Oud-raadsheer Tijn van Osch kaartte begin 2024 de lage vergoedingen voor rechter-plaatsvervangers aan. Na zijn pensionering ging hij aan de slag als rechter-plaatsvervanger, en schrok toen van de “povere salariëring”. Die kwam netto op niet veel meer uit dan het minimumloon, rekende hij voor. Van Osch riep het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Rechtspraak op daar iets aan te doen.
Evaluatie
Afgelopen zomer werd in het Sector Overleg Rechterlijke Macht overeenstemming bereikt met staatssecretaris Claudia van Bruggen (Justitie en Veiligheid) over de aanpassing van de vergoedingsregeling voor plaatsvervangers. De NVvR, die met de regeling heeft ingestemd, meldt dat de regeling per 1 januari 2027 gaat gelden. Volgens beroepsorganisatie wordt met de nu overeengekomen wijzigingen meer recht gedaan aan de daadwerkelijke inspanningen die met de werkzaamheden gepaard. NVvR schrijft dat uitdrukkelijk is afgesproken dat het gaat om een eerste stap die na twee jaar zal worden geëvalueerd.
Per dagdeel
Het akkoord geldt voor rechters- en raadsheren-plaatsvervangers, plaatsvervangend officieren van justitie, plaatsvervangend advocaten-generaal bij het Openbaar Ministerie, raadsheren in buitengewone dienst bij de Hoge Raad en advocaten-generaal in buitengewone dienst bij het parket van de Hoge Raad die werkzaamheden op oproepbasis verrichten en een vergoeding per zitting ontvangen.
In de nieuwe regeling vervalt de bepaling dat zittingen die op één dag worden gehouden voor het toekennen van de vergoeding samen als één zitting worden beschouwd. Voortaan wordt het toekennen van de vergoeding gekoppeld aan het aantal voor een zitting geplande dagdelen. Bij één dagdeel wordt eenmaal de zittingsvergoeding toegekend, bij twee dagdelen tweemaal et cetera.
Vergoeding verhoogd
Ook worden de vergoedingen verhoogd. Rechters-plaatsvervangers en plaatsvervangend officieren van justitie krijgen voortaan 450 euro per dagdeel in plaats van 395 euro. De vergoeding van raadsheren-plaatsvervangers en plaatsvervangend AG’s stijgt van 517 naar 600 euro en die van raadsheren en AG’s in buitengewone dienst bij de Hoge Raad gaat van 677 naar 750 euro.
Niet genoeg
“Dat klinkt sympathiek”, schrijft Van Osch op LinkedIn over de nieuwe regeling. Maar echt tevreden is hij niet. Hij had het eerlijker gevonden als het ministerie had gekozen voor een vergoeding die is gebaseerd is op een bedrag dat is afgeleid van het salaris van een vaste rechter. En volgens Van Osch betekent de nieuwe regeling weliswaar een forse verhoging plaatsvervangers in de sector strafrecht, waar zittingen meestal twee dagdelen omvatten, maar blijft de vergoeding bij civiel en bestuursrecht min of meer gelijk als het een zitting van één dagdeel betreft. Ook had Van Osch graag gezien dat de nieuwe regeling terugwerkende kracht had.
