In haar uitspraak van 29 juli 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:4403) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een vernietiging van een boete, opgelegd door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) in stand gelaten, omdat de AP pas in de beroepsfase bij de rechtbank bewijs van de overtreding heeft geleverd. In deze zaak had de AP een boete opgelegd aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede (de gemeente) wegens overtreding van de (Uitvoeringswet) AVG. De gemeente had namelijk een passantentelling gehouden met een techniek waarbij mobiele apparaten met ingeschakelde wifi werden geregistreerd. De AP had hiervoor een boete opgelegd, omdat volgens haar met behulp van die techniek persoonsgegevens werden verwerkt van de gebruikers van de mobiele apparaten.
De rechtbank oordeelde in het beroep van de gemeente dat de AP niet heeft bewezen dat met behulp van die techniek persoonsgegevens werden geregistreerd en verklaarde het beroep van de gemeente gegrond. In het hoger beroep van de gemeente gaf de AP toe dat in de besluitvorming niet was onderzocht of personen identificeerbaar zijn, maar de AP stelde dat de rechtbank een ander standpunt dat zij in beroep had ingenomen niet heeft getoetst.
De Afdeling gaat in dat betoog niet mee. Zij oordeelt dat bij een boetebesluit als uitgangspunt geldt dat het bestuursorgaan bij dragend bewijs van een overtreding bij de voltooiing van de bestuurlijke fase moet leveren. Dit volgt uit het rechtszekerheidsbeginsel en de mogelijkheden om in rechte tijdig en adequaat verweer te voeren tegen een beschuldiging. De Afdeling verwijst daarvoor naar eerdere jurisprudentie. Een bestuursorgaan kan niet pas in beroep stellen en onderbouwen, waarom nu precies sprake is van een overtreding, aldus de Afdeling. Omdat de AP geen andere hoger beroepsgronden had aangevoerd, bleef de vernietiging van de boete in stand.
Een duidelijke uitspraak die wat ons betreft kan worden toegejuicht. Bij veel bestuurlijke boetes heeft het bestuursorgaan al twee rondes om zijn besluitvorming te verbeteren: na de zienswijze bij het besluit in primo en in bezwaar naar aanleiding van een bezwaarschrift. Een derde ronde zou wat ons betreft dan ook te veel van het goede zijn.
