Rechter wil constitutionele toetsing

De Raad voor de rechtspraak vindt dat het de Nederlandse rechter mogelijk gemaakt moet worden om wetten te toetsen aan de Grondwet. Ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) wil een vorm van constitutionele toetsing.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Depositphotos_409680432_S-600929da
Naar een constitutioneel hof à la het Bundesverfassungsgericht? (foto: depositphotos)

Over een aantal onderwerpen op het gebied van staatsrechtelijke vernieuwing verstomt de discussie nooit; zo stemt binnenkort de Tweede Kamer wéér – en waarschijnlijk vergeefs – over invoering van het correctief referendum. Ook constitutionele toetsing, beoordeling door de rechter of wetten in overeenstemming zijn met de Grondwet, is zo’n terugkerend thema.

Toetsingsverbod

Artikel 120 van de Grondwet (“De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen”), staat daaraan in de weg. Het debat over schrapping van het artikel of in ieder geval aanpassing, zoals het initiatiefvoorstel-Halsema dat toetsing aan de grondrechten ex Hoofdstuk 1 van de Grondwet mogelijk moest maken, laait eens in de zoveel tijd weer op. De omstandigheid dat de rechter Nederlandse wetten wél mag (en moet) toetsen aan verdragen, zwakt de materiële meerwaarde van het toetsingsverbod af.

Uitwerking

Het stond opgenomen in het coalitieakkoord, zoals dat halverwege december door de formerende partijen van het kabinet-Rutte IV werd gepresenteerd: “We nemen de uitwerking van constitutionele toetsing ter hand, in lijn met het advies van de staatscommissie Parlementair stelsel, waarbij we kijken welke vormgeving het best aansluit bij het Nederlandse rechtssysteem.”

De ietwat vage woordkeuze ‘ter hand nemen’ bleek geen manier om een loze belofte te verdoezelen. De ministers van respectievelijk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Hanke Bruins Slot, CDA) en voor Rechtsbescherming (Franc Weerwind, D66) willen rond de zomer een hoofdlijnennotitie presenteren over de materie. Daartoe vroegen zij onlangs de Raad voor de rechtspraak en de Raad van State om een zienswijze.

Rechtsstaat en -bescherming

En die reageren positief. Volgens de Raad voor de rechtspraak zou constitutionele toetsing meer dan thans het geval is, waarborgen bieden “voor een goed functioneren van de democratische rechtsstaat”, en zou het “de rechtsbescherming van de burger in het concrete geval” versterken.

Verder zou  het de maatschappelijke zichtbaarheid en de symbolische waarde van de Grondwet ten goede komen, een impuls geven aan de aandacht voor de wetgevingskwaliteit in het wetgevingsproces, en kansen bieden om de Grondwet te laten meebewegen met (maatschappelijke) ontwikkelingen en rechtsopvattingen. Ook het gegeven dat in de meeste democratieën een toetsende rol is weggelegd voor de rechter, legt gewicht in de schaal.

De Rechtspraak vindt dat er in ieder geval getoetst moet kunnen worden aan de klassieke grondrechten, maar vindt het niet ondenkbaar dat sociale grondrechten en institutionele bepalingen hierbij worden genomen. De bevoegdheid zou belegd moeten worden bij de gewone rechter oftewel álle rechters, en niet door een hiervoor speciaal op te richten constitutioneel hof naar de stijl van het Duitse Bundesverfassungsgericht te Karlsruhe.

Voorzichtig positief

Bart Jan van Ettekoven diende een zienswijze in namens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), waarvan hij de voorzitter is. Hij houdt enige slagen om de arm: de hoogste algemene bestuursrechter van het land behoudt zich graag het recht voor om een afzonderlijke zienswijze over het uiteindelijke concrete voorstel te geven, en wil op geen enkele manier vooruitlopen op het advies dat de Afdeling advisering van de Raad van State over het wetsvoorstel zal uitbrengen (zoals over elk wetsvoorstel).

Maar ook vanaf de Kneuterdijk, waar de Raad van State kantoor houdt, wordt in beginsel groen licht gegeven voor actie op dit vlak. “Alles overziend ziet ondergetekende meerwaarde in (een vorm van) rechterlijke constitutionele toetsing”, schrijft van Ettekoven in zijn brief aan minister Weerwind. Ook hij meent dat gespreide toetsing door alle rechters goed aansluit bij het huidige Nederlandse rechtsstelsel. Wat betreft materiële component – aan welke normen moet getoetst kunnen worden? – denkt hij in de eerste plaatst aan de klassieke grondrechten.

Eindstreep

Het wachten is op de hoofdlijnennotitie van de verantwoordelijke ministers. Met de rechters aan hun zijde kunnen deze zich zeker gesterkt voelen. Maar of artikel 120 het zal moeten ontgelden, valt te betwijfelen. Grondwetswijzigingsvoorstellen, zeker over fundamentele zaken als constitutionele toetsing, halen nu eenmaal zelden de eindstreep.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top