Het FD spreekt in zijn publicatie van “vernietigende uitspraken” die er tegen de raadsheer liggen, maar waar het bestuur van het Arnhemse hof geen reden in ziet om Van der Korst al dan niet tijdelijk uit zijn functie te ontheffen. Dat ondanks een formele melding van de voorzitter van de Ondernemingskamer, Aernout Vink, die eind vorig jaar de tuchtrechtelijke uitspraak signaleerde en daarop alarm sloeg.
Dat de integriteitskwestie nu opnieuw onder de aandacht komt, heeft alles te maken met het hof Amsterdam dat begin juni van dit jaar een arrest wees in een zaak waar Van der Korst in het verleden als advocaat bij betrokken was. Uit dat arrest blijkt dat “moet worden aangenomen dat de appellanten onrechtmatig hebben gehandeld” en dat Van der Korst hiervan moet hebben geweten.
Onrechtmatige processtukken
De kwestie draait inhoudelijk om een reeks procedures die Van der Korst als advocaat van diverse bedrijven aanspande, of dreigde aan te spannen, tegen personen of organisaties waarmee zijn cliënten zakelijk in de clinch lagen. Op verschillende momenten zijn in dat kader door Van der Korst onrechtmatige processtukken ingediend, zo constateerde het Hof van Discipline eind vorig jaar. Het ging daarbij om stukken die complottheorieën en informatie bevatten waarvan Van der Korst kon of had moeten weten dat ze bezijden de waarheid waren.
Het Hof kenmerkte het gebruik van die stukken dan ook als poging tot misleiding van de rechter. Dit in navolging van de Raad van Discipline, die eerder tot dezelfde slotsom kwam. De cliënt van Van der Korst kreeg een verbod opgelegd om de bewuste complottheorieën, waarmee zakelijke antagonisten in een kwaad daglicht werden gesteld, nog verder te verspreiden. Ook werd die cliënt verplicht tot het betalen van een schadevergoeding van bijna zes ton wegens de aantasting van de goede naam van de slachtoffers.
Zelfreflectie
Volgens het Hof van Discipline toonde Van der Korst “geen blijk van zelfreflectie” tijdens de behandeling van zijn tuchtzaak. Dat terwijl hij in de tussentijd de overstap maakte van de commerciële advocatuur naar de Rechtspraak. Het oordeel van de tuchtrechter noemt hij “een harde les”, waardoor hij “nog meer doordrongen van het belang van integriteit en betrouwbaarheid” is dan voorheen.
Het bestuur van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden lijkt vooralsnog genoegen te nemen met die verklaring en blijft tot op heden achter de omstreden raadsheer staan. “De consequentie van die berisping heeft voor de betrokken raadsheer hetzelfde gevolg als dit voor hem zou hebben gehad als hij nog advocaat zou zijn geweest: hij is een gewaarschuwd mens.”
Onder vuur
Het is overigens niet de eerste keer dat er een raadsheer van het hof Arnhem-Leeuwarden onder vuur ligt. Vorig jaar was er veel te doen rondom een raadsheer die besloot voetbalclub Vitesse zijn proflicentie terug te geven in een beroepsprocedure tegen de KNVB; een oordeel dat bij veel juristen de wenkbrauwen deed fronsen.
Kort daarna bleek de desbetreffende raadsheer al jaren fan van Vitesse te zijn en in het recente verleden ook in het bezit te zijn geweest van een clubkaart. Bovendien onderhield hij goede contacten met mensen die nauw bij Vitesse betrokken waren. Desondanks besloot de raadsheer zich niet te verschonen. Ook daarin zag het bestuur van het hof destijds overigens geen reden om in te grijpen.
