Rechtszittingen vinden in Nederland in principe in het openbaar plaats; het is een kernbeginsel van de rechtsstaat. Hierdoor kunnen burgers en media de rechtspraak controleren, wat bijdraagt aan een eerlijk proces en vertrouwen in de rechterlijke macht. Openbaarheid kan echter ook risico’s opleveren voor de privacy of veiligheid van slachtoffers en andere betrokkenen. Ook professionele procesdeelnemers als rechters en officieren van justitie kunnen te maken krijgen met veiligheidsrisico’s, bijvoorbeeld in zaken over georganiseerde criminaliteit.
Tweede Kamervragen
In het WODC-onderzoek onder leiding van VU-hoogleraar Sonja Meijer werd bekeken hoe in de praktijk de afweging wordt gemaakt tussen het beginsel van openbaarheid en het belang van privacy en veiligheid. Aanleiding voor het onderzoek waren Tweede Kamervragen over de mogelijkheden om slachtoffers beter te beschermen door strafzaken achter gesloten deuren te behandelen waren, en de constatering dat de openbaarheid onder druk staat in zaken waarin het gaat om georganiseerde misdaad.
De onderzoekers spraken met onder andere de Rechtspraak, het Openbaar Ministerie en (slachtoffer)advocaten.
Alternatieven onderzoeken
Het beperken van de openbaarheid van zittingen is in het Nederlands strafproces ‘ultimum remedium’, aldus de onderzoekers. Voordat een rechter daartoe besluit, moeten volgens hen minder vergaande beschermingsmaatregelen worden overwogen. Zo kunnen persoonsgegevens van slachtoffers worden afgeschermd door een aangifte of verhoor onder nummer en kan contact tussen slachtoffers en verdachten tijdens de zitting worden beperkt of voorkomen.
Voor professionele procesdeelnemers is het uitgangspunt dat zij hun functie in de openbaarheid uitoefenen, maar ook voor hen kunnen maatregelen worden genomen om veiligheidsrisico’s te verkleinen. Een voorbeeld daarvan is het ‘verdunnen’, waarbij niet één maar meerdere officieren van justitie aan een zaak werken en daarin optreden.
Slechts 39 uitspraken
Als een rechter besluit tot het sluiten van de deuren, verdient de motivering daarvan aandacht. Nu is het zo dat rechters hun beslissing wel in het – niet openbare – proces-verbaal van de zitting moeten laten opnemen, maar in de uitspraak hoeven ze het niet te noemen.
De onderzoekers hebben geprobeerd te achterhalen hoeveel zittingen achter gesloten deuren worden gehouden. Via Rechtspraak.nl konden ze slechts 39 uitspraken tussen 2010 en juni 2026 vinden waarin expliciet melding werd gemaakt van een verzoek om een besloten behandeling of een besluit daartoe. In 36 van deze zaken werd de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren gehouden. In negen uitspraken werd duidelijk welke overwegingen aan de beslissing ten grondslag lagen.
Wettelijke motiveringsplicht
Om de besluitvorming beter controleerbaar te maken adviseren de onderzoekers een wettelijke motiveringsplicht in te voeren. Rechters zouden in hun uitspraak moeten toelichten welke belangen zij hebben afgewogen en waarom eventuele alternatieve beschermingsmaatregelen onvoldoende waren. Een dergelijke motivering sluit bovendien aan bij eisen die voortvloeien uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
