Reijer Passchier over het effect van digitalisering op de staatsmachten

Mr. van de week is Reijer Passchier. De universitair docent van de Open Universiteit en de Universiteit Leiden won deze maand twee prijzen: de Meijersprijs en de Van Wersch Springplankprijs voor het beste juridische artikel van 2020.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Reijer Passchier over het effect van digitalisering op de staatsmachten

Gefeliciteerd. Ooit eerder twee prijzen in één maand gewonnen?
Dank u wel. Nee, ik heb in mijn leven überhaupt nog nooit een prijs gewonnen. Daar durfde ik tot afgelopen maand niet eens van te dromen.

U won de Meijersprijs en de Van Wersch Springplankprijs voor het artikel ‘Digitalisering en de (dis)balans binnen de trias politica’ in Ars Aequi. Waarom interesseert dat onderwerp u?
Omdat digitalisering één van de belangrijkste maatschappelijke vraagstukken is van onze tijd. We beginnen pas net. En nu al staat er in rechtsstatelijk opzicht zoveel op het spel!

Wat is het belangrijkste effect van digitalisering op de balans tussen de staatsmachten?
Op dit moment weet binnen de overheid vooral het bestuur digitalisering aan te wenden om zijn handelingsvermogen te vergroten; de rechtspraak en het parlement blijven daarbij achter. Het wordt daardoor steeds moeilijker voor de laatstgenoemde staatsmachten om het bestuur effectief te controleren en tegenwicht te bieden.

Deze week verschijnt uw boek ‘Artificiële intelligentie en de rechtsstaat’ (Uitgeverij Boom Juridisch). U stelt daarin de vraag of onze constitutie klaar is voor de toenemende macht van Big Tech en overheden. Wat is het antwoord?
Nee. De opkomst van AI binnen de overheid en de rest van de maatschappij brengt ontegenzeggelijk rechtsstatelijke voordelen en kansen met zich mee. Maar zoals deze ontwikkeling op dit moment verloopt brengt zij de effectiviteit van checks and balances, de effectiviteit van wetgeving, het primaat van de wetgever en het handelings- en handhavingsvermogen van de overheid in de markt en de samenleving vooral in gevaar. Gelukkig valt daar, zo laat mijn boek ook zien, best wat aan te doen. Door bijvoorbeeld de rechtspraak en het parlement te versterken, het wetgevingsproces aan te passen en meer (quasi-)constitutionele checks in de structuur van techbedrijven in te bouwen, kunnen wij de overlevingskansen van onze rechtsstaat vergroten.

Valt het werk in lockdown een beetje te combineren met de zorg voor twee kinderen?
Het vraagt veel flexibiliteit van ons als werkende ouders (mijn vrouw werkt als jurist bij Servicepunt 071). Tegelijkertijd is het mooi om zoveel mee te krijgen van de ontwikkeling van onze kinderen. Aan schrijven kom ik in deze periode helaas nauwelijks toe.

Als u het voor het zeggen had dan?
Zouden wij veel serieuzer nadenken over de vraag hoe wij eigenaarschap van technologie beter kunnen stimuleren en toegankelijk kunnen maken. Nu zijn veel te veel burgers niet of nauwelijks eigenaar. Dat maakt hen ontzettend afhankelijk en kwetsbaar voor de sociale disrupties die technologische ontwikkeling onherroepelijk met zich meebrengt. Denk bijvoorbeeld aan crises en werkloosheid. Het bestaande beschermingsmechanisme – de verzorgingsstaat ­– faalt, mede omdat inkomsten uit nieuwe technologie zoals algoritmes en big data nóg moeilijker te belasten zijn dan inkomsten uit fysieke machines. Ook economische groei – nog steeds gezien als hét tegengif tegen sociotechnologische disrupties – lijkt in tijden van klimaatverandering en een groeiende wereldbevolking steeds minder een optie. Als meer burgers een direct en substantieel (aanvullend) inkomen uit technologie-eigenaarschap zouden hebben, dan hebben we wellicht minder groei en verzorgingsstaat nodig.

Wat of wie is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?
Ik heb verschillende bronnen. Ik spreek ontzettend graag met juristen als Wim Voermans, Ernst Hirsch Ballin en mijn collega’s bij de Open Universiteit en de Universiteit Leiden. Ook ontleen ik veel inspiratie aan mijn WRR-tijd, waarin ik onder andere met Corien Prins mocht werken.

Wat is over u niet bekend, wat wel interessant is?
Ik doe rond mijn huis aan Olympisch gewichtheffen en CrossFit. Is dat interessant?

Welke juridische website raadpleegt u vaak?
Ik raadpleeg niet zo vaak juridische websites, omdat ik in mijn onderzoek nauwelijks juridische puzzels probeer op te lossen. Ik probeer vooral te begrijpen hoe het recht werkt in de context van andere instituties en of het recht doet wat het in rechtsstatelijk opzicht moet doen. Om daarachter te komen lees ik juridische en niet-juridische boeken en artikelen en volg ik de actualiteit.

Welk boek las u het laatst?
J.-P. Robé, Property, Power and Politics: Why We Need To Rethink The World Power System, Bristol: Bristol University Press 2020. Echt een aanrader!

Met wie zou u in quarantaine willen gaan?
Als dat echt zou moeten: met mijn gezin. Ik zou mijn vrouw en kinderen niet graag tien dagen missen.

Lees meer over:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top