De Rechtspraak reageert op kritiek: ‘Jeugdrechters reflecteren al volop’

“Heel erg naar om te lezen dat mevrouw Van Waterschoot zich zo klem heeft gevoeld, en niet gehoord.” Dat was het eerste dat kinderrechter Susanne Tempel dacht toen ze in Mr. Magazine het beklemmende relaas van rechter Nathalie van Waterschoot las. Van Waterschoot vertelde dat zij en haar kinderen vast kwamen te zitten in het systeem van jeugdbescherming en familierecht.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Beeld bij gezag en omgang-a35d8aea
Beeld: Depositphotos

In dit interview zegt Van Waterschoot onder meer: “Acht jaar werden de kinderen vermalen in een systeem dat hen weinig bescherming bood. We werden door drang en dwang vervreemd van onszelf en van elkaar.”

Susanne Tempel is woordvoerder familie- en jeugdrecht namens de Rechtspraak en kinderrechter bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. “Het vermalen raken in het systeem herken ik,” zegt Tempel. Ze noemt zaken over gezag en omgang “buikpijnzaken” omdat ze zo complex zijn. “Je hoopt dat het lukt om ouders en kinderen zich gehoord te laten voelen, maar je weet dat je nooit een beslissing neemt waar iedereen het mee eens is.”

Waarom zijn die zaken zo moeilijk?
“In de eerste plaats omdat de wet heel ruim is. Het belangrijkste is dat je als jeugdrechter beslist in het belang van het kind, en vervolgens kun je daar alle kanten mee op. Ik had vorige week op zitting een zaak over een gezag en omgang met ouders en kinderen die allemaal een bepaalde problematiek hebben. Dan weet je zeker dat het ingewikkeld is, maar eigenlijk is het bij iedere zaak de vraag hoe de wisselwerking is tussen de karakters en persoonlijkheden van ouders en kinderen. Je eerste bron van informatie zijn de ouders en de kinderen zelf. In het handelsrecht heb je vaak feiten waar partijen het over eens zijn en die je dus als uitgangspunt hebt. Maar in zaken over gezag en omgang heb je vaak niet meer dan de geboortedata van de kinderen. En wie het gezag heeft. Over de rest zijn de ouders het meestal niet eens.”

In het interview vertelt Van Waterschoot dat zij en haar kinderen te maken hadden met verwaarlozing, geweld, intimidatie en stalking, die niet serieus werden genomen en onbesproken werden gelaten. Haar voornaamste bezwaar is dat conflicten over gezag en omgang worden geframed als ‘ruziënde ouders’. Zij en haar kinderen werden gedwongen mee te werken aan mediation, terwijl er geen kans van slagen was. Van Waterschoot maakt gewag van gebrekkige verslaglegging door instanties, gebrek aan waarheidsvinding, te weinig continuïteit en veel verloop onder het personeel.

Wat is er fout gegaan bij de zaak van Nathalie van Waterschoot?
“Daar kan ik niet op ingaan omdat ik het dossier niet ken. Het is al moeilijk een oordeel te vormen als je wel over alle informatie beschikt. Het blijft sowieso lastig, omdat het geen exacte wetenschap is.”

Gebrekkige waarheidsvinding, herkent u dat?
“Het lastige is dat het meestal niet om objectieve feiten gaat, maar om emoties, belevingen en herinneringen. Mensen spreken elkaar tegen, en dat zie je ook in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. Waarheidsvinding is lastig in zaken in de huiselijke kring, het is het verhaal van de een tegen de ander en er zijn meestal geen getuigen. De rechter moet het belang van het kind vooropstellen, en in het algemeen is het in het belang van het kind om contact te hebben met beide ouders. Hoe dat contact wordt vormgegeven is vers twee, het hangt af van de situatie. Van co-ouderschap tot begeleid contact eens in de zes weken, en alle vormen daar tussenin. Je bent continu op zoek naar de mogelijkheid voor kinderen om op een veilige manier contact te hebben met beide ouders.”

Geldt dat ook als een van de twee ouders gewelddadig is en de kinderen bang zijn voor deze partner?
“Ook dan kijk je hoe dat kan op een veilige manier die de kinderen zo weinig mogelijk belast. Geweld betekent niet automatisch dat er geen contact kan zijn. Als de kinderen bang zijn voor de andere ouder, laat je je als rechter adviseren. En soms is het advies: het is niet goed voor de kinderen als ze contact hebben. Soms is het advies dat het contact wél kan op een veilige manier. Het kan zijn dat de kinderen hulp nodig hebben om dat contact aan te gaan, omdat ze weerstand voelen. Het feit dat een kind niet wil, neem ik dus wel serieus, maar leidt niet altijd tot de conclusie dat er geen contact kan zijn. Als je kind niet naar school wil, zeg je ook niet automatisch ‘dan ga je toch niet’. Dan kijk je hoe je het toch voor elkaar krijgt.”

Van Waterschoot bekritiseert het Visiedocument van de Rechtspraak over complexe vechtscheidingen: alles wordt daar volgens haar geframed in de context van de complexe vechtscheiding, terwijl er heel andere dingen aan de hand kunnen zijn, zoals mishandeling.
“Het Visiedocument is genuanceerder. Daarin wordt juist gezegd dat vastgelopen zaken het gevolg kunnen zijn van verschillende complexe situaties. In het systeem, bij de ouders zelf, in de omgeving.”

Zoektocht naar de juiste hulp

Susanne Tempel - Foto: Raad voor de rechtspraak
Susanne Tempel – Foto: Raad voor de rechtspraak

Tempel erkent dat het in elke situatie een zoektocht is naar de juiste hulp. “Mediation en oudergesprekken bij instanties zijn niet het ei van Columbus. Maar in veel gevallen helpt het wel.” Ze zegt dat de jeugdrechters volop reflecteren op hun werkwijze. “Er zijn veel initiatieven voor verbetering. Vorige week is de eerste zaak ingediend waarbij ouders gemeenschappelijk naar de rechter gingen, ook al zijn ze er niet uitgekomen. En er zijn meer ontwikkelingen. Maar het is ingewikkeld. Aan de ene kant wil de hulpverlening maatwerk leveren, aan de andere kant moeten ze volgens bepaalde systemen werken omdat hun werk controleerbaar moet zijn. Daar komt bij dat de sociale advocatuur en de jeugdhulpverlening, maar ook de rechtspraak overbelast zijn.”

Ze ziet vermoeidheid bij gezinsvoogden. “Het is voor hen ingewikkeld om de benodigde aandacht te besteden zonder dat ze in de knoei komen met andere taken. Soms zie ik moedeloosheid bij gezinsvoogden als ze een bepaalde oplossing voor ogen hebben, maar de gemeente heeft geen contract met de hulpverleningsorganisatie in kwestie.”

Van Waterschoot constateert gebrekkige verslaglegging: meningen komen in dossiers en worden feiten.
“Als de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doet, praat die met de ouders, de kinderen zelf, de school, de huisarts, de hulpverlening. Al die dingen bij elkaar komen in een rapport. Daarbij worden de zaken die personen vertellen gescheiden van de interpretaties en de conclusies van de Raad.”

Is het verhaal van Nathalie van Waterschoot aanleiding voor actie?
“We doen er als Rechtspraak alles aan om te reflecteren op kwetsbare zaaktypes, waaronder zaken van kinderen en ouders die in de knel komen met gezag en omgang. We nemen signalen hierover zeer serieus. We proberen op verschillende manieren stappen te zetten, bijvoorbeeld over de continuïteit van rechters. We doen onze stinkende best om één rechter de constante factor te laten zijn in een procedure, zodat die de regie kan nemen en sneller doorpakken. We blijven op zoek naar verbeteringen. En uit het verhaal van mevrouw Van Waterschoot blijkt dat dit nodig blijft.”

Wat vindt u van de suggesties van Nathalie van Waterschoot? Zij pleit voor onmiddellijke toegang tot de rechtspraak als kinderen niet naar een ouder willen. En voor multidisciplinair onderzoek.
“De snelle toegang is er al in de vorm van een kort geding. Bovendien hebben kinderen een eigen rechtsingang: ze kunnen een brief schrijven aan de rechter. Er zijn ook mogelijkheden om psychologisch onderzoek in te zetten, maar daar zitten wel complicaties aan. Het kost veel geld, en de ouders moeten dat meestal zelf betalen. Als er iets uitkomt wat ouders niet aan de rechter willen overleggen, dan ben je nog niet veel verder.”

Op Mr-online en op social media wordt het interview massaal gelezen en becommentarieerd. Van Waterschoot zat op maandag 10 mei bij Radio 1. Hoe verklaart u dat het verhaal zoveel losmaakt?
“Van alle zaken die ik doe komen gezags- en omgangszaken het dichtst bij. Dat raakt een snaar omdat het jou ook kan overkomen. Het appelleert aan emoties van heel veel mensen, inclusief mezelf.”

Later deze week verschijnt op Mr-online een interview over deze kwestie met Mariëlle Bruning, hoogleraar jeugdrecht aan de Universiteit Leiden.

Lees meer over:

Meer weten over deze organisatie(s)?

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top