Een handelsnaam is geen merk
De meest voorkomende misvatting bij ondernemers: ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel betekent dat de naam beschermd is. Dat is niet zo. Het handelsnaamrecht beschermt tegen verwarring binnen het gebied waar de onderneming actief is, en verder niet.
Merkbescherming ontstaat pas door registratie, en die registratie geldt voor specifieke waren en diensten in specifieke klassen en landen. Dat verschil bepaalt de hele procespositie.
Het is ook het verschil dat een cliënt zelden uit zichzelf benoemt. Vraag bij intake altijd expliciet naar een registratie en naar het depotbewijs, niet naar ‘of de naam beschermd is’.
De klassen uit het depot bepalen de reikwijdte
Een merk dat destijds is gedeponeerd voor kleding, biedt geen basis tegen een gelijknamig horecaconcept. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar depots worden vaak jaren eerder gedaan, voor een bedrijf dat toen iets anders deed.
Loop daarom bij elk dossier eerst het depot na: welke klassen, welk gebied, welke inschrijvingsdatum, en of de vernieuwing is betaald. In het merkenregister van het BOIP is dat voor de Benelux in een paar minuten te controleren.
Let daarbij ook op het gebruiksvereiste. Een merk dat vijf jaar niet normaal is gebruikt voor de waren waarvoor het is ingeschreven, is kwetsbaar voor een vervallenverklaring, en dat is precies het verweer dat een goed voorbereide wederpartij voert.
Wie niet bewaakt, verliest langzaam
Merkbewaking is geen luxe maar onderhoud. Wie jarenlang niet optreedt tegen vergelijkbare tekens, krijgt bij een latere procedure het verwijt van rechtsverwerking of ziet zijn merk verwateren.
Dat argument speelt vooral bij sterke, bekende merken waar veel kleine inbreuken omheen ontstaan. De optelsom van niet-handelen is daar juridisch relevant.
Adviseer cliënten daarom een bewakingsabonnement en een eenvoudig protocol: wie signaleert, wie beoordeelt, en binnen hoeveel weken er een brief uitgaat.
Leg vast wie de rechten houdt, ook intern
Logo’s, beeldmerken en campagnemateriaal worden vaak gemaakt door een bureau of een freelancer. Zonder schriftelijke akte blijven de auteursrechten daar liggen, ook als de factuur betaald is.
Dat levert bij een overname of een financieringsronde steevast een due-diligencevraag op, en bij een conflict een cliënt die zijn eigen huisstijl niet kan handhaven.
Mr. Online schreef eerder over de overdracht van auteursrechten aan uitgeverijen, en de kern is in deze context dezelfde: de vraag is niet wie betaalde, maar wat er op papier is overgedragen.
Wanneer je doorverwijst
Een generalist kan het intakegesprek en de eerste beoordeling prima doen. Het wordt specialistenwerk zodra er een oppositietermijn loopt, een procedure bij het EUIPO speelt, of er grensoverschrijdend gehandhaafd moet worden.
In die gevallen is de tijdsdruk het echte risico: oppositietermijnen zijn fataal en worden niet verlengd omdat het dossier nog bij een ander kantoor lag. Een advocaat merkenrecht inschakelen is dan geen afschuiven maar termijnbeheer.
Kantoren als LAWFOX Advocaten werken op dat terrein samen met de bestaande adviseur, zodat de relatie met de cliënt intact blijft en de termijnen bewaakt worden door iemand die ze dagelijks ziet.
Leg bij zo’n overdracht in één memo vast wat er al is gedaan, welke termijnen lopen en waar de depotbewijzen liggen. Dat scheelt de specialist een week en jouw cliënt een discussie over kosten.
