Boek 9 BW: een (terechte) leegte

Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek, ooit bedoeld voor het intellectuele eigendomsrecht, is er nooit gekomen. Wat lang werd gezien als een onafgemaakt codificatieproject, blijkt achteraf eerder een gelukkige omstandigheid.

Delen:

beeld: Depositphotos

Een kind van de jaren 90

Het plan voor Boek 9 ontstond in de jaren negentig, een periode waarin men nog geloofde dat complexe rechtsgebieden overzichtelijk in een nationaal wetboek konden worden ondergebracht. Dat vertrouwen was op het terrein van intellectuele eigendom eigenlijk al achterhaald. Auteursrecht, merkenrecht en octrooirecht waren toen al diep geworteld in internationale en Europese kaders. De Berner Conventie bestond al meer dan een eeuw, de TRIPS-overeenkomst had intellectuele eigendom stevig in het wereldhandelsrecht verankerd, en Europese richtlijnen volgden elkaar snel op.

Een nationaal Boek 9 zou daardoor vooral een afgeleide codificatie zijn geweest van wat elders werd bepaald. Het risico van veroudering en incongruentie lag voor de hand. Intellectuele eigendom is per definitie grensoverschrijdend. Auteursrecht werkt internationaal, octrooien en merken ontlenen hun betekenis juist aan bescherming over grenzen heen. De Europese wetgever heeft bovendien steeds meer harmoniserende regels vastgesteld, zoals de DSM-richtlijn. Nationale speelruimte is daardoor beperkt.

Daar komt bij dat intellectuele eigendom nauw verweven is met andere delen van het BW. Het internationaal privaatrecht in Boek 10 raakt direct aan grensoverschrijdende inbreuken. Boek 7 bevat regels over overeenkomsten die vaak draaien om licenties en exploitatie. Een afzonderlijk Boek 9 zou die verwevenheid niet hebben opgelost, maar mogelijk juist ingewikkelder hebben gemaakt.

AI

De opkomst van generatieve kunstmatige intelligentie onderstreept dat nog sterker. AI roept fundamentele vragen op: wie is de auteur van door een algoritme gegenereerde werken? Is trainen op beschermd materiaal een inbreuk? Klassieke begrippen als maker en originaliteit staan onder druk. Een in de jaren negentig gecodificeerd Boek 9 zou deze ontwikkelingen niet hebben kunnen voorzien en zou nu waarschijnlijk ingrijpend moeten worden herschreven.

Doordat het intellectuele eigendomsrecht in afzonderlijke wetten is blijven bestaan, kon de wetgever flexibeler inspelen op Europese en technologische veranderingen. Die versnippering heeft hier juist aanpasbaarheid opgeleverd.

Invulling

Dat betekent niet dat de plek van Boek 9 leeg moet blijven. Het BW is geen gesloten monument. Nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen kunnen om nieuwe systematiek vragen. Een denkbare invulling zou een Boek 9 over de publieke zorgplicht van grote ondernemingen kunnen zijn. Sommige bedrijven, zoals banken, energiebedrijven en grote techplatforms, vervullen zo’n centrale rol in de samenleving dat klassieke privaatrechtelijke uitgangspunten soms tekortschieten. Hun zorgplichten zijn nu verspreid over uiteenlopende wetten en Europese regels.

Tegelijk leert de geschiedenis bescheidenheid. Zelfs Boek 7A, een fossiel uit 1838, is nog steeds niet volledig geïntegreerd in Boek 7. Het BW is geen perfect symmetrisch bouwwerk, maar een gelaagde structuur waarin idealen en praktische beperkingen samenkomen.

Het Nederlandse wetboek is, ondanks zijn reputatie van systematische elegantie, ook gewoon een lappendeken van goede bedoelingen en onafgemaakte projecten. Maar wel een comfortabele gelaagde lappendeken.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven