Rechter, tevens advocaat Pels Rijcken, is niet partijdig in advocatengeschil

Het feit dat een rechter-plaatsvervanger óók advocaat is bij het kantoor van de landsadvocaat, en moet oordelen over een conflict tussen een advocaat en de Algemene Raad, maakt hem nog niet partijdig. Dat oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onlangs.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Rechter, tevens advocaat Pels Rijcken, is niet partijdig in advocatengeschil - Mr-online
Foto: Paul Brennan/Pixabay

De man had op latere leeftijd rechten gestudeerd en werd in 2011 als advocaat beëdigd. Maar omdat hij niet binnen de wettelijke termijn de beroepsopleiding wist te voltooien, werd hij van het tableau geschrapt. In 2015 werd hij opnieuw beëdigd maar ook toen verliep de opleiding niet gladjes. Drie keer haalde hij een onvoldoende voor het vak jaarrekening lezen én voor het vak minor burgerlijk recht. De consequentie daarvan zou voor hem ‘onbillijk’ zijn, vond hij (namelijk: weer schrapping), Omdat er zich ‘nieuwe feiten en omstandigheden’ hadden voorgedaan, vroeg hij voor beide vakken een herkansing aan. De Algemene Raad wees dat af. De man ging in beroep bij de rechtbank Gelderland (voorzieningenrechter) en nadien in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Scheiding der machten

Daar betoogde hij dat de voorzieningenrechter functies buiten de rechterlijke macht bekleedt die onverenigbaar zijn met de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechtspraak. Daar kwam hij pas later achter, reden dat hij hem niet tijdens de zitting heeft gewraakt. De voorzieningenrechter was als advocaat-partner verbonden aan het Haagse kantoor Pels Rijcken. Omdat de landsadvocaat nooit tegen de Staat mag optreden, getuigt dit van een nauwe betrokkenheid bij de uitvoerende en wetgevende macht, aldus de man. Verder was deze rechter vroeger stafjurist bij de Raad van State, die toen nog niet was gesplitst in de Afdeling bestuursrechtspraak en de Afdeling advisering. Volgens de man is dat in strijd met de scheiding der machten. Ook stoorde het de man dat de gemachtigde van de Algemene Raad (Marian Veenboer) en de voorzieningenrechter (wiens naam niet wordt genoemd in de uitspraak van de Afdeling) dertien jaar collega’s zijn geweest bij de Nederlandse Orde van Advocaten. Tot slot was het volgens de man niet acceptabel dat de voorzieningenrechter ook docent is bij de postacademische specialisatieopleiding Ruimtelijke Ordening en Milieurecht van de Grotius Academie, een instantie die volgens de man een samenwerkingsverband heeft met de Algemene Raad. Kortom: de voorzieningenrechter was partijdig en hij had zich moeten verschonen. Nu hij dit niet heeft gedaan, is geen sprake van een eerlijk proces.

Geen schijn van partijdigheid

De Afdeling bestuursrechtspraak verwijst naar vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het is in algemene zin niet bezwaarlijk dat rechter-plaatsvervangers buiten de rechtsprekende macht een hoofdbetrekking bekleden, ook als advocaat. Dat deze voorzieningenrechter te dicht op de uitvoerende en wetgevende macht staat omdat hij is verbonden aan het kantoor van de landsadvocaat, gaat de Afdeling te ver. Dat geldt ook voor zijn vroegere functie als stafjurist bij de Raad van State: ook dat is niet in strijd met de scheiding van machten en dat is bovendien lang geleden. Ook is niet gebleken dat de voorzieningenrechter als advocaat voor de Algemene Raad of de NOvA heeft opgetreden. Hij is alleen, als advocaat, verplicht lid van de NOvA. “De Algemene Raad staat weliswaar aan het hoofd van de NOvA”, schrijft de Afdeling, “maar is een zelfstandige entiteit. De afstand met de individuele leden van de NOvA is zodanig groot dat in het lidmaatschap van de NOvA van de voorzieningenrechter geen grond is gelegen voor de schijn van objectieve partijdigheid bij het optreden als rechter in een geding waarbij de Algemene Raad partij is. Verder is niet aannemelijk geworden dat de gemachtigde van de Algemene Raad en de voorzieningenrechter elkaar kennen van de periode dat laatstgenoemde lid is geweest van een werkgroep van de NOvA. Ook is niet gebleken dat hun respectievelijke werkzaamheden elkaar raakten. Van de beweerdelijke collegialiteit is daarom geen sprake.” De rechterlijke partijdigheid is verder ook niet geschaad door de nevenfunctie van de rechter als docent bij de Grotius Academie. Kortom: van schijn van partijdigheid is geen sprake en deze voorzieningenrechter mocht de zaak gerust behandelen.

Geen nieuwe feiten

De Afdeling ziet overigens geen ‘nieuwe feiten en omstandigheden’ op basis waarvan de man een herkansing zou moeten worden gegund. Het Examenreglement beroepsopleiding advocaten is dan wel ergens gewijzigd, wat een ‘nieuw feit’ zou zijn, maar dat heeft geen betrekking op het aantal toetskansen, dat is hetzelfde gebleven. De man noemt zijn psychische en fysieke klachten en de financiële gevolgen daarvan – allemaal vanwege de coronapandemie – ook ‘nieuwe feiten en omstandigheden’. Maar nieuw is dat niet, aldus de Afdeling: dat is al eerder in de procedure aan de orde geweest en toen in de afweging meegenomen. Zelfs het overheidsbeleid naar aanleiding van de coronacrisis voert de man aan als ‘nieuwe omstandigheden’ maar dat veegt de Afdeling direct van tafel. Tot slot slaagt zijn beroep op de hardheidsclausule ook niet. Dat is in de afgelopen twee jaar één keer gehonoreerd – toen ging het om een posttraumatische stressstoornis bij een advocaat die opleidingsgerelateerd was. De advocaat in spé die nu de hardheidsclausule inroept lijdt ook aan PTSS maar die vindt zijn oorsprong niet in de beroepsopleiding. Het gelijkheidsbeginsel wordt dus niet geschonden.

Omdat er geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn aangevoerd, krijgt de man geen extra toetskans voor die twee vakken.

Lees hier de hele uitspraak.

Meer weten over deze organisatie(s)?

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top