Partnerbijdrage van

Rechtspersoon kan ook na ontbinding en vereffening doorprocederen

De afgelopen maand zijn er in Permanent Actueel Ondernemingsrecht verschillende ontwikkelingen voorbijgekomen die invloed kunnen hebben op jouw dagelijkse werkzaamheden. Omdat we het belangrijk vinden dat jij, als advocaat, deze ontwikkelingen ook meekrijgt, hebben we de belangrijkste uitspraken/wetswijzigingen kort voor je samengevat.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

1. Rechtspersoon kan ook na ontbinding en vereffening doorprocederen

Een rechtspersoon kan onder omstandigheden doorprocederen in een lopende procedure, zelfs na een ontbinding en vereffening. Een processueel voortbestaan kan nodig zijn om een eventuele heropening van de vereffening mogelijk te maken. Dit heeft de AG in een conclusie aan de Hoge Raad duidelijk gemaakt.

Volgens de AG is voortzetting soms mogelijk na het eindigen van het faillissement en na de vereffening van het vermogen van een rechtspersoon.  Het einde van de rechtspersoon kan relatief zijn en er kan een gerechtvaardigd belang zijn bij doorprocederen. Volgens de AG zijn er aanwijzingen in de rechtspraak dat een ontbonden rechtspersoon als gedaagde of verweerder kan optreden, zelfs als de vereffening niet is heropend.

2. WACMA alleen van toepassing bij gebeurtenissen na 15 november 2016

De Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) is alleen van toepassing op gebeurtenissen die plaatsvinden na 15 november 2016. Dit heeft de rechtbank Amsterdam in twee tussenbeslissingen duidelijk gemaakt.

Het gaat hier om twee zaken tussen een claimstichting voor autobezitters en twee autoconcerns die sjoemelsoftware hebben ontwikkeld.  De ontwikkeling van de sjoemelsoftware vond voor 15 november 2016 plaats. De rechtbank oordeelt daarom dat de WAMCA niet van toepassing is. De claimstichting kan dus geen schadevergoeding eisen in de collectieve actie. Oordeelt de rechtbank dat de bedrijven onrechtmatig hebben gehandeld? Dan moeten de autobezitters zelf een schadevergoeding eisen. Zo’n oordeel kan ook de basis vormen voor onderhandelingen over de collectieve schadeafwikkeling.

3. Liquidatieregime geldt bij vaststelling schadevergoeding

Een verschuldigde schadevergoeding wordt bij ontbinding vastgesteld op grond van artikel 6:277 BW. Is een samenwerking beëindigd? Dan geldt het liquidatiescenario bij vaststelling van de schadevergoeding en niet het voortzettingsscenario. Dit heeft de AG in een conclusie aan de Hoge Raad duidelijk gemaakt.

4. Uitleg verzekeringspolis ook afhankelijk van objectieve factoren

De uitleg van een verzekeringspolis is niet alleen afhankelijk van de tekst, maar ook van objectieve factoren. Staat in de verzekeringspolis geen causaliteitsmaatstaf? Dan is de rechter niet verplicht de aanwezigheid van het causale verband aan de hand van de dominant cause leer te onderzoeken. Dit heeft de AG in een conclusie aan de Hoge Raad duidelijk gemaakt

5. Rechtbank kan billijke verhoging toewijzen bij uittredingseis

Schaadt het handelen van één of meerdere medeaandeelhouders een aandeelhouder in zijn rechten en belangen? Dan kan de rechter een uittredingseis toewijzen. Het kan dan in redelijkheid niet meer van de aandeelhouder worden gevraagd het aandeelhouderschap voort te zetten. De rechtbank kan ook een billijke vergoeding toewijzen. Dit kan als door het handelen van de medeaandeelhouder de waarde van de aandelen verminderd is en deze waardevermindering niet voor rekening van de aandeelhouder moet blijven. Dit heeft de rechtbank Amsterdam duidelijk gemaakt.

6. Onrechtmatige daad groepslid voorwaarde voor groepsaansprakelijkheid

Voor een geslaagd beroep op de groepsaansprakelijkheid van artikel 6:166 BW moet ten minste één groepslid een onrechtmatige daad hebben gepleegd. Ook gelden er nog drie aanvullende voorwaarden. Dit heeft het gerechtshof Den Haag duidelijk gemaakt.

7. Verdeling van vof volgens wet als niets is geregeld in vennootschapsakte

Is in de vennootschapsakte van een vof niets geregeld over de manier van verdeling bij ontbinding? En kan de rechter dat niet vaststellen op basis van de feiten en omstandigheden? Dan verdeelt de rechter de vof volgens de wet. Dit heeft de rechtbank Noord-Nederland duidelijk gemaakt.

Gratis 10 PO-punten bij Hoffelijk Juridisch!

Wil jij vanaf nu ook altijd op de hoogte blijven van de ontwikkelingen binnen je rechtsgebied(en) en tegelijkertijd je benodigde opleidingspunten behalen? Schrijf je dan nu in voor een jaar lang gratis Permanent Actueel, met behulp van de subsidieregeling NL leert door, en behaal kosteloos 10 PO-punten.

 

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top