Steven Schuit stond aan de wieg van de Law Firm School, alweer tien jaar geleden. Per 1 juli aanstaande draagt hij het voorzittersstokje over aan Brechje van der Velden. Mr. sprak met Schuit over de toekomst van de advocatenopleiding en hoe de LFS haar rol daarin ziet. “De NOvA is doorgeschoten, lijdt aan opleidingsdrift. Je mag verwachten dat advocaat-stagiaires het recht inhoudelijk al beheersen. We hoeven ze niet alles wat ze op de universiteit al geleerd hebben opnieuw te leren.”
Bij opleidingsinstituut LFS zijn inmiddels zestien internationale advocatenkantoren aangesloten. Schuit was jarenlang partner – en sinds 2005 of counsel – bij een van deze zestien: Allen & Overy. Ook zijn opvolgster is werkzaam bij Allen & Overy. “Puur toeval”, zegt Schuit. “En Van der Velden is uitermate geschikt. Een uitstekende litigator die nog middenin de praktijk staat. Dat is ook nodig: om te weten wat een opleiding dient te bieden dien je te weten waar de praktijk om vraagt.”
Ter gelegenheid van het afscheid van Schuit vindt op 22 juni aanstaande een symposium plaats waar de toekomst van de advocatenopleiding aan de orde komt. Sprekers zijn o.a. Mick Veldhuijsen (advocaat en bestuurslid van de Stichting Beroepsopleiding Advocaten), Sven Dumoulin (General Counsel bij Akzo Nobel), Steven Bartels (hoogleraar Burgerlijk recht Radboud Universiteit Nijmegen) en Martijn Snoep (bestuursvoorzitter De Brauw).
Naar aanleiding van de aanbevelingen die de Commissie Kortmann in 2010 deed is de advocatenopleiding in 2013 drastisch gewijzigd. De kwaliteit moest omhoog, concludeerde de Commissie. De Beroepsopleiding en Voortgezette Stagiaire Opleiding (VSO) werden geïntegreerd tot één driejarige opleiding. Daarnaast kiezen stagiaires nu een major en een minor en ook het vak beroepsethiek heeft een prominentere plaats gekregen. Stagiaires van een LFS-kantoor volgen de major (burgerlijk recht) en de minor (bestuursrecht) bij de LFS. De vaardigheidsvakken worden nog wel via het reguliere opleidingstraject gevolgd.
“Op zich heeft de Commissie Kortmann prima aanbevelingen gedaan, maar de NOvA is doorgeschoten”, meent Schuit. “Er is sprake van een opleidingsdrift die me zeker voor het type advocaat-stagiaire op een LFS-kantoor niet nodig lijkt. Bij de LFS-kantoren vindt een ontzettend strenge selectie aan de poort plaats. De student die zesjes haalde komt niet binnen. Waarom zou je de advocaat-stagiaires van LFS-kantoren, die alle inhoudelijke kennis tijdens hun studie al heel goed opgepikt hebben, al die kennis onder werktijd opnieuw willen bijbrengen?” Schuit noemt ook het voorbeeld van de hoogleraar burgerlijk recht die – als hij advocaat wil worden – onder de nieuwe regels niet wordt vrijgesteld van de opleiding, zelfs niet van de cognitieve vakken.
Schuit wil hiermee niet zeggen dat de nieuwe beroepsopleiding inhoudelijk niet goed in elkaar zit. “Onlangs verscheen het rapport van de visitatiecommissie van de Stichting Beroepsopleiding Advocaten, waarin de nieuwe beroepsopleiding over het algemeen positief wordt beoordeeld. Er zijn zeker nog verbeterpunten, maar daar worden in het rapport zeer nuttige aanbevelingen voor gedaan.” Ook de opleiding bij de LFS is door de commissie beoordeeld. “Het rapport is nog niet openbaar gemaakt, maar ik kan al wel vertellen dat de resultaten positief zijn.”
De angel van de advocatenopleiding zit ‘m wat Schuit betreft voor een groot deel in het vaardighedentraject. “Er wordt door de LFS momenteel bekeken of wij ook het vaardighedentraject zelf kunnen gaan verzorgen. Niet omdat de NOvA allerlei vaardigheden niet goed kan bijbrengen, maar omdat de vaardigheden die op LFS-kantoren nodig zijn hele andere vaardigheden zijn dan die benodigd zijn op een klein advocatenkantoor. Neem bijvoorbeeld onderhandelingen. Op kantoren als het onze vinden onderhandelingen – vanwege de grensoverschrijdende situaties – bijna altijd digitaal plaats. Dat zijn wezenlijk andere situaties dan wanneer je met een onderhandelingspartner fysiek in één ruimte bent.”
Schuit meent dat we voor wat betreft het bijbrengen van vaardigheden meer terug moeten naar de basis: “De uitgangssituatie is dat een advocaat-stagiaire wordt opgeleid door een patroon. De meeste patroons zullen uitstekend in staat zijn om de stagiaire de benodigde vaardigheden bij te brengen.” Een patroon kent volgens Schuit de praktijk waarin de stagiaire moet werken en weet welke kwaliteiten nodig zijn. Intern opleiden is wat Schuit betreft daarom de basis, de externe opleiding is extra. “Ik ben erg trots op de LFS, maar de LFS is wat mij betreft geen doel op zich. In een ideale situatie zou ook de LFS niet meer nodig zijn.”
Wat gaat Schuit na 1 juli doen? “Als u mijn tuin zou zien zou u weten dat ik een fervent tuinier ben. En ik schrijf erg graag. Maar ik ben er de persoon niet naar om alleen maar te leven van hobby’s. Ik ben nog steeds hoogleraar aan Nyenrode en geef regelmatig cursussen. Ook houd ik mij bezig met de ontwikkeling van digitale onderwijsprocessen. Ik hoef mij dus niet te vervelen.”
