Bijgestaan door een vriend: geen proceskostenvergoeding

Iemand heeft geen recht op een proceskostenvergoeding wanneer zijn gemachtigde geen kosten in rekening brengt voor de geboden rechtsbijstand.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Bijgestaan door een vriend: geen proceskostenvergoeding

Dat volgt uit een recente beslissing van het hof Arnhem-Leeuwarden in een zaak waarin een eigenaar van een twee-onder-een-kap-woning met een dakkapel en een garage in beroep ging tegen een WOZ-beschikking (Wet waardering onroerende zaken). 

Proceskosten

De rechtbank Gelderland verklaarde dit beroep ongegrond, maar kende de man wel een proceskostenvergoeding toe, omdat de heffingsambtenaar in de bezwaarfase niet de door de man gewenste gegevens over de WOZ-waardering had verstrekt. De heffingsambtenaar moest daarom 516 euro aan proceskosten aan de man betalen. Ook moest hij het door de man betaalde griffierecht vergoeden.

Vriendendienst

De heffingsambtenaar ging daarop in hoger beroep. In die procedure ging het alleen nog over de vraag of de rechtbank de heffingsambtenaar terecht tot de proceskostenvergoeding had veroordeeld. De heffingsambtenaar stelde dat de huiseigenaar niet om een proceskostenvergoeding had gevraagd en dat hij ook geen kosten had gemaakt: de rechtsbijstand door de gemachtigde was namelijk niet beroepsmatig verleend, maar als vriendendienst. Bovendien kan niet worden gezegd dat de bijstand aan een belastingplichtige tijdens bezwaar of beroep “een substantieel en duurzaam deel” genereert in het inkomen van de gemachtigde, die hoogleraar en belastingadviseur is, aldus de heffingsambtenaar.

Etentje 

Volgens het hof Arnhem-Leeuwarden heeft de rechtbank de man inderdaad ten onrechte een proceskostenvergoeding toegekend, nu hij geen kosten had gemaakt. Zijn gemachtigde had op verzoek van de griffier van het hof namelijk per brief laten weten dat hij voor zijn juridische ondersteuning geen kosten in rekening heeft gebracht. Of en in hoeverre hij dat wel zal doen, zal worden bepaald op het moment dat de procedure tot een einde is gekomen, schreef de gemachtigde. Volgens hem ligt het in de rede dat hij bij een succesvolle afronding een deel van de proceskostenvergoeding van de man zal krijgen, “al dan niet bijvoorbeeld in de vorm van een etentje.”

Het hof acht het hoger beroep van de heffingsambtenaar daarom gegrond.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top