. Hij hoeft toch niet in voorlopige hechtenis (voor hem: vrijheidsbehoud, voor de overheid: kostenbesparend) en overtreedt hij de voorwaarde dan kan de maatschappij tenminste nog de borgsom op zak steken.

Ook in Nederland bestaat dit systeem (art. 80,lid 3 van het Wetboek van Strafvordering) althans in theorie. In de praktijk wordt het zelden of nooit toegepast (volgens een onderzoekje waarvan de uitslag in het septembernummer van Delikt en Delinkwent 2005 werd gepubliceerd 2-5 maal per kabinet van de rechter-commissaris in de 5 jaar daarvoor.)

Inmiddels wordt daar wel voor gepleit. Zo bijvoorbeeld in het proefschrift van Mr.Houweling (verdedigd aan de Erasmus universiteit op 20 maart 2009). Houweling meent dat de huidige Nederlandse praktijk zelfs in strijd is met Europese verdragen: het op-borgsom-vrijkomen zou als lichtere variant van de voorlopige hechtenis zelfs in zekere zin een recht van de verdachte kunnen zijn. En in het D en D artikel wordt geschreven dat er door de Europese Commissie gestreefd zou worden naar één “Europese voorwaardelijke schorsingsmodaliteit”.

En vervolgens heeft parlementariër Heerts (PVDA) in kamervragen gepleit voor een ruimhartiger toepassing van het systeem en daarbij geopperd de borgsom eveneens te benutten als voorschot op een latere maatregel tot terugbetaling van wederrechtelijk verkregen voordeel (vragen van 1 april 2009).

Tegen het borgsomsysteem wordt wel aangevoerd (zo ook door enkele rechter-commissarissen in het onderzoek van 2005) dat het oneerlijk zou zijn omdat de rijke een borgsom makkelijker kan betalen dan een arme. Daartegenover staat dan weer dat het in beginsel mogelijk is de hoogte van de borgsom naar draagkracht vast te stellen (Houweling). Maar zelfs dan zie ik hier nog wel wat problemen. Aan beide kanten van het spectrum overigen. Natuurlijk is het mogelijk voor de zeer vermogende een zeer hoge borgsom vast te stellen. Het Haagse hof stelde in januari 2008 iemand – wiens vermogen zeer hoog werd ingeschat – in vrijheid (bij wijze van uitzondering dus want het komt in Nederland nauwelijks voor) op betaling van een borgsom van 10 miljoen euro (stel voor het gemak: inkomsten van één jaar), doorvoering van het draagkrachtbeginsel zou inhouden dat de criminele AOW-er ( en U weet inmiddels dat de criminaliteit juist onder de boven de 80 jarigen onrustbarend toeneemt) voor ongeveer 9.000 euro zijn voorlopige vrijheid zou moeten kunnen verzekeren. Nu zou je kunnen zeggen: ” nou, die “10 miljoen-betaler” die heeft wellicht nog zoveel (tientallen) miljoenen op de bank, die zal die 10 miljoen euro wel niet veel kunnen schelen.”. Maar anderzijds kun je ook redeneren: ” in de omgeving van die AOW-er zal er wellicht wat familie zijn die het er voor over heeft die 9.000 euro bij elkaar te poetsen. Fluks betaald, opa naar Bali en justitie heeft het nakijken. Maar misschien kun je die beide varianten tegen elkaar wegstrepen.

Een praktisch probleem is dat het voor de rechter soms niet makkelijk zal zijn het vermogen of de inkomsten van een verdachte op de juiste waarde te schatten. Niet iedere verdachte kan zo’n handige salarisslip overleggen. En het systeem is er juist op gericht snel te beslissen: een omvangrijk financieel onderzoek past daar slecht bij.

Rechter-commissarissen noemden nog andere praktische problemen: er bestaat onduidelijkheid over de vraag waar betaald moet worden en wie er toezicht houdt op de rekeningen (laten we in ‘s hemelsnaam een “borgsomgate”in Nederland voorkomen). En verder worden borgsommen praktisch nooit voorgesteld door het openbaar ministerie of de verdediging. Dat laatste komt waarschijnlijk omdat OM en verdediging denken dat de rechter de borgsom toch niet zal opleggen. Maar als dat zo is is de cirkel rond: er komt geen voorstel omdat men denkt dat de rechter er niet voor voelt en de rechter voelt er niet voor omdat het niet wordt voorgesteld. Dit laatste zou het college van PG’s door richtlijnen aan het OM in ieder geval kunnen doorbreken. Een zien wat de Minister van Justitie daarvan zal vinden.

Zelf heb ik de indruk dat het niet toepassen van het borgsomsysteem eerder samenhangt met een calvinistische toepassing van ons voorlopige hechtenis systeem: het opleggen van voorlopige hechtenis is in Nederland een uiterste middel, die wordt toegepast alleen als het echt niet anders kan. Maar als dat zo is moet je dat niet met geld kunnen “afkopen”. Juist de koppeling aan de schorsing van de voorlopige hechtenis maakt toepassing ervan moeilijk. Als je al zo hoog in de boom zit moet je er niet te makkelijk weer uitkunnen. Misschien is het een idee de borgsom-mogelijkheid nadrukkelijk als lagere trap in het voorlopige hechtenissysteem in te bouwen, dus ook van toepassing te doen zijn , als de gronden van art.67a niet helemaal zijn vervuld (wel gevaar voor vlucht, nog net geen ernstig gevaar voor vlucht; wel een reden van maatschappelijke veiligheid, nog net geen gewichtige reden). Daarvoor zou de wet moeten worden veranderd.

De suggestie van kamerlid Heerts om de borgsom als voorschot op een latere ontneming te beschouwen lijkt , in ieder geval in het huidige systeem, niet te realiseren: als de latere ontneming bij de beslissing tot het vrijlaten op borg een prioritair argument zou worden dan zou het verband met de voorlopige hechtenis goeddeels verloren gaan en daaraan staat de Straatsburgse rechtspraak zeker in de weg. Als discussiepunt is die gedachte inmiddels belangwekkend genoeg.

Op 3 april 2009 werd de Oostenrijkse bankier Meinl V van de Oostenrijkse Meinl Bank, verdacht van oplichting van duizenden investeerders, op een borgsom van 100 miljoen euro vrijgelaten. Men was bang dat hij zou vluchten want zijn privé-vliegtuig stond volgetankt op een luchthaven in Wenen.

Toekomstmuziek?

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Wageningen University & Research zoekt een

Ook interessant:

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top