De strafzaak ontleed – de symboliek van het justitiële schouwspel

Een strafzitting is niet alleen spanning en sensatie, het is ook een gebeurtenis die doorspekt is met geschiedenis en symboliek. Nagenoeg alles wat in de zittingszaal gebeurt vindt plaats met een reden. In dit artikel neem ik je mee in de betekenis achter het justitiële toneelstuk.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
(foto: Depositphotos-Wavebreakmedia)

Het strafrecht: je loopt er warm voor of je rent er het liefst zo hard mogelijk van weg. Hoewel ik niet van plan ben om alle juristen over te halen richting dit bijzondere rechtsgebied wil ik iedereen wel aanraden om ooit eens in zijn leven bij een strafzaak aanwezig te zijn. Het geeft niet alleen een kijkje in de wonderlijke wereld van het justitiële schouwspel, maar het voeren van een strafzaak is ook nog eens doorspekt met geschiedenis en symboliek.

De scheiding van de tafels

Iedere rechtszaal voor het strafrecht is ingericht aan de hand van een vaste indeling. De rechter (of raadsheren in de meervoudige kamer) zit recht tegenover de verdachte. Dit staat symbool voor het feit dat de rechter uiteindelijk het oordeel velt over de toekomst van de verdachte. Daar waar de rechter vroeger ruim een meter boven de verdachte uittorende is de verlaging waarop de rechterlijke macht zit vandaag de dag een stukje lager. De officier van justitie bevindt zich aan een aparte tafel. Als je goed kijkt zie je dat er enkele centimeters aan ruimte zit tussen de rechterlijke macht en de tafel van het OM. Dit wordt gedaan om de fundamentele scheiding der machten – onder andere neergelegd in artikel 116 en 117 van de grondwet – zo goed mogelijk te waarborgen. Immers, het recht om voor een volledig onafhankelijke en onpartijdige rechter te verschijnen maakt onderdeel uit van art. 6 EVRM.

Het uitroepen van de strafzaak

De bode, ook wel de gerechtsdeurwaarder, speelt zeker geen marginale rol bij het voeren van rechtszaken. De bode is op de eerste plaats degene die ervoor zorgt dat de zaak uit wordt geroepen ter zitting. Dit uitroepen is niet alleen bedoeld om alle aanwezigen attent te maken van de strafzaak. Op het moment dat de bode de zaak uitroept start namelijk ook het onderzoek ter terechtzitting officieel. Dit brengt onder andere met zich mee dat de officier van justitie niet meer gerechtigd is om de dagvaarding in te trekken. De bode is daarnaast het centrale aanspreekpunt voor de aanwezige partijen. Is een procespartij niet aangemeld bij de bode dan wordt er in beginsel geen toestemming verleend om de zittingszaal te betreden. Dit geldt uiteraard niet voor overige aanwezigen, zij mogen in de meeste gevallen altijd aanwezig zijn bezien vanuit ons openbare strafprocesrecht.

Het portret van de koning

Wat opvalt wanneer je voor het eerst een strafzaak bijwoont is dat er in nagenoeg alle zittingszalen een portret van koning Willem Alexander hangt. Sinds 1890 zette men boven ieder vonnis ‘In naam der Koningin’. Toen Willem-Alexander vervolgens in 2013 de troon besteeg, veranderde dit in ‘In naam der Koning’. Dit is niet bedoeld om het ego van de koning te strelen, maar om duidelijk te maken dat het strafrecht van toepassing is op alle ingezeten in het Koninkrijk der Nederlanden. Dit brengt dan ook een wederzijdse plicht met zich mee. Men kan alleen vervolgd worden voor feiten die in ons wetboek strafbaar zijn gesteld, aan de andere kant heeft je nationaliteit geen invloed op het wel of niet veroordeeld kunnen worden.

De toga en de bef

De vertegenwoordigers van de procespartijen zijn in het strafrecht uiteraard niet compleet zonder een toga met bijbehorende bef. Wat veel mensen niet weten is dat de toga afstamt uit de Romeinse tijd. Hier droegen de welvarende leden van de samenleving de toga om hun status te uiten. Sinds de publicatie van Quintilianus’ Institutio Oratoria in 95 n. Chr. wordt de toga ook door raadslieden en raadsheren gedragen. Bijzonder is dat de toga vandaag de dag eigenlijk een tegenovergestelde rol vervult. Door middel van de toga is namelijk iedere procespartij naar uiterlijke kenmerken gelijk. Of de raadsman nu een duur Brioni-pak of een confectiepak van C&A draagt, in de zittingszaal draait het om de inhoud en niet om de uitstraling. Zo dient dat onpraktisch gelaat toch nog enig nuttig doel.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top