Willem Jan Ausma

Gefinancierde rechtsbijstand

Er is al het nodige over gezegd en het blijft een lastig punt, de bezuinigingen op de gefinancierde rechtsbijstand. De protesterende advocaten hebben voor een groot deel gelijk, want veel van ons werk is voor de huidige vergoedingen niet meer te doen. De vraag van de minister is in de kern of alle werkzaamheden die thans worden vergoed ook daadwerkelijk nodig zijn en of de overheid dit dient te vergoeden.

Dat lijkt mij een terechte vraag. Laat ik voorop stellen dat in een rechtstaat voor een ieder rechtsbijstand beschikbaar moet zijn en al helemaal als het gaat om procedures tegen de overheid. De burger heeft recht op bescherming tegen ongerechtvaardigd ingrijpen van de overheid en daar hangt een prijskaartje aan. Er zijn echter grenzen. Indien een verdachte van een strafbaar feit er het zwijgen toe doet, is dat zijn goed recht, maar het is de vraag of het dan de taak is van de door de overheid betaalde advocaat, om kost wat het kost een vrijspraak te bewerkstelligen. Als een verdachte geen verhaal heeft of geen verklaring wenst af te leggen, is dat een bewuste keuze.

Maar een dergelijke keuze mag ook gevolgen hebben voor de vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Gevolgen waarvan de belastingbetaler logischerwijs niet voor op hoeft te draaien. Zo had ik onlangs een discussie met een beginnende collega over de vraag of een advocaat bij alle politieverhoren aanwezig dient te zijn. Dat vind ik in beginsel ook maar er zijn grenzen. Het is mijn taak erop toe te zien dat er geen valse bekentenissen worden afgelegd en onterechte veroordelingen plaatsvinden, maar ik vind het niet mijn taak om kost wat het kost een veroordeling te voorkomen. Als de vergoeding voor verhoorbijstand zo’n € 150,– bedraagt, waarbij het niet uitmaakt of het om een kort verhoor gaat of om drie lange verhoren, zit daartussen een wezenlijk verschil. Dan besteed ik mijn tijd liever aan een zaak van een verdachte met een goed verhaal dan een verdachte die er het zwijgen toe doet en op geen enkele wijze de beschuldiging wenst te weerleggen, maar wel verwacht dat er telkenmale een advocaat aanwezig is.

Dat er advocaten anders over denken is prima, maar verwacht niet dat de minister dergelijke kosten vergoedt. Als de politie in een zaak telefoongesprekken heeft opgenomen die belastend zijn, is het aan de verdediging om na te gaan of er rechtmatig is getapt maar het is aan de verdachte om  uitleg aan de inhoud van de gesprekken te geven. Als de verdachte stelt dat de politie de gesprekken onjuist interpreteert, kan hij de gesprekken zelf uitluisteren en vervolgens aangeven wat er wel gezegd is of bedoeld wordt. De verdachte kan dat ook allemaal aan zijn advocaat overlaten, maar dat heeft niets met rechtsbescherming van doen. Voor dergelijke werkzaamheden kan niet verwacht worden dat de staat daarvoor opdraait.

Het is soms lastig om te beoordelen welke werkzaamheden wel en niet vergoed dienen te worden, maar een zaak kan veelal zo groot en bewerkelijk worden gemaakt als de verdachte en diens advocaat zelf willen. Advocaten dienen in mijn optiek ook zelf vaker een kosten baten afweging te maken. Het is al enige tijd mogelijk dat de door de overheid betaalde advocaatkosten bij een veroordeling worden teuggevorderd. Of dit in de praktijk ook tot daadwerkelijke terugbetaling leidt, durf ik niet te zeggen, maar ik durf wel te stellen dat er heel wat minder tijd in zaken wordt gestoken indien de verdachte uiteindelijk zelf voor de kosten op draait. Daar is veelal te weinig oog voor. Ik bepleit een rechtvaardige vergoeding van de werkzaamheden maar vind dat ook de advocaten hier zelf een taak in hebben. In menige toevoegingszaak worden onnodig veel werkzaamheden verricht die achterwege waren gebleven indien de verdachte zelf voor de kosten op zou draaien. Daarin dient een goede balans gevonden te worden. Een redelijke vergoeding voor de werkzaamheden die daadwerkelijk nodig zijn maar tevens een kritische blik op de noodzaak van die werkzaamheden.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Willem Jan Ausma

Willem Jan Ausma

Willem Jan Ausma is sinds 1995 advocaat en onderscheidt zich volgens anderen door zijn moderne zakelijke uitstraling alsmede zijn pleidooien met een kwinkslag. Hij is de mens onder de advocaten en heeft al veel cliënten in spraakmakende zaken terzijde gestaan. Willem Jan treedt regelmatig op als docent, gastspreker of commentator op radio en televisie. Voorts is hij auteur van diverse uitgaven van Kluwer alsmede redactielid van de Praktijkwijzer strafrecht.

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand