Hendrik Kaptein

Lintjes en wat ons nog meer bijeenhoudt

Nog niet zo lang geleden was uw schrijver nogal wat tijd en moeite kwijt aan invulling van talloze formulieren naar waarheid en nog veel meer om een van zijn (overigens onvergelijkelijk verdienstelijker) mede-monumentenbeschermers ter stede met klem aan te bevelen voor een lintje. Het vergde meer dan enige administratieve en digitale vaardigheid en inzet (bijna een eigen onderscheiding waard). Gelukkig was het werk al begonnen door een eerder naar elders vertrokken verre vriendin. Vervolgens werd het dossier min of meer ongevraagd toch maar aan schrijver dezes overgedaan “omdat het er bij nader inzien nu eenmaal niet naar uitzag dat de Koning der Nederlanden ook maar iets zou doen of laten op grond van aanbevelingen afkomstig van iemand die was uitgeweken naar de Verenigde Staten.” Smoes of niet, er zat niets anders op dan aan de slag te gaan.

Het proces riep gemengde gevoelens op. Onduidelijke jaloezie verdrong het werk min of meer onbewust naar de achtergrond, tot het bijna te laat was. (Telkenjare vóór 1 juli moeten de stukken zijn ingediend, wil de kandidaat in aanmerking komen voor deelneming aan de lintjesregen op Koningsdag: u heeft dus nog even de tijd.) Eerlijk gezegd was de gedachte aan een onderscheiding voor deze man niet eens gerezen totdat de geëmigreerde mede-Nederlandse ermee kwam. Hoe sterk is (on- of onder)bewuste afgunst? Hoe komt het dat te menselijke wensen en neigingen als het gaat om wat anderen krijgen, of niet, sterker kunnen zijn dan wat wij willen voor onszelf? Denken doet dit aan Dworkins onderscheiding van first- v. second-order desires: wat wij willen voor anderen staat nogal eens voorop en komt niet altijd ten goede van die anderen en uiteindelijk van onszelf. Te veel mensen denken dat zij beter worden als zij anderen slechter bedelen. Dit effect leidt tot de meest uiteenlopende persoonlijke en maatschappelijke onrechtvaardigheden. Toch wint niemand iets bij kleinering van anderen. Nogal eens laat het eerder eigen kleinheid zien, in verhindering van de meest uiteenlopende promoties.

Dus werden dergelijke gevoelens ook hier maar beter overwonnen: aan het werk, om de hele boel toch nog op tijd bij de hoge administratie des konings te doen belanden. Die koning is natuurlijk veel te hoog geplaatst om zelfs maar enige jaloezie en afgunst te voelen jegens zijn nederige onderdanen. Gedreven wordt hij uiteraard slechts door de vurige wens recht te doen. Daarin kan hij misschien nog wat leren van een tweede en veel bejaarder rechtsfilosoof, voor zover die bij hem op school niet al langskwam. Aristoteles kwam met de onderscheiding tussen distributieve (‘geometrische’ of ‘relatieve’) rechtvaardigheid en anderzijds retributieve (‘aritmetische’ of ‘exacte’) rechtvaardigheid. Distributieve rechtvaardigheid heeft te maken met de verdeling van geld, goederen en diensten in verhouding tot behoeften, verdiensten en dergelijke dingen meer. Dan gaat het niet om gelijkheid van waarden en tegenwaarden, maar om redelijke verhoudingen van enerzijds (bijvoorbeeld) verdienste en anderzijds de beloning daarvoor. Retributieve rechtvaardigheid eist wél gelijkheid van meetbare waarden, bijvoorbeeld als het gaat om vergoeding die de schade geheel en al teniet moet doen maar ook niet meer dan dat, of om eerlijke overeenkomsten, tenminste, volgens de antieke en nu opnieuw de kop opstekende leer van het iustum pretium.

Retributieve rechtvaardigheid heeft voor koninklijke onderscheidingen op het eerste gezicht weinig betekenis: wat is de meetbare waarde van maatschappelijke verdiensten, vergeleken met die van lintjes? Het gaat om verdeling van onderscheidingen naar verdiensten en dat is niet meer dan een kwestie van distributieve rechtvaardigheid. Anderzijds heeft een lintje toch ook te maken met beloning van verdienste en dat is weer retributie (retribuere’ betekent immers: ‘betalen’, ‘terugbetalen’ of ‘compenseren’).

Er valt nog verder over te filosoferen, al is de verdeling van lintjes in de echte wereld met geen van beide rechtvaardigheden in volledige overeenstemming. Met of zonder de inzichten van Dworkin en Aristoteles ziet zelfs de koning niet alles. Zijn kabinet kijkt wel eens de verkeerde kant op als het gaat om verdiende beloning van in bescheidenheid en stilte verrichte echte verdiensten, terwijl ijdele aandachttrekkers hun publiek narcisme net iets te vaak koninklijk onderscheiden zien. Wie al dan niet door gebrek aan gewicht al eerder boven de gewone mensen was uitgestegen en zo ook nog meer in het oog loopt, heeft wel eens betere kansen op decoratie dan anonieme weldoeners in de echte wereld .

Toch is en blijft beloning en onderscheiding van mensen die dat verdienen net zo belangrijk als hen betaald zetten wat zij verkeerd hebben gedaan. Afrekening ten goede of ten kwade, naar maatstaven van retributieve en/of distributieve rechtvaardigheid, is wat een samenleving mede bijeenhoudt. Anders rest onverschilligheid. Populistisch ressentiment ziet “de misdadiger of gewoon de vijand” graag bestraft en gunt anderen in het algemeen verder niets. Dit is het tegendeel van de echte samenleving die dezelfde populisten bedreigd zien.

Wat kunnen wij zelf met deze filosofische of ten minste algemene beschouwingen en onderscheidingen? Heel simpel: straf zelf zo min mogelijk. Lever geen kritiek, zet geen mensen op hun plaats of terug tenzij daartoe doorslaggevende redenen strekken. Prijs mensen, liefst publiekelijk, als daartoe ook maar de geringste aanleiding bestaat. Roep niet alleen hoe het anders moet in de politiek en wie het allemaal verkeerd doen, maar werk zelf aan een betere samenleving, hier en nu.

En draag mensen voor die werkelijk een onderscheiding verdienen. Let op wat zij goed doen en laat eigen afgunst niet in de weg staan aan publieke beloning daarvan. Leef zelf naar een lintje toe, niet door de aandacht te trekken maar door het goed te doen. Het houdt ons bij elkaar. Er is nog tijd voor. En voor het geval dat u ooit zelf wordt onderscheiden: draag de versierselen alleen als dat moet en denk al die werkelijk verdienstelijken die elke onderscheiding weigerden: “daar deed ik het niet voor, goede werken horen vanzelf te spreken”. Dit houdt ons nog meer bijeen dan al die lintjes bij elkaar.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Hendrik Kaptein

Hendrik Kaptein

Dr. Hendrik Kaptein is rechtsfilosoof aan de Universiteit van Leiden. Hij publiceerde onlangs bij Ars Aequi het boek ‘Kwade Zaken? De moraal van het juridisch beroep.’ Exclusief voor Mr-online houdt hij een weblog bij waarin hij zijn visie geeft op actuele onderwerpen in de wereld van het recht.

Recente vacatures

Recente vacatures
Mercedes-Benz – Mercedes Business Solutions (Rectangle)