Huurder beschermd bij gedeeltelijke overdracht gehuurde

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Op 6 oktober 2017 (ECLI:NL:HR:2017:2560) heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen betreffende de toepasselijkheid van (kort gezegd) artikel 7:226 BW bij een gedeeltelijke overdracht van het gehuurde. De Hoge Raad overweegt dat uit de parlementaire geschiedenis lijkt te volgen dat de wetgever dit artikel buiten toepassing heeft willen laten bij een gedeeltelijke overdracht van het gehuurde. Niet blijkt echter dat de wetgever de huurder bescherming tegen een verkrijger van een gedeelte van het gehuurde heeft willen onthouden.

Volgens de Hoge Raad zou een dergelijke onthouding “onaanvaardbaar afbreuk” (kunnen) doen aan de strekking van artikel 7:226 (zijnde dat de huurder bij overdracht van het gehuurde “zijn huurgenot niet verloren ziet gaan”). De Hoge Raad komt tot de conclusie dat, via een extensieve uitleg van artikel 7:226 BW, (toch) kan worden voorzien in bescherming van de huurder bij gedeeltelijke overdracht. Dit zal ertoe kunnen leiden dat de huurverhouding wordt gesplitst in twee (of meer) huurovereenkomsten. De Hoge Raad overweegt dat “van geval tot geval” moet worden beoordeeld of een dergelijke splitsing leidt tot een “zinnig resultaat”.

Met dit arrest doet de Hoge Raad recht aan de beschermingsgedachte van artikel 7:226 BW. Een andersluidend oordeel zou de deur openen naar allerhande (misbreuk)constructies. Wel is uiteraard discussie mogelijk over de vraag wat een “zinnig resultaat” is en kunnen zich in de praktijk praktische problemen voordoen, bijvoorbeeld betreffende de verdeling van huurpenningen. De Hoge Raad overweegt in dat kader dat, zolang de huurder niet van de vervreemding heeft kennisgenomen, hij “in beginsel” de gehele huurprijs bevrijdend aan zijn oorspronkelijke verhuurder kan betalen. Ná kennisneming geldt dit niet meer, maar mag de huurder iedere betaling van de huurprijs opschorten, totdat de verhuurders hem hebben medegedeeld hoe de oorspronkelijke huurprijs moet worden gesplitst.

Tot slot een signalering: met als doel een einde te maken aan de verwarring rondom de aanduiding van winkeloppervlakten, heeft − in het kader van de Retailagenda − een werkgroep onder leiding van IVBN en NRW in de ‘Notitie Uniforme definities winkeloppervlakten’ (http://nrw.nl/2017/10/05/uniforme-definities-winkeloppervlakten-retailagenda/) eenduidigheid in de betreffende begrippen gebracht. Gebruikers in de retail-/vastgoedsector worden aangespoord om zich hierbij aan te sluiten.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top