Mr. van de week: Janet van de Bunt

Delen:

Janet van de BuntMr. van de week is Janet van de Bunt. Zij adviseert over collectieve afwikkeling van massaschade, zoals die door fondsvorming, en onderzoekt het aansprakelijkheidsrecht als gastonderzoeker aan de Universiteit Leiden. Van de Bunt schreef het proefschrift Het rampenfonds dat zij daar in juni verdedigde. De handelseditie komt uit in september.

Uw onderzoek richt zich op de rampenfondsen vanuit het perspectief van het aansprakelijkheidsrecht. Waarom dit onderzoek?

Rampen en incidenten komen op grote schaal voor. Denk aan het schietincident in Alphen aan de Rijn, de crash van de MH17 of de monstertruck in Haaksbergen. Ook al is iemand aansprakelijk, door het karakter van de ramp krijgen slachtoffers hun schade via het aansprakelijkheidsrecht vaak niet vergoed of pas na heel lange tijd. In sommige gevallen heeft de overheid rampenfondsen opgericht. Naar de vraag of die fondsen wel voldoen, was nog niet eerder uitgebreid onderzoek verricht.

Een rampenfonds wordt opgericht om te voorkomen dat gedupeerden met lege handen staan als de aansprakelijke partij een kale kip is. Helpt zo’n fonds?

Een rampenfonds helpt als de overheid het financiert, zodat er voldoende middelen zijn om het fonds te voeden en slachtoffers te voldoen. Maar dan moet de procedure van het fonds wel op orde zijn, zodat de afwikkeling voor overheid en slachtoffer voorspoedig en snel verloopt.

U hield vier rampenfondsen tegen het licht: die voor de legionella-uitbraak in Bovenkarspel, de vuurwerkramp in Enschede, de dijkdoorbraak in Wilnis en de werknemers met asbestziekten. Wat is de belangrijkste les die we kunnen trekken?

Er zijn veel lessen te trekken. Fondsen zouden bewijsmiddelen moeten omschrijven. Dat maakt de procedure van een fonds laagdrempelig en de beoordeling van aanvragen eenvoudig. Daarnaast is het belangrijk materiële en procedurele normering toe te passen, zodat het fonds snel kan uitkeren en lage uitvoeringskosten heeft. En fondsen dienen slachtoffers goed voor te lichten, zodat de uitkering uit het rampenfonds tegemoet komt aan de verwachtingen.

Is de overheid eigenlijk verplicht een rampenfonds op te richten? Wanneer wel en wanneer niet?

Ja, ik vond aanknopingspunten voor een verplichting van de overheid in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Een rampenfonds moet worden opgericht als een ernstige inbreuk op het recht of leven of het recht op eigendom is gemaakt, terwijl een groot aantal personen betrokken is, iemand ervoor aansprakelijk is, een gecoördineerde inzet van hulpdiensten vereist is en het noodzakelijk is tussen te komen. Als de dader aansprakelijkheid erkent en voorschotten verstrekt aan slachtoffers, is het niet noodzakelijk een rampenfonds op te richten.

Als u het voor het zeggen had dan?

Zou er een structureel rampenfonds worden opgericht, waarin een team van deskundigen bestaande uit het ministerie van Binnenlandse Zaken, letselschadeadvocaten, Verbond van Verzekeraars, de Onderzoeksraad voor Veiligheid, schade-experts, wetenschappers en rechters samenwerkt. Dat fonds keert voorschotten uit aan slachtoffers, procedeert en verhaalt de schade op de dader, zodat het slachtoffer uiteindelijk alle schade vergoed krijgt.

Wat is het hoogtepunt in uw juridische carrière?

De verdediging van mijn proefschrift was met stip het hoogtepunt. Het bleek net zo feestelijk als trouwen, maar dan in je eentje.

Wat of wie is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?

Dat is zonder twijfel de filosoof Aristoteles, die het begrip praktische wijsheid (phronesis) onderscheidde. Bij het schrijven van mijn proefschrift heb ik mij niet alleen laten leiden door het positieve recht (Aristoteles’ techne) en de rechtstheorie (episteme), maar ook door de praktijk, de ervaringen die met rampen zijn opgedaan. Dat mijn bevindingen zouden overeenstemmen met de werkelijkheid vond ik erg belangrijk.

Als u aan uw 6-jarige buurmeisje moet uitleggen wat uw werk inhoudt, wat zegt u dan?

Dat ik een boek heb geschreven over mensen die iets heel ergs hebben meegemaakt. Mijn dochter, die ik dat ook heb verteld, zei me toen ze zes werd en had leren schrijven: ‘Mama, nu kan ik je helpen!’.

Welke juridische website raadpleegt u vaak?

Legal intelligence, rechtspraak.nl en curia.europa.eu.

Welk boek las u het laatst?

De tolk van Java van Alfred Birney. Ik heb het in een ruk uitgelezen. Een intrigerend, maar ook informatief boek over de gewelddadige relatie tussen vader en zoon onder andere tegen de achtergrond van de politionele acties in Indonesië. Het laat je twijfelen over wat nu ‘goed’ en wat ‘fout’ is.

Met wie zou u een gevangeniscel willen delen?

Met mijn vader, die al een tijd overleden is. Ik zou hem veel te vertellen en te vragen hebben.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven