Mediarecht: waar fundamentele rechten botsen

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Jens van den Brink en Georgina Nühn
Jens van den Brink en Georgina Nühn (foto: Geert Snoeijer)

Jens van den Brink (Kennedy Van der Laan) en Georgina Nühn (Le Poole Bekema) opereren in de snelle wereld van media en entertainment. Daar raken privacy, vrijheid van meningsuiting en andere fundamentele rechten elkaar. Waar liggen de grenzen? Ze vertellen erover in het nieuwe nummer van Mr., dat 15 februari verschijnt.

“De laatste tijd doen wij veel ‘#Metoo-zaken’, waarbij we kranten, omroepen en televisieproducenten bijstaan”, vertelt Jens van den Brink. “Een van de eerste zaken op dat gebied, voordat #MeToo een begrip was, was voor de Volkskrant, die had bericht over Ruut Weissman, regisseur en docent, en Jappe Claes, acteur en docent in de theaterwereld. Bij de Raad voor de Journalistiek stonden wij Trouw bij in een klacht die is aangespannen door Gijs van Dam. Trouw publiceerde destijds de ingezonden brief van Jelle Brandt Corstius, waarin deze meldde dat hij aan het begin van zijn carrière was aangerand. De hoofdklacht, dat Trouw de naam van Van Dam had bekendgemaakt, is afgewezen. In de ingezonden brief stond geen naam en Trouw heeft die ook niet vermeld.”

Trial by media

#MeToo-zaken zijn heftig, vindt Van den Brink. Het gaat om gebeurtenissen die diep in het leven van de betrokkenen ingrijpen. Degene die beschuldigt heeft bewijsproblemen, want mensen die geïntimideerd worden praten daar vaak pas vele jaren later over. Dan zijn de feiten moeilijk meer te reconstrueren. Wie wordt beschuldigd, kan zich moeilijk verweren. “Trial by media bestaat”, zegt Van den Brink, “en dat moet ook. Het aan de kaak stellen van misstanden is een van de taken van de media.”

Bij media- en entertainmentrecht gaat het om het snijvlak van verschillende, vaak fundamentele rechten zoals vrije meningsuiting, vrije nieuwsgaring en persoonlijke levenssfeer. Rechten uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Waar die rechten bij elkaar komen, ontstaan botsingen. Dat maakt het werkterrein zo interessant, vinden Jens van den Brink en Georgina Nühn. De liefde voor het vak kwam bij allebei in de loop van hun studietijd. Van den Brink ging rechten aan de Universiteit van Amsterdam studeren met het idee diplomaat te worden. “De eerste studiejaren heb ik als inspiratieloze ellende ervaren”, kijkt hij terug. “Maar toen ik aan de Columbia University in New York een vak volgde over het First Amendment hing ik aan de lippen van de professor, Vincent Blasi. Vanaf dat moment vond ik het leuk. Dat bleef zo toen ik me vervolgens ging specialiseren in IE en media aan de UvA, waar een uitstekend instituut voor informatierecht zit.”

Perspraktijk

Bij Kennedy Van der Laan ontmoette Van den Brink de in 2008 overleden Willem van Manen, een grootheid op het gebied van mediarecht, die de vrijheid van meningsuiting als een van de belangrijkste rechten beschouwde. “Ik heb veel van hem geleerd. Hij was de nestor van de perspraktijk, nog vóór Bas Le Poole”, aldus Van den Brink.
Le Poole richtte na 33 jaar bij Houthoff met Anne Bekema het nichekantoor Le Poole Bekema op, waar Georgina Nühn dit jaar haar stage afrondt. Zij begon een studie International Business Administration aan de Vrije Universiteit, maar kwam al snel tot de ontdekking dat het niets voor haar was. “Toen dacht ik: ik maak de overstap naar rechten, omdat het een brede studie is waarmee ik alle kanten op kan. Ik zag mezelf wel in de rechtbank pleiten. Via via kwam ik bij Le Poole Bekema terecht. Ik heb tijdens mijn master veel IE-vakken gevolgd en verschillende stages gelopen op IE-gebied. De hele creatieve industrie sprak mij aan. Het gaat bij mediarecht vaak om publiciteitsgevoelige zaken met tijdsdruk. Dat maakt het extra spannend.”

Beroepsverbod

Nühn werkt veel met Le Poole samen. “Een voorbeeld van een zaak waar fundamentele rechten botsten is de bodemprocedure die de oprichter van Loterijverlies startte tegen een journalist en de hoofdredacteur van De Telegraaf en TMG. Bas en ik traden voor de gedaagden op. In een van de publicaties van De Telegraaf werd de oprichter van Loterijverlies beschuldigd van het uiten van doodsbedreigingen tegen een advocaat. Daarnaast heeft de gedagvaarde journalist getweet over de oprichter van Loterijverlies. Die tweets waren niet bepaald vriendelijk van toon. De oprichter van Loterijverlies vorderde onder meer een Twitterverbod van drie jaar en een beroepsverbod van zes maanden van de journalist. Dat zijn vergaande vorderingen. Een beroepsverbod heeft een censurerend effect. In deze procedure kwam het neer op een belangenafweging tussen de uitingsvrijheid, artikel 10 EVRM, en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, waaronder het recht op bescherming van eer of goede naam. Toen rees de vraag hoe ver de uitingsvrijheid van de pers reikt. De belangenafweging is uitgevallen in het voordeel van De Telegraaf: alle vorderingen zijn afgewezen. De oprichter van Loterijverlies heeft beroep ingesteld.”

Plasseks

Anders liep het in de zaak over de beruchte plasseks-video. Onlangs procedeerde Van den Brink voor GeenStijl tegen Patricia Paay in die zaak. Paay eiste viereneenhalve ton schadevergoeding. “Het filmpje stond op de telefoon van Paay”, vertelt Van den Brink, “en kwam op internet terecht. GeenStijl plaatste een link naar een tweet met het filmpje online. Weliswaar embedded, maar het filmpje zelf stond niet op de site van GeenStijl. Is dat dan wel of niet verspreiden? Zet je iets op je eigen site, dan ben je eerder aansprakelijk. En het filmpje stond al makkelijk vindbaar op twitter, met ‘#paay’, en op andere websites. GeenStijl had het niet online gezet. Wat is dan de aansprakelijkheid van GeenStijl? Het waren twee van de kwesties die speelden. Uiteindelijk heeft die link trouwens maar anderhalf uur op de site van GeenStijl gestaan. We hebben de rechtbank uitdrukkelijk verzocht om, mocht er schadevergoeding worden toegekend, te kijken naar vergelijkbare zaken. Bijvoorbeeld naar de zaak van presentatrice Manon Thomas, wier buurman haar computer hackte en beelden van haar online zette. Paay was niet gehackt, ze heeft de beelden zelf online verspreid. Thomas kreeg drieduizend euro, Paay dertigduizend, zonder dat dat bedrag werd toegelicht. Onbegrijpelijk. Ik vind dat je dat dan moet uitleggen.”

Crimineel

Mensen delen meer en meer via social media, maar dat heeft in Nederland nog weinig impact op de rechtspraak, signaleren de advocaten. “Wie in de VS iets in het openbaar doet, kan daar achteraf weinig tegen beginnen. Bij ons wordt het recht op privacy belangrijker gevonden. Vaak zeer terecht. Maar sommige zaken kan ik nauwelijks uitleggen aan Amerikaanse collega’s. Een voorbeeld: Rex van P., een draaideurcrimineel, stak in een instelling drie hulpverleensters neer. Twee raakten zwaar gewond, de derde overleed. Het Parool berichtte over deze zaak, en publiceerde er een still bij uit een documentaire waaraan Van P. had meegewerkt en waarop hij herkenbaar in beeld was. Hij trad willens en wetens naar buiten als crimineel. Die documentaire stond gewoon op Uitzending gemist. Op het beeld laat Rex van P. een litteken zien van een eerdere steekpartij, waarvoor hij was veroordeeld. Een relevant beeld. Toch mocht Het Parool die still niet publiceren, vonden hof, Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.” Van den Brink en Nühn verwachten dat het hier meer en meer de Amerikaanse kant op zal gaan.

24/7

Social media zorgen ook voor verandering in het werk. Van den Brink: “Advocaat ben je 24/7, zeker in onze praktijk, waarin het vaak over publicaties gaat.” Met de communicatiemiddelen van deze tijd gaat het nieuws continu door, beaamt Nühn. “Het hoort erbij in ons vak. Je cliënten kunnen je op elk moment nodig hebben en vaak heeft het haast. Je zorgt dat je bereikbaar bent.” Bereikbaarheid waarderen cliënten enorm, weet Van den Brink. “Maar je hoeft niet à la minute te adviseren. Dat is zelfs niet verstandig. Reageer direct, laat zien dat je het oppakt, dan stel je de cliënt gerust. Je moet zelf je grenzen stellen, dat raad ik jongeren aan. En, als je verder wilt komen: doe wat je leuk vindt, dan word je er goed in. Neem het heft in handen. Als iemand je vraagt iets te schrijven voor een publicatie, zeg dan niet meteen ‘ja’ maar vraag je af: vind je het leuk om te doen, en gaat iemand het lezen? Bedenk anders liever zelf waar je over wilt publiceren. Duw jezelf de kant op die je uit wilt gaan.”

Jens van den Brink (1974) leidt het mediateam van Kennedy Van der Laan, waar hij sinds 2001 advocaat is, na eerder een tijd bij Stibbe te hebben gewerkt. Hij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, King’s College in Londen en Columbia University in New York.
Van den Brink treedt voor verschillende nationale en internationale mediabedrijven op, waaronder De Persgroep, Facebook, VodafoneZiggo en NRC Media. Hij geeft regelmatig cursussen en is hoofdredacteur van het mediarechtblog Media Report.

Georgina Nühn (1989) is sinds 2016 advocaat bij Le Poole Bekema in Haarlem. Ze studeerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Nühn is lid van de documentatieredactie van Mediaforum, een tijdschrift over media- en communicatierecht. In mediazaken treedt Nühn, samen met Bas Le Poole, onder meer op voor TMG, eigenaar van onder andere De Telegraaf en verschillende regionale dagbladen.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Ook interessant:

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top