Mr. van de week: Tonnie Plas

Delen:

Mr. van de week is Tonnie Plas, advocaat bij het Groningse kantoor PlasBossinade. Op 7 oktober 1966 werd hij beëdigd en op zijn 78ste is hij – na vijftig jaar – nog steeds actief als advocaat.

Wat kunt u zich nog herinneren van uw beëdiging, een halve eeuw geleden?

Het enige dat ik mij herinner is, dat ik werd beëdigd door de toenmalige president van de rechtbank, mr. Van Groeningen. Ik zal zeker zeer nerveus zijn geweest. Het was tenslotte mijn eerste beëdiging.

De meest markante president die ik heb meegemaakt was mr. dr. G. Overdiep. Hij sprak recht, met name in kort gedingen, naar hetgeen hij redelijk en billijk vond, ongeacht uitspraken van hogere rechters. Men zei dat mr. Overdiep recht sprak naar het ‘Gronings landrecht’. Toen iemand eens opmerkte dat de vonnissen van mr. Overdiep toch vaak in hoger beroep ‘over de kop gingen’, antwoordde hij: ‘Dan hebben die vonnissen reeds lang hun zegenrijkwerk verricht.’

U werd pas advocaat op uw 28ste. Zo lang gestudeerd?

Op mijn 17de behaalde ik mijn MULO-diploma. Al gauw kreeg ik een baantje als jongste bediende op de administratie van een handel in bouwmaterialen. ’s Avonds volgde ik de Middelbare Handelsavondschool, waarvan ik het diploma op mijn 19de uitgereikt kreeg. Op advies van een oom, die predikant was, bezocht ik vervolgens het Avondgymnasium. Naast een 40-urige werkweek was dat pas hard werken! Ik behaalde het staatsexamen gymnasium op mijn 24ste. De rechtenstudie voltooide ik vervolgens in vier jaar.

Welke positieve ontwikkelingen heeft de advocatuur volgens u in die halve eeuw doorgemaakt?

De advocatuur heeft grote vooruitgang geboekt met de beroepsopleiding en vervolgens de verplichte permanente opleiding. Daarmee is de professionaliteit en de kwaliteit van de advocatuur sterk toegenomen. Een andere positieve ontwikkeling is de specialisatie. Nu het recht evenals het heelal steeds maar uitdijt, is specialisatie een noodzaak, waarbij het overigens van groot belang is dat beginnende advocaten op zijn minst ruiken aan andere rechtsgebieden dan waarop zij zich speciaal richten.

Welke negatieve ontwikkelingen?

Een nadelige ontwikkeling vind ik steeds toenemende regelzucht binnen de advocatuur en de daarmee gepaard gaande bureaucratie. Men is enerzijds vervuld van wantrouwen en anderzijds behept met de misvatting dat meer regels de wereld van de advocatuur veiliger zouden maken. Een kosten-batenanalyse naar het resultaat van de gegroeide regelgeving lijkt mij zeer wenselijk. Daar zou wel eens uit kunnen komen dat de extra controlemaatregelen die in de afgelopen vijftig jaar zijn uitgevaardigd veel meer moeite en tijd hebben gekost dan dat zij hebben opgeleverd.

Jammer vind ik dat de gefinancierde rechtshulp van overheidswege steeds meer wordt beperkt. Daarmee wordt tekortgedaan aan artikel 18 lid 1 van de Grondwet: ‘Ieder kan zich in rechte en in administratief beroep doen bijstaan.’

Bent u iemand die zegt: vroeger was alles beter?

In het algemeen gesproken vind ik dat de kwaliteit van de advocatuur de laatste vijftig jaar vooruit is gegaan, hoewel het niet gezelliger is geworden. Dit komt vooral doordat het officium nobile soms wordt onteerd door winstzucht.

Als u het voor het zeggen had dan…?

Dan zou ik het maken van ellenlange ingewikkelde contracten met eindeloze definities, gebaseerd op Engelse en Amerikaanse gebruiken, afschaffen. Ik meen dat van Deterding, de man die Shell groot heeft gemaakt, de uitspraak is: ‘Hoe uitvoeriger het contract, hoe groter de kans om er onderuit te komen.’

Wat is het hoogtepunt in uw juridische carrière?

Een erg positieve ontwikkeling en voor die tijd (1996) uniek vond ik – voor ons kantoor – het bijeenbrengen van de advocatuur en het notariaat met daaraan toegevoegd de fiscale advocatuur en bedrijfsadvisering. Ik heb me hier binnen kantoor hard voor gemaakt en die ‘full service’ heeft zeker zijn vruchten afgeworpen.

Nog een hoogtepunt: in de eerste brochure van ons kantoor schreven wij onder meer dat wij als het even kan voor onze cliënten geschillen trachten te voorkomen en/of op te lossen, maar als het moet voor onze cliënten zullen procederen ‘op het scherp van de snede’. De bevestiging hiervan kreeg ik onlangs in een tegen een kantoorgenoot en mij aanhangig gemaakte klachtzaak bij de tuchtrechter, welke klacht overigens werd afgewezen. Waarbij de Raad van Discipline onder meer opmerkte dat mijn kantoorgenoot en ik tot op het scherp van de snede hadden geprocedeerd. Een mooier compliment kun je toch niet krijgen.

Wat of wie is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?

Een van mijn inspiratiebronnen is wijlen mr. R.A. Vos, de oprichter van het kantoor waar ik werk. In mijn begintijd in de advocatuur heette het kantoor Vos, Seidel & Van der Minne. R.A. Vos was niet alleen een scherp jurist, maar ook een voortreffelijk literator (zijn processtukken waren proza) en bovenal een begaafd acteur. Hij was in staat met zijn pleidooien de rechter in schijnbaar hopeloze zaken aan zijn kant te krijgen.

Welk wetsartikel vindt u het mooist?

De artikelen 6:248 BW (redelijkheid en billijkheid) en 3:35 BW (vertrouwensleer) en het Haviltex-arrest hebben het vak van advocaat nog spannender gemaakt dan het al was.

Welk boek las u het laatst?

Judas van Amos Oz.

Met wie zou u een gevangeniscel willen delen?

Met niemand.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Scroll naar boven