EU-Hof tikt banken op de vingers: op niet-Europese sanctielijst staan geen zelfstandige reden voor weigeren bankrekening

Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelt dat banken een betaalrekening niet automatisch mogen weigeren omdat iemand op een Amerikaanse sanctielijst staat.
beeld: Depositphotos

Wie bij een bank op de ‘verkeerde’ lijst terechtkomt, ligt er in de praktijk vaak meteen uit: in het meest verstrekkende geval wordt je bankrekening opgezegd. En sta je eenmaal op zo’n lijst, dan is het openen van een nieuwe bankrekening nagenoeg onmogelijk. Het is een reflex die de afgelopen jaren alleen maar sterker is geworden: de banken lijken liever een klant te veel te willen weigeren, dan één risico over het hoofd te zien. Die praktijk is doorgeschoten. Maar het Europese Hof van Justitie geeft nu tegengas. In Jenec (C-81/24, 11 juni 2026) maakt het Hof duidelijk dat zelfs een vermelding op een Amerikaanse sanctielijst geen vrijbrief is om klanten zonder meer buiten de deur te houden. 

De feiten in deze zaak spelen zich af in Slovenië. Een Sloveense bank weigert een basisbetaalrekening te openen omdat de betreffende consument op de Amerikaanse OFAC-(sanctie)lijst staat. Er is verder niets aan de hand: er zijn geen EU-sancties, geen VN-sancties, geen nationale maatregelen en geen strafrechtelijke veroordelingen. Alleen die ene vermelding op een Amerikaanse lijst. Voor de bank was het voldoende reden om de deur dicht te houden. Veilig, efficiënt en op het eerste gezicht volledig in lijn met wat vaak als prudent risicobeheer wordt gezien. Maar precies daar zet het Hof vraagtekens bij.

Met opmerkelijke helderheid (en dito persbericht) onderstreept het Hof dat iedere rechtmatig in de Europese Unie verblijvende consument recht heeft op een basisbetaalrekening. Dat recht is geen formaliteit, maar een wezenlijke voorwaarde om te kunnen deelnemen aan het economische en maatschappelijk verkeer. Zonder rekening moet alles contant (salaris, huurbetaling, et cetera) en kan (in elk geval in Nederland) zelfs geen belasting betaald worden of een uitkering worden ontvangen. Wie van het betalingsverkeer wordt afgesneden, raakt dan ook al snel ook op alle mogelijke fronten buitenspel. 

Dat betekent niet dat banken alle risico’s moeten accepteren. Het Hof erkent zonder omwegen dat anti-witwasregels en het tegengaan van terrorismefinanciering beperkingen rechtvaardigen. Maar die beperkingen vereisen een individuele beoordeling en mogen niet op een (soort van) automatisme worden gebaseerd. De boodschap die uit Luxemburg komt is duidelijk: compliance is geen kwestie van afvinken. Een vermelding op een buitenlandse sanctielijst kan een relevante factor zijn, maar mag nooit het einde van het denkproces zijn. 

Dat is niet alleen een juridisch issue, maar ook een principiële kwestie. Banken vervullen een poortwachtersfunctie maar zijn geen verlengstuk van buitenlands sanctiebeleid. Wanneer een Amerikaanse lijst in de praktijk bepaalt wie in Europa wel en geen toegang krijgt tot een bankrekening, schuift de balans ongemerkt op. Het Hof lijkt daar een duidelijke grens te willen trekken. Europese rechten worden niet zonder meer uitgehold door niet-Europese classificaties of sancties.

Tegelijkertijd vraagt het Hof de banken niet om risico’s te negeren, maar verplicht hen om die risico’s daadwerkelijk te wegen. Dat betekent een individuele, concrete en proportionele beoordeling van de klant. Pas als daaruit volgt dat het risico op witwassen of terrorismefinanciering niet effectief kan worden beheerst, is weigering gerechtvaardigd. Maar dan moet die conclusie wel te herleiden zijn tot een inhoudelijke afweging en niet tot een al dan niet automatisch gegenereerd signaal. Dat vraagt dus iets van de praktijk. Het vereist dat instellingen die besluiten klanten te weigeren, die beslissingen documenteren, inhoudelijk motiveren en daarmee toetsbaar maken. 

Het ‘de-risking’ door alle klanten met een registratie op een niet Europese sanctielijst buiten de deur te houden, zal in elk geval de prullenbak in moeten. Buitenlandse (niet-EU) sanctielijsten zijn geen shortcut meer. Compliance moet ook bij een vermelding op zo’n lijst inhouden: beoordelen, afwegen en verantwoorden.

Toch is het de vraag of dit arrest echt tot gedragsverandering zal leiden. De prikkel om risico’s te vermijden blijft groot en de angst voor toezicht, maatregelen (al dan niet in het land van de sanctielijst) en reputatieschade is reëel. Maar met dit arrest is het in elk geval niet langer houdbaar de deur dicht te houden zonder serieuze afweging af te maken. En dat is, in een tijd waarin toegang tot het financiële systeem steeds bepalender wordt voor een volwaardige deelname aan het maatschappelijk verkeer, van groot belang. De toegang tot een bankrekening kan worden gezien als een randvoorwaarde voor de effectieve uitoefening van sociaaleconomische mensenrechten, maar is nationaal en internationaal (nog) niet erkend als autonoom mensenrecht. Ik zou menen dat dat niet lang meer is vol te houden.

Wilt u vanaf nu elke maand een samenvatting van alle snelrechtartikelen van Mr.-Online in uw mailbox? Klik hier

Meer weten over deze organisatie(s)?

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven