Een vordering voor relationele compensatie toewijsbaar?!

Zowel materiele als immateriële belangen kunnen een rol spelen bij het instellen van een vordering. Uit de praktijk blijkt dat, in het bijzonder letselschadeslachtoffers behoefte kunnen hebben aan relationele compensatie. Echter, het klassieke schadebegrip en het voldoende-belangvereiste zullen veelal aan een vordering voor relationele compensatie in de weg staan.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Relationele compensatie ziet op herstel van de relatie tussen de normschender en de benadeelde. In bepaalde situaties kan door het duurzame karakter van de rechtsverhouding een noodzaak bestaan om de relatie tussen de normschender en de benadeelde te herstellen. Om het voorgaande te realiseren kan de benadeelde een excuus vorderen.

De vordering

Een relationele compensatie kan aangemerkt worden als een vergoeding in natura. De wet vormt in beginsel geen beletsel voor het toekennen van een relationele compensatie (art. 6:106 lid 1 sub a jo. 6:97 jo. 6:103 BW). Echter, een afdwingbare verplichting tot het aanbieden van een excuses kan in strijd zijn met de vrijheid van meningsuiting.

Het klassieke schadebegrip

Het klassieke schadebegrip binnen het aansprakelijkheidsrecht ziet op ‘herstel in oude toestand’. Hierbij is het uitgangspunt, blijkens artikel 6:103 Burgerlijk Wetboek, een schadevergoeding in de vorm van betaling van een geldsom. Volgens de wetsgeschiedenis kan alleen, als de benadeelde bijzondere omstandigheden aanvoert, een vordering tot schadevergoeding in een andere vorm dan betaling van een geldsom toegewezen worden.

Voldoende belang

De benadeelde is volgens artikel 3:303 Burgerlijk Wetboek alleen ontvankelijk als de benadeelde voldoende belang heeft bij het instellen van de vordering. De rechter moet blijkens de wetsgeschiedenis toetsen of de benadeelde enig belang heeft en of dit belang voldoende zwaarwegend is om de gerechtelijke procedure te rechtvaardigen.  In het Jeffrey-arrest is door de Hoge Raad besloten dat een zuiver emotioneel belang niet gekwalificeerd kan worden als voldoende belang in de zin van artikel 3:303 Burgerlijk Wetboek.  Een excuus ziet op het recht doen aan emotionele behoeftes. Gelet op het voorgaande wordt een benadeelde bij het vorderen van een excuus op grond van artikel 6:103 Burgerlijk Wetboek in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Echter, inmiddels is deze regel uit het Jeffrey-arrest genuanceerd. Zo is in het Chipshol-arrest door de Hoge Raad beslist dat sprake is van voldoende belang bij het vorderen van een verklaring voor recht dat een onvervreemdbaar recht is geschonden. Een benadeelde kan voor genoegdoening voor aangedaan leed in rechte laten vaststellen dat de wijze waarop de benadeelde is behandeld strijdig was met een onvervreemdbaar recht.

Aldus zal het herstel in oude toestand (het klassieke schadebegrip) als gevolg van de bescherming van de vrijheid van meningsuiting, het uitgangspunt dat schadevergoeding in beginsel in de vorm van betaling van een geldsom plaats dient te vinden en het voldoende-belangvereiste niet altijd mogelijk zijn.

 

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top