Procedure Hoge Raadbenoemingen moet transparanter

Delen:

De procedure rond de benoeming van leden van de Hoge Raad moet transparanter. Echter zonder dat degenen die op de voordracht staan het gevaar lopen beschadigd te worden. Dat was de voornaamste conclusie van het Montesquieu-debat dat gisteren in Den Haag plaatsvond.

Hoewel aangekondigd als een debat over de politisering van de rechtspraak, draaide de discussie met name over de recente gang van zaken rond de benoeming van twee raadsheren in de Hoge Raad. In het eerste geval ging het over Ivo Buruma, wiens kandidatuur door de PVV zo discutabel werd geacht dat voor het eerst in de geschiedenis een hoofdelijke stemming in de Tweede Kamer plaatsvond over dit onderwerp en bij het tweede geval handelde het om de kandidatuur van AG Diederik Aben die destijds kanttekeningen had geplaatst bij de wraking van rechters tijdens het Wildersproces. De kandidatuur van Aben werd uiteindelijk ingetrokken door de Hoge Raad zelf ter vermijding van complicaties.

 

De discussie begon met een flink partijtje fact finding. Wat was er nu precies gebeurt tijdens de inmiddels beruchte vergadering van de vaste kamercommissie V&J. En op grond waarvan besloot HR-president Geert Corstens nu precies de voordracht te wijzigen? Het aanwezige PVV-kamerlid Lilian Helder (oud advocaat) ontkende het lek te zijn waarop NRC Handelsblad in december de berichtgeving over dit onderwerp had gebaseerd, iets wat overigens ook niet door aanwezig NRC-journalist Marcel Haenen was gesuggereerd. Zij zou zelfs een gang naar de Raad voor de Journalistiek hebben overwogen, maar in overleg met collega’s en met Corstens hiervan afgezien omdat de zaak daardoor alleen maar groter zou worden. Collega Kamerlid (PvdA) en voormalig rechter Jeroen Recourt deed er nog een schepje op door te verklaren dat ook hij de berichtgeving in de NRC onjuist vindt, maar kon en mocht vanwege de vertrouwelijkheid verder niets zeggen.

Niet leuk voor NRC-verslaggever Marcel Haenen, lid van het forum, die het nog wat zwaarder te verduren kreeg toen hij poneerde dat Corstens naar aanleiding van het artikel in de NRC persoonlijk alle raadsheren zou zijn langs geweest  om ze elk persoonlijk te vragen of zij het lek waren geweest. Een bewering die staande de bijeenkomst werd weersproken door kersvers raadsheer Buruma, maar ook door diens collega Jan Willem Ilsink die de bron van Haenen omschreef als de dikste vinger aan diens rechterhand: “Ik word hier echt een beetje kwaad van. U heeft werkelijk geen idee waar u het over heeft. Het is klinkklare onzin.”  Haenen kon hier ietwat verongelijkt niets anders tegenover stellen dan dat hij geen reden had te twijfelen aan zijn bron.

Ilsink was overigens goed op dreef, want ook de aanwezige kamerleden (naast Helder en Recourt ook de CDA-er Coskun Çörüz) werden door hem met kracht toegesproken: “Ik heb nog steeds geen antwoord op welke gronden de voordracht discutabel was. Is het dus niet zo dat de hele besluitvorming op z’n jan boerenfluitjes is gegaan? Ik vind dit buitengewoon onbevredigend. Kom dan eens met die criteria. Anders gebeuren er nog meer ongelukken. Er is er nu eentje afgeschoten, Aben, maar wat is er mis met die man. Niets toch? Of wel soms? Vertel het me. Nee, dit is een zeer zwakke vertoning van de dames en heren Kamerleden die nog steeds geen verantwoording afgelegd hebben over hun handelswijze.”

NVvR-voorman Reinier van Zutphen, nooit te beroerd voor een gepeperde uitspraak, beschuldigde de Kamerleden ervan een al 100 jaar bestaande praktijk, gebaseerd op ‘checks and balances’ te hebben verstoord door de recente gebeurtenissen. Hij pleitte voor een herstel daarvan, en een veel transparanter procedure, vergelijkbaar aan die van raadsheren bij de Europese hoven. Hierbij wordt in een vroeg stadium, mede met inbreng van volksvertegenwoordigers vastgesteld of alle kandidaten voldoen aan de inhoudelijke vereisten, en pas dan vindt discussie plaats over welke persoon het zou moeten worden. Op die manier zou beschadiging van personen worden voorkomen.

Iets waar Buruma Van Zutphen in bijviel. Volgens Buruma kan te grote openbaarheid er toe leiden dat bepaalde kandidaten zullen afhaken omdat ze geen trek hebben in de nieuwe trend van meer publiciteit rond dit soort benoemingen: “Ik heb dat nu zelf ook ervaren en het was een vreemde ervaring om te zien hoe met name de digitale media hiermee omspringen. Er wordt echt heel diep in je verleden gegraven en dan komen er ook dingen naar boven die je zelf als privé beschouwt. Dat is kennelijk onvermijdelijk maar daar moet je wel zin in hebben.”

Hoewel er na dit onderwerp nog wat gebabbeld werd over de vermeende schending van de trias politica was de fut uit het debat er toen wel uit. Maar niet nadat de Groningse hoogleraar rechtssociologie Hertogh nog een mooie uitsmijter had uitgesproken over de politisering van de rechtspraak: “Politisering met een kleine letter is prima. Dan gaat het over het verschijnsel dat tegenwoordig iedereen een mening overal over wil of moet hebben. Dus ook over de rechtspraak. En daar is niets mis mee. Politisering met een grote P is de politiek die zich bemoeit met de rechterlijke macht. En daar moeten we voorzichtig mee zijn. Maar ook weer nietzo dat we bij elk wissewasje gaan zwaaien met trias politica. Er mag ook best wel wat ontspanning komen in het debat.”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven