De taakopvatting van de advocaat

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het gelijk van Johan Cruyff dat elk nadeel zijn voordeel heeft blijkt zelfs in de dagelijkse strafrechtpraktijk opgeld te doen. Door het bijwonen van verhoren is er vaker rechtstreeks contact met de verbalisanten. Voorheen was het zo dat alleen in de grote zaken het onderzoeksteam bij de zitting kwam kijken. Vaak tot grote ergernis van de advocatuur, want ogenschijnlijk deed het team dagenlang niks anders dan zitten, koffie drinken en af en toe een kreet van verzuchting te slaken als de advocaat een kritische vraag stelde of opmerking maakte.

Er was sprake van een grote kloof en het daarbij behorende wederzijdse onbegrip over elkanders taakopvatting. Nu heb ik in de loop der jaren wel geleerd dat het maken van verwijten weinig constructief is en leert de ervaring dat overleg, en dat mag best kritisch zijn, voor alle betrokkenen beter werkt. Door het contact met de recherche voorafgaand, tijdens en na de verhoren, is er ook meer gelegenheid dan voorheen tot het stellen van vragen en het uitwisselen van ervaringen. Het begint al met het overleggen over het plannen van het verhoor. Welwillendheid is daarbij het sleutelwoord. Diezelfde welwillendheid kan er tevens aan bijdragen dat er al tijdens het verhoor opmerkingen kunnen worden gemaakt en vragen kunnen worden gesteld en er dus sprake is van een aanzienlijk actievere rol van de advocaat dan de richtlijnen van het openbaar ministerie aangeven. Zo merkte een ervaren rechercheur onlangs op dat de insteek van menig advocaat erop lijkt te zijn gericht dat kost wat het kost voorkomen moet worden dat een verdachte veroordeeld wordt. Alsof iedere verdachte door slinkse verhoortechnieken een bekennende verklaring zou afleggen en dat het aan de advocaat is om dit te voorkomen. Alles uit de kast, tot en met verwijdering bij de verhoren aan toe, om een bekentenis te voorkomen. Ik moet toegeven dat de beste man nog gelijk had ook.

Natuurlijk kan er sprake zijn van een tunnelvisie en het stellen van een bekentenisgerichte vragen, maar het aantal zaken waar de politie een volkomen onschuldige en willekeurige verdachte aanhoudt, is gelukkig dun gezaaid. En als dat wel het geval is, is er de advocaat die oog heeft voor een andere invalshoek. Maar het alibi voor de cliënt bedenken, getuigen verwittigen wat zij het beste kunnen verklaren of op andere wijze het opsporingsonderzoek frustreren, maakt dat menig verbalisant de advocaat geen ruimte geeft om een wezenlijke bijdrage aan het verhoor te kunnen geven. Een verdachte blijft onschuldig tot het tegendeel is bewezen, maar als dit laatste het geval is, moet het ook voor de advocaat duidelijk zijn dat zijn taak alsdan meer verwordt tot een soort van stervensbegeleiding. Een verdachte heeft meer baat bij een advocaat met de nodige realiteitszin dan het kansloos ondersteund worden in het uitzichtloze geloof in een vrijspraak.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Ook interessant:

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top