Willem Jan Ausma

Rechtspraak wel en advocatuur geen extra geld

Waarom worden de tekorten van de rechtspraak na het versturen van een brandbrief zonder morren aangevuld en lukt het de advocatuur maar niet de minister hiertoe te bewegen. Speelt draagvlak en beeldvorming hierbij een rol? Onlangs ventileerde John van den Heuvel in zijn column in De Telegraaf zijn zienswijze op een deel van de advocatuur. Dit naar aanleiding van de nieuwe plannen van minister Dekker en het optreden in de media van de advocaat van Jos B..

Ook Van den Heuvel ziet de nieuwe plannen als de doodsteek voor vele advocatenkantoren die zich in zwaar weer bevinden. Als oorzaak wijst hij erop dat de subsidieruif is leeggegeten door advocaten die in asielzaken tegen beter weten in blijven doorprocederen en strafrechtadvocaten die op toevoeging vermogende criminelen bijstaan. Vanuit dat perspectief valt er wat van te zeggen dat het huidige stelsel aanleiding geeft om (door) te procederen in plaats van zaken voortijdig te schikken of rechtszoekenden te wijzen op de zinloosheid van het eindeloos voeren van procedures. Dit staat haaks op de werkwijze van rechtsbijstandsverzekeraars. Die schikken liever, ook in zaken waarin de cliënt het recht aan zijn zijde heeft.

Indien het civiele zaken en familiekwesties betreft valt daar wat voor te zeggen. Echter, in de gevallen de overheid zelf de andere partij is, is het bezuinigen op gefinancierde rechtsbijstand een kwalijke zaak. Er worden grote aantallen beslissingen van overheidsinstanties met succes aangevochten. Rechtsbescherming is in een democratische rechtstaat dan ook onontbeerlijk. Toch vind ik dat ook advocaten kritisch naar zichzelf dienen te kijken en bij tijd en wijle terughoudender dienen te zijn als het aankomt op het onbeperkt verlenen van bijstand bij allerhande aangelegenheden. Zolang advocaten aanschuiven bij een tweede en soms derde politieverhoor is er voor de minister geen noodzaak de vergoedingen aan te passen. Het werk wordt immers toch wel gedaan.

Daarnaast is er de zelfredzaamheid en dient er kritisch gekeken te worden of te allen tijde de aanwezigheid van een advocaat daadwerkelijk nodig is. Dat geldt in mijn optiek ook bij het aanschuiven bij verhoren van getuigen in grote onderzoeken met meerdere verdachten die in het geheel niets met de verdenking van bepaalde verdachten van doen hebben. Hier is echter een valide argument dat als de rechtbank de getuige in alle zaken heeft toegewezen, niets tegen de aanwezigheid ingebracht kan worden. Wat dat betreft bepleit ik een kritischer blik richting rechterlijke macht dan die van de minister. In mijn vorige blog heb ik al het nodige gezegd over de efficiency bij de rechtspraak. Het steekt als er niet naar de advocatuur wordt geluisterd en de rechterlijke macht op haar wenken wordt bediend, terwijl ook daar door het hanteren van een andere werkwijze, de nodige winst valt te behalen. In dat opzicht zou het mooi zijn de handen ineen te slaan, van elkaar te leren en de beschikbare gelden voor ons rechtsstelsel rechtvaardiger te verdelen.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Willem Jan Ausma

Willem Jan Ausma

Willem Jan Ausma is sinds 1995 advocaat en onderscheidt zich volgens anderen door zijn moderne zakelijke uitstraling alsmede zijn pleidooien met een kwinkslag. Hij is de mens onder de advocaten en heeft al veel cliënten in spraakmakende zaken terzijde gestaan. Willem Jan treedt regelmatig op als docent, gastspreker of commentator op radio en televisie. Voorts is hij auteur van diverse uitgaven van Kluwer alsmede redactielid van de Praktijkwijzer strafrecht.

Recente vacatures

Recente vacatures
Hyarchis – Legal Demo (Rectangle)