Hoogleraar: ‘Verhaal rechter Van Waterschoot heel herkenbaar’

Neem de stem van het kind serieuzer. En om die stem goed te horen, moet de deskundigheid binnen het systeem van jeugdzorg en jeugdbescherming omhoog. Dat zijn volgens hoogleraar jeugdrecht Marielle Bruning (Universiteit Leiden) de belangrijkste lessen uit het beklemmende relaas van rechter Nathalie van Waterschoot in Mr. Magazine. In dat interview vertelde Van Waterschoot dat zij en haar kinderen klem kwamen te zitten in de raderen van de jeugdbescherming en de rechtspraak.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Beeld bij kinderbescherming (Klein)-18687a8f
Beeld: Pixabay

“Een heel herkenbaar verhaal,” is de reactie van Bruning op de ervaringen van Van Waterschoot met jeugdbescherming en familierechtspraak. “Dapper dat ze zich zo durft uit te spreken. Dat het interview van Van Waterschoot in Mr. Magazine op social media een veelbesproken en veel becommentarieerd item is, verbaast Bruning niet: “Het is een aangrijpend verhaal van een rechter die van binnenuit kritiek uitoefent op het systeem. Het komt op het moment dat er al veel zorgen bestaan over de jeugdzorg, de jeugdbescherming en het familierecht.”

In het interview legt Van Waterschoot uit dat zij en haar kinderen vermalen raakten in een systeem dat hen weinig bescherming bood. “We werden door drang en dwang vervreemd van onszelf en van elkaar. Liefdevolle verbindingen raakten beschadigd.” Ze vertelt over “anderhalve meter papier met daarin tientallen handelingen en beslissingen die onrecht, wanhoop en veel leed hebben veroorzaakt.”

Route naar jeugdbescherming

Volgens Bruning laat de casus goed zien hoe de scheidingsproblematiek en het jeugdzorgveld met elkaar verwikkeld zijn. “Dit verhaal gaat niet zozeer om jeugdzorg, maar meer om het systeem waarmee Nederland reageert op scheidingsproblematiek.”

Conflictscheidingen, vervolgt Bruning, maken een steeds groter deel uit van jeugdbeschermingszaken. In scheidingsconflicten vechten ouders keihard voor hun gelijk, en de laatste jaren hebben ze de route gevonden naar de jeugdbescherming. “En rechters gaan jeugdzorgmiddelen inzetten voor scheidingsdoeleinden. Ik denk soms dat we een te groot deel van het jeugdzorgbudget opsnoepen voor ouders die elkaar de tent uitvechten.”

In het interview vertelt Van Waterschoot dat zij en haar kinderen te maken hadden met verwaarlozing, geweld, intimidatie en stalking, die niet serieus werd genomen en onbesproken werd gelaten. Haar voornaamste bezwaar is dat conflicten over gezag en omgang worden geframed als ‘ruziënde ouders’. Zij en haar kinderen werden gedwongen mee te werken aan mediation, terwijl er geen kans van slagen was. Van Waterschoot maakt gewag van gebrekkige verslaglegging door instanties, gebrek aan waarheidsvinding, te weinig continuïteit en veel verloop onder het personeel.

Hardnekkig probleem

“De waarheidsvinding in de jeugdzorg en het familierecht staat al tien jaar op de politieke agenda, maar dit blijft een hardnekkig probleem,” verklaart Bruning. “Dat is geen kwestie van even een wet wijzigen, maar heeft meer te maken met professioneel handelen en de wijze van bejegening van ouders. Dat moet al beginnen met de opleiding van beroepskrachten.”

Marielle Bruning-2823e768
Marielle Bruning (Universiteit Leiden)

De laatste vijf jaar is daar de grote aandacht voor het fenomeen van de ouderverstoting bij gekomen, waarbij een ouder probeert te verhinderen dat het kind contact heeft met de andere ouder. Rechters komen daardoor in een spagaat terecht. “Ze proberen neutraal te blijven. Het is in principe in het belang van ieder kind om de ouders te blijven zien, maar ouders zeggen soms dat het voor hún kind juist niet goed is om de andere ouder te blijven zien.” Het probleem is dat mensenrechtenverdragen eisen stellen die tegenstrijdig kunnen uitpakken. “In die verdragen zit een verplichting om het kind omgang te laten houden met beide ouders. Maar aan de andere kant moet de staat ook de kinderen beschermen. Daar zit spanning.”

Voor Bruning is het essentieel is om de stem van de kinderen serieus te nemen als de ouders onenigheid hebben over omgang en gezag. “Het komt voor dat een kind zozeer door een ouder wordt aangezet om die andere ouder niet te willen zien, dat de stem van de ouder de stem van het kind is geworden. Je hebt heel veel deskundigheid nodig om die stem goed te horen, en ik ben bang dat we die deskundigheid in Nederland soms missen en dat kinderen daarom niet serieus genoeg worden genomen.” Als het kind echt niet naar de vader of moeder wil, vindt Bruning, dan moet je naar het kind luisteren. “Dat is dan heel pijnlijk voor die vader of moeder (‘Ik heb toch niks verkeerds gedaan’), maar de conclusie kan dan zijn dat de omgang moet stoppen, ook al kun je niet met keihard bewijs aantonen dat het kind gevaar loopt.”

Bijzonder curator

Bruning pleit ervoor dat in scheidingskwesties vaker een bijzonder curator wordt aangesteld die alleen de belangen van de kinderen behartigt. “Om echt goed met het kind te praten. Soms kan het om iets heel simpels gaan: dat het kind de nieuwe partner van de ouder niet mag, en daarom niet naar die ouder wil. Maar het kan ook iets dieperliggends zijn. Ik denk dat rechters soms te weinig deskundigheid kunnen inroepen om de beste beslissing te nemen.”

Ze benadrukt dat de beroepskrachten in de jeugdbescherming naar eer en geweten werken. Maar ze zegt ook: “De deskundigheid van de Raad voor de Kinderbescherming moet omhoog. Eigenlijk moet je daar nog meer universitair geschoolde pedagogen en psychologen hebben. De Raad lijkt soms onvoldoende geoutilleerd voor de meest ingewikkelde zaken. Bovendien is de capaciteit onvoldoende, en is het systeem te traag. Een half jaar onderzoek kan heel lang zijn als een kind een ouder niet wil zien. Dan is snelheid geboden, en die snelheid kan het systeem niet leveren.”

Het is volgens Bruning onmogelijk om in het jeugdrecht een zelfde niveau van waarheidsvinding te bereiken als in het strafrecht. “Maar dat hoeft ook niet. In het belang van het kind heb je vooral de deskundigheid nodig om te onderzoeken of iets schadelijk is voor het kind, en wat het kind zelf vindt. Uiteindelijk komt dat de waarheidsvinding ten goede.”

Paternalistische gedachte

Van Waterschoot maakt er bezwaar tegen dat de Raad voor de Kinderbescherming het verzet van een kind tegen omgang interpreteert als ‘ruziënde ouders’. “Dat is inderdaad gevaarlijk,” meent Bruning. “Soms wordt te snel gedacht aan een conflict tussen ouders, en wordt vergeten dat het uiteindelijk om de kinderen gaat. We zijn in Nederland geneigd om kinderen uit juridische procedures te houden, om ze te beschermen. Die paternalistische gedachte vind ik onterecht. De kinderen zitten in dat conflict en dan moet je ze serieus nemen.”

Bruning zegt ook dat de rechter in jeugdbescherming te passief is geworden. “Vóór 1995 kon je bij kinderbeschermingsmaatregelen op woensdagmiddag op spreekuur naar de kinderrechter. Dat is afgeschaft omdat men de kinderrechter te partijdig vond worden. We hebben nu een gejuridiseerd stelsel, waarbinnen ouders en kinderen bij geschillen naar de kinderrechter kunnen stappen. Maar daarvoor moet je wel een advocaat inschakelen, en dat is nogal een drempel. Ik vind ook dat de rechter meer macht moet hebben tegenover van de uitvoeringsorganisaties. Kinderen moeten bij de rechter aan de bel kunnen trekken. Bij de uitvoeringsorganisatie aankloppen heeft niet zoveel zin, want daar hebben ze juist een probleem mee.”

De overheid heeft plannen om het hele systeem van jeugdzorg en jeugdbescherming binnen vijf tot tien jaar ingrijpend te veranderen. Op 31 maart maakten de ministeries van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Vereniging Nederlandse Gemeenten bekend dat er wordt gewerkt aan een scenario waarin één gezicht van een lokaal team het aanspreekpunt is. Dan zouden kinderen en ouders niet steeds opnieuw hun verhaal hoeven te doen. Bovendien wordt niet alleen gekeken naar het kind maar ook naar de gezinsproblemen daarachter, zoals psychiatrische problematiek, schulden, verslaving of complexe scheidingen.

Een goed initiatief, meent Bruning. “Iedereen vindt dat het huidige systeem onvoldoende is. Er moet echt wat gebeuren, en snel.”

Eerder reageerde jeugdrechter Susanne Tempel op de uitspraken van Van Waterschoot.

Lees meer over:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top