Juridisch nieuws

Rechtspraak werft onder ervaren advocaten

Rechtspraak werft onder ervaren advocaten
Illustratie: Pixabay

Bij het werven van rechters kijkt de Rechtspraak meer en meer naar ervaren advocaten.  Zo hoopt de Rechtspraak succesvoller te zijn bij het aantrekken van nieuwe rechters.

Soms wordt specifiek gezocht naar mannelijke senior advocaten om een evenwichtiger samenstelling te bereiken van het Nederlandse rechtersbestand, waarin vrouwen in de meerderheid zijn.

Marieke Koek,
Marieke Koek (foto: Serge Ligtenberg)

Volgens Marieke Koek, die naast president van het Gerechtshof Den Haag ook voorzitter is van de Landelijke Selectiecommissie Rechtspraak (LSR), hebben ervaren advocaten bagage die goed van pas komt voor rechters. “De laatste jaren lukt het vaak ook om die groep te bereiken en daar zijn we blij mee. We kunnen ze relatief snel opleiden voor het rechtsgebied waarin ze al thuis zijn.” Daar heeft de Rechtspraak een speciale route voor gecreëerd.

Veel animo

Koek zegt dat er vanuit de advocatuur veel animo is om over te stappen naar de rechterlijke macht. “Advocaten tonen meer belangstelling. Die vinden hun werk de eerste twintig jaar van hun carrière vaak inhoudelijk interessant, maar aan het eind van hun loopbaan zijn ze vaak partner, en dan ondervinden ze nogal eens nadelen van het ondernemerschap.” Die overweging speelde ook een rol bij de overstap van Tjarda van der Spoel (zie kader onderaan dit artikel) naar de Rechtspraak. “Je bent als advocaat ook ondernemer. Je moet altijd op je omzet letten en daar begon ik steeds meer de nadelen van te zien.”

Advocaten die rechter willen worden, moeten door dezelfde selectieprocedure als andere kandidaten. Eerst wordt hun cv bekeken, daarna volgen een testfase, een assessment en selectiegesprekken. Koek: “Uit het rapport dat op basis van het assessment wordt opgesteld, blijkt welke eigenschappen de kandidaat heeft en of hij of zij potentie heeft voor het rechterschap. Sommige competenties moeten nog worden versterkt of aangeleerd.”

Familierecht

Juristen kunnen rechter worden als ze minimaal twee jaar juridische werkervaring elders hebben. Van de advocaten met het vereiste cv komt ongeveer 80 procent door de sollicitatieprocedure. “Mensen die door de selectie komen, maken een heel grote kans om de opleiding af te maken,” vertelt Koek. “Dankzij het assessment zien we in welk opzicht iemand zich nog persoonlijk moet ontwikkelen en bepaalt een opleider hoe de opleiding voor deze kandidaat wordt ingericht. Voor iemand die vooral theoretisch juridisch werk heeft gedaan, maar weinig ervaring heeft in communicatie, kan het leiden van zittingen in het familierecht een mooie leerschool zijn.”

De rechters-in-opleiding doen tijdens de opleiding al zittingen, eerst samen achter de tafel met een ervaren rechter, maar allengs meer en meer zelfstandig. Koek: “Het is een gevarieerde opleiding, die begint met drie maanden professionele vorming. Wat betekent het dat je onafhankelijk of integer bent? Hoe communiceer je op zitting? Hoe ga je om met moeilijke communicatieve situaties?” De Rechtspraak is op zoek naar authentieke personen, die zichzelf goed kennen, hun eigen zwakheden weten te benoemen en daarmee weten om te gaan. “Je moet goed communiceren, maar bovenal ook kunnen beslissen, stevig standhouden en kunnen overtuigen. Dat vraagt veel eigenschappen tegelijk en die moeten ook nog eens in balans zijn.”

Herkenbaarheid

Als het gaat om diversiteit wil de Rechtspraak meer dan nu een afspiegeling zijn van de Nederlandse samenleving. De man/vrouw-verhouding verschilt per gerecht. “Er zijn gerechten waar een tekort aan mannelijke rechters is, en dan kan het voor een gerechtsbestuur nodig zijn om meer mannen binnen te halen,” zegt Marieke Koek. Een evenwichtige man/vrouw-verhouding draagt vooral bij aan de herkenbaarheid bij degene die voor de rechter staat. “Op zich maakt het voor de beslissing niets uit of er een man of een vrouw achter de tafel zit, al blijven er altijd verschillen omdat het mensenwerk is en geen mens hetzelfde denkt en voelt. De rechters oordelen volgens dezelfde juridische kaders en lezen dezelfde dossiers. Het gaat echter ook om de perceptie van de burger in de rechtszaal. Als je bijvoorbeeld een mannelijke verdachte hebt die terechtstaat wegens verkrachting van een vrouw en er zitten alleen vrouwen achter de tafel, vinden we dat niet per definitie verkeerd, maar ook niet heel gelukkig.”

Migrantengroepen

Bij het streven naar meer diversiteit probeert de Rechtspraak ook meer kandidaten met een migratieachtergrond voor het rechterschap te interesseren. “Als burgers uit migrantengroepen met alleen blanke rechters te maken hebben, zullen ze zich niet altijd herkennen in de bezetting. Rechters gaan daar goed mee om, maar we blijven komende jaren werken aan meer balans.”

Het werven van rechters onder juristen met een migratie-achtergrond krijgt daarom aandacht binnen de Rechtspraak. Koek: “Ik kan gelukkig zeggen dat bij de laatste ronde verschillende kandidaten met een biculturele achtergrond door de selectie gekomen zijn. We verwelkomen deze aspirant-rechters, want naarmate meer rechters afkomstig zijn uit uiteenlopende achtergronden heeft de rechtspraak meer inzicht in wat er in de samenleving omgaat. Dat helpt ons te begrijpen wat bij de behandeling van rechtszaken voor mensen belangrijk is.”

Taalgevoeltest

De Rechtspraak wil daarbij niet tornen aan de toelatingseisen. “Maar we kijken wel of onze testen onbedoeld oneerlijke elementen bevatten voor groepen met een migratieachtergrond.” In het licht daarvan heeft de LSR een taalgevoeltest aangepast, omdat die een risico van discriminatie in zich had.

Ook tegen het vereiste ‘maatschappelijke ervaring’ is de Rechtspraak anders gaan aankijken. “Dertig jaar geleden vonden we dat een afgestudeerd jurist die zijn hele studietijd thuis woonde, geen nevenactiviteiten had en vooral hard had gestudeerd nog niet zoveel maatschappelijke ervaring had. Maar nu zeggen we ook: een Marokkaans meisje dat thuis woont, de boekhouding van het bedrijf van vader doet en heel actief is in de wijk, heeft wel degelijk maatschappelijke ervaring. Iedere jurist die aantoonbaar maatschappelijk betrokken is, is welkom om te solliciteren voor de opleiding tot rechter.”

‘Goede advocaat hoeft geen goede rechter te zijn, en andersom’

Tjarda van der Spoel
Tjarda van der Spoel

Tjarda van der Spoel was 26 jaar strafrechtadvocaat en werd in 2008 als ‘zij-instromer’ raadsheer in het Gerechtshof Den Haag.

“Ik was al raadsheer-plaatsvervanger in Den Bosch om te kijken of de rechterlijke macht iets voor mij zou zijn, en dat beviel me goed. Ik heb toen contact opgenomen met het Hof Den Haag om te horen of ze daar een rechter-plaatsvervanger nodig hadden in de internationale strafkamer. De toenmalige afdelingsvoorzitter Jos Silvis nodigde me uit om met hem en de president Joep Verburg te komen praten.”

“Een functie van raadsheer-plaatsvervanger zat er niet in, maar ze vroegen wel of ik belangstelling had voor de mogelijkheid om als vaste raadsheer in de internationale kamer te komen. Na een korte bedenktijd zei ik ja.”

“Waarom? Als advocaat ben je weliswaar met de inhoud bezig, maar puur vanuit de belangenbehartiging van je cliënt. Heel eenzijdig, daar ben je ook advocaat voor, maar dat heeft wel zijn beperkingen. Je kunt niet alle kanten van een zaak afwegen. Een ander punt is dat je als advocaat ook ondernemer bent. Je moet altijd op je omzet letten, en daar begon ik steeds meer de nadelen van te zien. Ik was toe aan een nieuwe uitdaging. Ik was 54 en dan moet je niet meer te lang wachten om de overstap te maken.”

“De selectieprocedure was toen anders dan nu. Ik had eerst een gesprek met de president en daarna met een aantal interne commissies. Toen die akkoord gingen, kwam ik bij de Selectiecommissie Rechterlijke macht. Dat betekende: eerst een assessment, daarna gesprekken bij de selectiecommissie. Uiteindelijk kreeg ik het groene licht.”

“Ik ben raadsheer geworden zonder opleidingstraject vooraf. Jos Silvis en ik hebben een trainingstraject samengesteld: een groot verschil met nu. Nu ga je een traject in dat drie jaar duurt en daarna is je benoeming pas definitief.”

“Ik moest een aantal dingen leren. Het schrijven van arresten bijvoorbeeld. Een arrest moet voldoen aan een vrij strak format, met rechtsoverwegingen, heel anders dan een pleitnota. Ik moest leren hoe je in raadkamer opereert. Je hebt met collega’s te maken die ook wat vinden, en de ene raadsheer is de ander niet. Ook moet je als oud-advocaat meer kijken naar de belangen van het slachtoffer en die van de maatschappij. En je moet de organisatie zelf leren kennen. De rechtspraak is een bureaucratie met allerlei rangen en standen en een eigen cultuur.”

“Natuurlijk kijk je nog met een advocatenblik naar zaken. Je advocatenverleden raak je nooit kwijt, zoals een officier zijn officiersverleden nooit kwijt raakt. Als oud-advocaat ben je extra kritisch op de advocatuur. Je voelt soms plaatsvervangende schaamte als een advocaat een verweer over het hoofd ziet of op andere manier de belangen van zijn cliënt verwaarloost. Een voordeel is in elk geval dat je de strategie van een advocaat beter snapt. Collega’s vragen zich soms af: ‘Waar is die advocaat mee bezig?’ Ik kan dan uitleggen dat de advocaat bijvoorbeeld een cassatiemiddel aan het voorbereiden is, of dat hij sommige dingen doet voor zijn cliënt. Een advocaat heeft namelijk twee bazen: zijn cliënt en de rechter. De cliënt kan het wél belangrijk vinden dat je lang aan het woord bent, terwijl de rechter na vijf minuten al op zijn horloge kijkt.”

“Een goede advocaat hoeft geen goede rechter te zijn, en andersom geldt hetzelfde, al zijn sommige vereisten wel gelijk: kennis van de wet en de jurisprudentie, proceservaring. Maar als advocaat moet je ook met je cliënt kunnen omgaan en dat zien rechters soms niet. Aan de andere kant moet je als rechter heel bedachtzaam en evenwichtig zijn en niet zomaar iets roepen wat sommige advocaten doen. Het zijn twee verschillende werelden. Als advocaat communiceer je vaak met de buitenwereld, als rechter nauwelijks. Je spreekt immers door je vonnis of arrest. Je kunt de overstap niet zomaar maken.”

 

Reactie van familierechtadvocaat Pauline Gevaerts op ‘Rechtspraak werft onder ervaren advocaten’

Dweilen met de kraan open?

Vanuit meerdere disciplines, waaronder rechtelijke macht en advocatuur, wordt al langer gekeken naar alternatieven voor het huidige scheidingsprocesrecht, met name wanneer er kinderen bij de scheiding betrokken zijn. Goede communicatie speelt daarbij een belangrijke rol. Een mooie ontwikkeling. Hoe schrijnend is het dan dat Marieke Koek stelt dat familierechtzettingen als leerschool dienen voor rechters in opleiding die weinig ervaring hebben met communicatie.

Familierecht in wat voor vorm dan ook verdient, wellicht meer dan welk ander rechtsgebied, rechters die juist communicatief heel vaardig zijn, mediationskills hebben en specifieke (extra) psychologische kennis. Daarmee kan veel scheidingsschade voorkomen of beperkt worden, bij scheidende ouders maar vooral ook bij hun kinderen.

Pauline Gevaerts, familierechtadvocaat, mediator (Gevaerts Family Law & Mediation)

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Peter Louwerse

Peter Louwerse

Peter Louwerse studeerde Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit, werkte als journalist voor verschillende dagbladen en begon in 2009 als freelance journalist. Hij is een van de vaste medewerkers van Mr.

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand