Mr. van de Week: Nico Verheij

Delen:

Nico Verheij

Mr. van de Week is Nico Verheij. Sinds 1 december is hij de nieuwe voorzitter van de Vreemdelingenkamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarvoor was hij wetgevingsjurist, deeltijdhoogleraar en sinds 2011 staatsraad bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

U bent ruim vijf jaar staatsraad, ook in de Vreemdelingenkamer. Komt een benoeming tot voorzitter dan wat vroeg of juist wat laat?

Precies op tijd. Anders was ik het niet geworden. ‘Wat laat’ suggereert trouwens ten onrechte dat iemand na een aantal dienstjaren aanspraak op zo’n post zou hebben. Een kandidaat moet allereerst inhoudelijk bij zo’n vacature passen. Voldoende ervaring is dan van belang, maar lang niet de enige factor. De tijd dat anciënniteit bepaalde wie voorzitter werd, is ook bij de Afdeling bestuursrechtspraak allang voorbij.

Recht en politiek liggen misschien nergens wel zo dicht bij elkaar dan op vreemdelingengebied. Hoe garandeert u rechtsstatelijkheid in tijden van populisme?

Garanderen kun je niks. Je kunt slechts je stinkende best doen om het ambt en ambacht van rechter zo zorgvuldig en integer mogelijk uit te oefenen en te blijven staan voor de waarden van de rechtsstaat. Misschien zouden we wel meer kunnen doen om in begrijpelijke taal uit te leggen wat die waarden zijn en waarom zij belangrijk zijn. Ik heb thuis allerlei populair-wetenschappelijke boeken waarin natuurkundigen, geologen en biologen hun vak uitleggen voor de geïnteresseerde leek. Dat doen wij misschien te weinig. Als het met quantummechanica kan, moet het toch ook met recht lukken?

In een onderzoek omschreef hoogleraar Thomas Spijkerboer de Afdeling Bestuursrechtspraak als een ‘beteugelde activist’. Is dat een compliment?

Dat weet ik niet. Spijkerboer heeft nooit helder uitgelegd wat hij met dat etiket bedoelt. Het zal wel niet als compliment bedoeld zijn. Maar Spijkerboer leest wel vaker dingen in onze uitspraken die er niet staan.

In de vreemdelingenadvocatuur gaat deze stelling rond: de Afdeling wijst verblijfsvergunningen af als het kan en kent ze pas toe als het moet. Dat deelt u vast niet.

Natuurlijk niet. Al was het maar omdat iedereen die zich jurist wil noemen, behoort te weten dat de rechter geen verblijfsvergunningen verleent of weigert. Dat doet de minister of staatssecretaris. De rechter toetst slechts of de minister of staatssecretaris daarbij binnen de grenzen van het recht is gebleven. Als privépersoon wens ik ook wel eens dat dat recht of het beleid anders zouden luiden, maar als rechter ga ik daar nu eenmaal niet over.

Als u het voor het zeggen had dan…?

Zou mobiel telefoneren niet slechts in de auto, maar ook in de trein verboden worden. Zou morgen de algehele wereldvrede uitbreken, zou Ajax ieder jaar de Champions League winnen en zouden advocaten beknopte stukken schrijven. Maar de meeste dromen zijn bedrog, helaas.

Wat is het hoogtepunt in uw juridische carrière?

Mijn eerste gepubliceerde artikel in 1985. Mijn debuut als vaste annotator voor de AB in 1993. De inwerkingtreding van de Awb op 1 januari 1994. De inwerkingtreding van de derde tranche van de Awb op 1 januari 1998. De Kamerdebatten over de Vreemdelingenwet 2000. De verdediging van mijn VAR-preadvies in 1999. De oprichting van de Academie voor Wetgeving in 2000. Mijn benoeming tot hoogleraar in 2003. Mijn benoeming in de Afdeling bestuursrechtspraak in 2011. De SNS-zaak in 2013. Een zaak over de asielaanvragen van Congolese getuigen voor het Internationaal Strafhof. De grote kamer-zaak over het bestuursorgaanbegrip. De alcoholslotzaak in 2015. Mijn benoeming tot voorzitter van de Vreemdelingenkamer in 2016. Ik heb eigenlijk alleen maar hoogtepunten gekend. Historisch gezien is de Awb waarschijnlijk de belangrijkste gebeurtenis waarin ik een aandeel mocht hebben. But it ain’t over ‘til it’s over.

Wat of wie is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?

Ik heb van veel mensen veel geleerd. Maar de belangrijke dingen – respect voor mensen en mensenrechten, betrokkenheid bij de publieke zaak, analytisch vermogen en taalgevoel, leeshonger en schrijflust, ambitie en werklust – heb ik allemaal van huis uit meegekregen, Mijn ouders, dus. Ik ben niet letterlijk, maar wel figuurlijk een zondagskind.

Welk wetsartikel vindt u het mooist?

Tot 2002 bevatte de oude Wet op de rechterlijke organisatie een artikel 89 dat de Hoge Raad in eerste en enige aanleg – dus als feitenrechter! – bevoegd verklaarde in ‘zaken van prijs en buit en lettres de marque’. Toen mijn collega’s op de Directie Wetgeving van het ministerie van Justitie een nieuwe Wet RO moesten maken, wisten zij niet waar dat artikel over ging. Maar als Zeeuw en zoon van een zeeman wist ik dat wel. Een prijs is een veroverd schip en ‘lettres de marque’ zijn kaperbrieven. In moderne bestuursrechtelijke termen: vergunningen om in oorlogstijd vijandelijke koopvaardijschepen te veroveren en te plunderen. Deze kaapvaart was eeuwenlang een legitieme bedrijfstak. Zeerovers waren uitschot, maar kapers waren eerzame ondernemers. In Nederland bloeide deze kaapvaart vooral ook in Zeeland. Vandaar waarschijnlijk dat de Hoge Raad van Holland en Zeeland – voorloper van onze Hoge Raad – bevoegd was om eventuele geschillen over de verdeling van de buit te beslissen. Ik vind dat wij dergelijke mooie historische curiosa niet moeten afschaffen, maar moeten onderbrengen in een aparte Wet op de Juridische Monumentenzorg.

Welke juridische website raadpleegt u vaak?

De voor de hand liggende: wetten.nl, rechtspraak.nl, raadvanstate.nl, EUR-Lex en de sites van het Hof van Justitie en het EHRM.

Welk boek las u het laatst?

Lincoln Paine, The Sea and Civilization – a maritime history of the world. Ik ben van jongsafaan dol op geschiedenis. Hegel heeft ooit gezegd dat je van de geschiedenis slechts kunt leren dat mensen nooit iets van de geschiedenis leren, maar ik begrijp niet hoe je onze wereld zou kunnen begrijpen zonder te weten waar wij vandaan komen. Paine is een Amerikaanse historicus die in kaart brengt hoe zeevaart de ontwikkeling van menselijke beschavingen heeft beïnvloed. Die invloed is enorm. Zeevaart was eeuwenlang wat het internet nu is: het zorgde voor communicatie tussen geografisch gescheiden gemeenschappen.

Het boek daarvoor was Life, de autobiografie van Keith Richards. Die beschrijft onder meer het magische moment in 1961 waarop Keith op het station van zijn woonplaats Dartford een jongeman ontmoette die hem aansprak omdat hij een plaat van Chuck Berry bij zich had. Die jongeman heette Mick Jagger. The rest is history.

Met wie zou u een gevangeniscel willen delen?

Keith Richards. Mits hij zijn gitaar meeneemt.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven