Karin de Vries over idealen en regelrechte grondrechtenschendingen

Mr. van de week is Karin de Vries, sinds maart 2025 hoogleraar Grondrechten aan de Universiteit Utrecht. Op 13 mei sprak ze haar oratie uit, met de titel: 'Een kritische blik op grondrechten'. Rond de oratie vond een seminar plaats waar verschillende burgerrechtenorganisaties een presentatie verzorgden.

Delen:

Karin de Vries over idealen en regelrechte grondrechtenschendingen - Mr. Online

Gefeliciteerd met het voltooien van uw oratie! Hoe heeft u de dag, het seminar incluis, ervaren?
“Het was een heel bijzondere dag. Ik hoorde van verschillende mensen dat het seminar en de oratie hen aan het denken hadden gezet. Dat is een mooi compliment.”

Een kritische blik op grondrechten: waarnaar verwijst de titel van uw oratie precies, en wat was uw hoofdboodschap? 
“Het idee achter grondrechten is dat alle mensen vrij en gelijk zijn, dat is een aantrekkelijk ideaal. In mijn oratie laat ik zien dat het ook inderdaad een ideaal is. In werkelijkheid zijn sociale constructies van ‘ras’, gender en klasse, al zolang er grondrechten zijn, van invloed geweest op de vraag wie en wat door grondrechten worden beschermd. Als voorbeeld noem ik in mijn oratie het kiesrecht, dat lang alleen voor rijke witte mannen gold, maar ook het verbod op rassendiscriminatie. Dat verbod bestond niet in de tijd dat grondrechten opkwamen. Nederland was, net als andere landen, een koloniale staat waar gekleurde mensen maatschappelijk en juridisch ondergeschikt waren aan witte Europeanen. Tegenwoordig kennen we zo’n discriminatieverbod wel, maar in zijn huidige vorm biedt dat weinig bescherming tegen institutioneel racisme, waardoor de ongelijke machtsverhoudingen uit de koloniale tijd kunnen blijven bestaan.
Ik ben dus kritisch over de bescherming die grondrechten bieden aan gemarginaliseerde groepen. De ‘kritische blik’ verwijst bovendien naar mijn benadering die inspiratie haalt uit de critical legal studies-beweging, en verwante stromingen als critical race theory en critical feminism. Deze stromingen onderzoeken de rol van het recht bij het in stand houden van economische en politieke machtsverhoudingen. Mijn boodschap is dat we dat moeten begrijpen om dichter bij het ideaal van grondrechten te kunnen komen.”

Vorig jaar schreef u ten tijde van uw benoeming dat grondrechten in Nederland (en daarbuiten) onder vuur liggen en dat er daarom veel werk aan de winkel is. Komt het nog goed? 
“Het is verleidelijk om te denken dat het wel goed komt, en ook gewoon moeilijk voor te stellen dat dat niet zo is. Ik denk in dat verband de laatste tijd vaak aan het boek van Joris Luijendijk, Dit kan niet waar zijn. Luijendijk beschrijft dat hij ziet hoe de financiële sector de wereld op de rand van de afgrond heeft gebracht, en het toch niet kan geloven. Dat gevoel herken ik. En ik zie ook wel hoopvolle gebeurtenissen, zoals de enorme Rode-Lijndemonstratie eerder dit jaar tegen de oorlog in Gaza en nu de steunbetuigingen aan vluchtelingen. Maar we moeten ons wel blijven uitspreken, we mogen het geweld niet normaal gaan vinden.”

Uw huidige leerstoel richt zich vooral op grondrechten die migranten en andere minderheden beschermen tegen discriminatie. De rechten van migranten zijn al jaren een heet hangijzer in het publieke debat. Hoe beziet u dat debat vanuit uw academische achtergrond?
“Ik wil begrijpen hoe het kan dat we voor de hand liggende vormen van onderdrukking, zoals gewelddadige grenscontroles en de schrijnende omstandigheden waarin veel ongedocumenteerden in Nederland wonen en werken, niet als regelrechte grondrechtenschendingen zien. Welke argumenten en juridische constructies maken dat dit soort situaties buiten ons grondrechtelijke begrippenkader vallen?”

Welke bijdrage tijdens het seminar heeft u het meest geïnspireerd en waarom?
“Dat is moeilijk te zeggen. De vraag die tijdens het seminar centraal stond, was: ‘Voor wie zijn de grondrechten?’. Het doel was om te onderzoeken wie er in Nederland, toch een sterke democratische rechtsstaat, tussen wal en schip vallen als het om grondrechten gaat, en hoe dat kan. Alle bijdragen gaven daar op hun eigen manier inzicht in.
Janneke Gerards wees op het denken in termen van ‘in- en outgroups’ en het risico dat grondrechtenbescherming wordt gezien als iets waar alleen minderheden belang bij hebben. Jordan Dez, Nawal Mustafa en Willem Mingelen stelden de vraag hoe we grondrechten opnieuw kunnen verbeelden om recht te doen aan bestaande vormen van onrecht. Zij spraken over de politieke rechten van ongedocumenteerden, het burgerschap van Surinaamse oud-Nederlanders en de groeiende inkomensongelijkheid. Vertegenwoordigers van belangenorganisaties vertelden ten slotte over hun ervaringen met het aan de kaart stellen van ongezien onrecht, en hoe het rechtssysteem daar wel of geen ruimte voor maakt. Ik vond het mooi om te zien hoe die verschillende inzichten elkaar aanvulden en versterkten. Het gaf me hoop dat in zowel de wetenschap als de praktijk het besef leeft grondrechten vaak tekortschieten, maar óók een streven om dat te veranderen.”

Wie of wat is in uw juridische carrière uw bron van inspiratie? 
“Toen ik rechten studeerde was er in de opleiding weinig aandacht voor methoden van rechtswetenschappelijk onderzoek, laat staan voor kritische benaderingen. De nadruk lag op steeds op het positieve recht, op het kunnen opbouwen van een sluitend juridisch betoog. Ik ben blij dat ik dat heb meegekregen, want je moet het positieve recht goed kunnen analyseren om te zien waar de impliciete keuzes zitten. En ik kan nog steeds bewondering opbrengen voor een knappe positiefrechtelijke analyse. Maar de echte inspiratie kwam eigenlijk pas daarna, toen ik mijn proefschrift schreef aan de Vrije Universiteit en zag hoe onderzoekers zoals Thomas Spijkerboer en Sarah van Walsum het recht niet als gesloten systeem benaderden, maar als uitdrukking van macht en sociale verhoudingen. Dat gold ook voor iemand als Rikki Holtmaat, toen hoogleraar non-discriminatierecht in Leiden. De kennismaking met hun werk heeft mij op mijn huidige pad gezet.”

Welk boek las u het laatst? 
In de ban van de tegenstander, van de arts en psychiater Hans Keilson, die na de oorlog getraumatiseerde joodse kinderen behandelde. Het boek is een roman en gaat over een jongeman uit een provinciedorp, die gefascineerd is door de opkomst van een haatpredikende politicus. Hij is zich ervan bewust dat de politicus, die hij steevast aanduidt als ‘mijn vijand’, een grote bedreiging vormt en hij raakt binnen zijn eigen gemeenschap steeds meer geïsoleerd. Maar hij kan niet anders dan proberen om ‘zijn vijand’ te begrijpen, hij moet weten wat hem drijft, alsof hij zo het gevaar dat van hem uitgaat kan controleren.”

Wat is uw favoriete wets- of verdragsartikel? 
“Artikel 1 Grondwet, ondanks de gebreken die eraan kleven. Ik denk dat het de grondwetsbepaling is die het ideaal van de grondrechten het sterkst tot uitdrukking brengt.”

Met welke historische figuur zou u graag eens in gesprek gaan? 
“Met Olympe de Gouges, die in 1791 de Déclaration des droits de la femme et de la citoyenne schreef.”

Als u het voor het zeggen had, dan…?
“Had iedere rechtenfaculteit in Nederland een leerstoel grondrechten, en was kennismaking met kritische rechtstheorie een verplicht onderdeel van het curriculum.”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven