Minister Weerwind wil drie niveaus van toezicht op advocatuur

In het nieuwe stelsel van toezicht op de advocatuur komen drie niveaus van toezicht: lokale toezichthouders, een landelijke toezichthouder op de advocatuur (LTA) die toezicht houdt op de lokale toezichthouders en een ‘toezicht op het toezicht’ dat nu wordt uitgeoefend door het College van Toezicht. De lokale dekens verliezen hun toezichthoudende taak.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Franc Weerwind 1 Ministerie van Justitie en Veiligheid Foto Martijn Beekman-24d535ee
Minister Weerwind

Dat blijkt uit de brief van 26 september van minister Weerwind (Rechtsbescherming) aan de Tweede Kamer. Met deze brief borduurt Weerwind voort op de plannen die hij openbaarde op 13 juni.

In het ‘toezicht op het toezicht’ is straks geen plaats meer voor een advocaat. Over de naam van deze “blik van buiten” heeft de minister nog geen keuze gemaakt. “Het gaat in eerste instantie om wat die gaat doen, en ik heb gemerkt dat een naam die discussie kan beïnvloeden.” Nu wordt dat externe toezicht nog uitgeoefend door het College van Toezicht op de advocatuur, waarin ook de algemeen deken van de Nederlandse Orde van Advocaten zitting (NOvA) heeft. De andere twee leden zijn buitenstaanders.

Het landelijk toezicht op de advocatuur zelf is straks de taak van een Landelijke Toezichthouder Advocatuur (LTA), die zal bestaan uit drie advocaten die zijn vrijgesteld van hun werk als advocaat. De leden van de LTA worden benoemd door het College van Afgevaardigden, op voordracht van de Algemene Raad van de NOvA. Het feitelijke toezicht wordt onder gezag van de LTA uitgeoefend door toezichthouders die door de LTA worden aangewezen. Dat kunnen advocaten zijn, mits ze geen andere functies hebben binnen de NOvA of de lokale orden. Om lokale inbedding te bevorderen moet de LTA in elk geval een lokale toezichthouder aanwijzen. Dit betekent niet automatisch dat er, zoals nu het geval is, elf afzonderlijke lokale toezichthouders komen. De LTA kan ook één toezichthouder voor meerdere arrondissementen benoemen.

Verschillende rollen

Eerder werd bekend dat de minister het toezicht weg wil halen bij de dekens. Die staan in het nieuwe stelsel hun toezichtstaken inderdaad af. De landelijk toezichthouder wijst lokale toezichthouders aan die worden aangestuurd door de LTA. De lokale dekens blijven wel verantwoordelijk voor de klachtafhandeling.

In zijn brief van 26 september gaat de minister niet in de op de redenen voor de verandering. In juni deed hij dat wel. De minister vindt de instelling van de LTA nodig om criminele ondermijning tegen te gaan. Ook meent Weerwind dat de verschillende rollen van de lokale dekens tegenstrijdig kunnen zijn. “Het combineren van die verschillende taken en rollen kan in toenemende mate steeds lastiger worden”, schreef de minister in juni. Hij is bezorgd over de schijn van belangenverstrengeling.

Geen medewerking

De recente brief van Weerwind komt vijf dagen na het opstappen van Jeroen Kremers als Kroonlid van het College van Toezicht. Volgens Kremers staan de effectiviteit, onafhankelijkheid en transparantie van het toezicht onder druk. In zijn brief aan minister Weerwind schrijft Kremers dat het college al enige tijd geen medewerking meer krijgt van de Nederlandse orde van advocaten (NOvA).

Het stoort Kremers dat algemeen deken Robert Crince le Roy meerdere petten op heeft. Crince le Roy is voorzitter van Algemene Raad (het bestuur) van de NOvA, voorzitter van het College van Afgevaardigden (het ‘advocatenparlement’) en lid van het driekoppige College van Toezicht (CvT). De NOvA heeft de vacature voor de opvolger van Kremers opengesteld.

Binnen de geledingen van de advocatuur is in grote lijnen positief gereageerd op het voorstel van de minister. De NOvA steunt het voorstel om het toezicht op de advocatuur te beleggen bij een LTA, schrijft algemeen deken Robert Crince le Roy aan de minister. “Een landelijk toezichthouder is winst voor de samenleving, die erop moet kunnen vertrouwen dat
advocaten hun vak binnen de rechtsstaat niet alleen kwalitatief goed, maar ook integer uitvoeren zonder de vertrouwelijkheid te schaden,” meent Crince le Roy.

Voldoende afstand

Het college van afgevaardigden spreekt van “een afgewogen voorstel voor goed toezicht”. Als aandachtspunten signaleert het CvA onder meer “een goede wederzijdse uitwisseling van lokale signalen met de LTA, de beheersbaarheid van de kosten van de LTA en de bevoegdheden van de ‘blik van buiten’.”

In een reactie zegt het College van Toezicht “dat de minister belangrijke stappen zet voor de hervorming en de verdere versterking van het toezicht op de advocatuur.” Het college legt in zijn reactie meermaals de nadruk op de onafhankelijkheid van de toezichtsorganen. In een toelichting aan de redactie van Mr. zegt Kroonlid Roelie van Wijk van het CvT: “De LTA moet met voldoende afstand tot de beroepsgroep kunnen werken. Dat vindt het college belangrijk, vooral nu de LTA binnen de beroepsgroep wordt georganiseerd. Het moet duidelijk zijn wat de taak wordt van de toezichthouders die onder het bestuur van de LTA komen te staan en die niet per se advocaat hoeven te zijn of zijn geweest.  Dat geldt ook voor de taak van het toezichtsapparaat. Het moet klip en klaar zijn dat de onafhankelijkheid van de LTA ten opzichte van de beroepsgroep overtuigend wettelijk wordt vastgelegd.”

Verschillende achtergronden

Verder wijst het college op het belang van toezichthouders met verschillende achtergronden. “Niet alleen gegeven de aard van de werkzaamheden, maar ook om zo diversiteit in de organisatie te creëren die moet zorgen voor een breder perspectief op de uitvoering en tot tegenspraak.” Dit kan volgens het college worden gerealiseerd door in de wet, net als nu, te regelen dat advocaten zich ten opzichte van de toezichthouders niet kunnen beroepen op hun wettelijke geheimhoudingsplicht. “Daarnaast moet in de wet geregeld worden dat deze toezichthouders beschikken over een van de advocaat afgeleide geheimhoudingsplicht.”

Het CvT staat ook stil bij het feit dat niet de LTA, maar de dekens verantwoordelijk zijn voor de klachtenbehandeling. “Scheiding van toezicht en klachtenbehandeling kan goed werken, mits dit goed in de wet vastgelegd wordt,” stelt Roelie van Wijk. “Wel moet het voor iedereen helder zijn bij welk loket men terecht kan met een klacht of signaal.” Klachtenbehandeling, vervolgt Van Wijk, “kan belangrijke informatie opleveren voor het toezicht. Gelukkig ziet de minister dat ook, en wil hij regelen dat er informatie uitgewisseld moet worden tussen de lokale dekens en de toezichthouders. Ook dit moet goed in de wet vastgelegd worden.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lees meer over:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top