Relaas van een moord

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Goedemorgen Literatuurvrienden!

In de epiloog die de Zuid-Afrikaanse schrijfster Antjie Krog schreef bij de Nederlandse uitgave van haar indringende ‘Relaas van ‘n moord‘ laat zij geen spaander heel van de stelling van haar man John dat je altijd de kant van je eigen mensen kiest: ‘Ik niet, hoor. Geef mij maar een land waar mensen dezelfde principes koesteren, dat is mij liever dan dat ik word gedwongen samen te leven met racistische en godsdienstfanatieke Afrikaners. En voor mij is het belangrijkste criterium dat je tegen doden van mensen bent. Als dat criterium onafwendbaar tot mijn ondergang leidt, dan moet dat maar, maar je schept op die manier tenminste voor je kinderen de mogelijkheid om een deugdzaam, menswaardig bestaan op te bouwen.’

Heldere taal, maar de werkelijkheid is weerbarstiger dan de leer – zoals Krog ook zelf direct toegeeft: ‘ik (weet) dat het allemaal eindeloos veel ingewikkelder is, was en altijd zal zijn.‘ Voor wat betreft haar belangrijkste principe – dat je tegen het doden van mensen bent – registreert Krog dat feilloos aan de hand van de ‘tour de force’ die de vrouwelijke verteller in ‘Relaas van ‘n moord‘ moet leveren om dat principe te handhaven in het zicht van een moord op een zwarte bendeleider (de Wheetie), gepleegd in het Zuid-Afrika van net na de vrijlating van Nelson Mandela.

Op het eerste gezicht lijkt de handhaving van het principe eenvoudig. De vrouwelijke blanke verteller – in het dagelijks leven onderwijzeres in een klein dorp – heeft de moord niet gepleegd en is er evenmin getuige van. Haar handen zijn echter niet ver verwijderd van de trekker. Die is namelijk vermoedelijk overgehaald door ‘een jochie van het MK‘ – de gewapende tak van het ANC – in opdracht en bijzijn van Douglas Baartman, van wie de schutter een neef is. En Douglas Baartman is niet zo zeer een goede vriend van de onderwijzeres als wel een comrade van het eerste uur nota bene uit haar geboortedorp, waar ze later onderwijzeres wordt – in de strijd tegen de apartheid, een soort rolmodel tegen wie ze toch wel opkijkt en wiens strijd terug gaat tot de jaren zeventig als ze voor het eerst over hem leest: ‘1976. Ik doe postdoctorale cursussen aan de universiteit. Overal doen geruchten de ronde, van alle kanten stromen berichten binnen over schoolkinderen die in opstand zijn gekomen tegen het apartheidsbewind. Ik sla de krant open en zie een lijst met namen van mensen die onder de noodtoestand zijn gearresteerd. Het dorpje K. komt er in voor. K.? Mijn geboortedorp? Ene Douglas Baartman. Wie is dat in vredesnaam? Is hij wit? Wat heeft hij gedaan? Wonen er echt anti-apartheidsactivisten in mijn K.?

Tien jaar later zit de onderwijzeres middenin in de strijd tegen de apartheid. Bewust wordt gekozen voor een woning in het arme deel van K.: ‘In een land waar zoveel armoede heerst wil ik mijn kinderen niet opvoeden in een gesloten paradijs met alleen maar voorrechten. Als we niet tussen zwarte of bruine mensen mogen wonen, dan maar tussen de arme blanken, heb ik in mijn opofferingsgezinde woede bedacht.’ Een heel bijzondere man blijkt Douglas Baartman niet te zijn als ze hem voor het eerst ziet op een basisschool in het township: ‘Een man als zovele anderen‘, maar wel één uit een bekende bruine familie die wordt lastig gevallen door de politie en wel vanaf de dag dat vader Baartman op de deur van zijn winkel verfde: ‘WEES NIEMAND IETS VERSCHULDIGD BEHALVE LIEFDE‘.

De strijd tegen apartheid is uitermate belastend voor de onderwijzeres en haar gezin: regelmatig ontvangt de onderwijzeres bedreigingen van blanken die niets moeten hebben van haar ANC activiteiten. Soms gaan de bedreigingen zo ver dat de onderwijzeres en haar man zich verschansen in huis met een geweer (dat het niet doet) in afwachting van het gevaar. De spanning leidt tot een verhitte discussie tussen de echtgenoten over eigenrichting: ‘Stel dat dat geweer het wel deed, en dat ik het vanavond zou moeten gebruiken, wat zou je daar dan zo erg aan vinden?‘ ‘Radeloos zou ik worden. Als zo’n vent wil schieten, dan gaat hij zijn gang maar, dan breng je hem er toch niet vanaf. Maar ik schiet niet op een ander.‘ ‘Jeetje schat, jij hoeft de trekker niet over te halen, dat doe ik wel. En ik schiet op iedereen die het op mij, mijn vrouw en mijn kinderen heeft gemunt.‘ ‘Het gaat hier godbetert wel om een principe – ongeveer het enige dat jij en ik erop na houden. Als jij op zo’n vent zou schieten, dan kan hij toch net zo goed zwarten overhoop knallen, dan kan iedereen voor eigen rechter gaan spelen. Zou jij in zo’n land willen wonen? Zou jij willen dat je kinderen in zo’n land opgroeiden?‘ ‘Alsjeblieft zeg. Alsjeblieft, bespaar me uitgerekend vanavond je clichés over de strijd. Wees reëel. We zitten in ons eigen huis gevangen en over een uur zijn we misschien wel morsdood!

Nadat F.W. de Klerk begin 1990 aankondigt het ANC te legaliseren en Nelson Mandela vrij te laten, lag het in de rede te verwachten dat het tij van geweld zou keren, maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Na de apotheose van de vrijlating van Mandela op 25 februari 1990 blijft het een raciale chaos. Daarbij duikt nog een extra probleem op: wat eens bendevetes waren, worden nu politieke botsingen. Zo ook die tegen de Three Million bende van de Wheetie, die zich heeft aangesloten bij Inkatha, politieke concurrent van het ANC.

In die setting raakt de onderwijzeres betrokken bij de moord als Douglas op een avond bij haar aan de deur aanklopt met drie mannen, met haar in de auto stapt, waarna de drie mannen volgen en Douglas haar een rood T-shirt voorhoudt en zegt: ‘Kun je dit voor me opruimen.’ Vervolgens zet ze de mannen af in Maokeng en keert terug waarna ze de volgende ochtend in de krant over de moord leest. Wat te doen? Het shirt vernietigen? Naar de politie toegaan? Is dit een gewone moord? Of is het een politiek getinte moord? Volgens John is een gang naar de politie onoverkomelijk omdat het om een ‘oog om oog, tand om tand’ moord gaat, maar zo gemakkelijk ligt het volgens de onderwijzeres niet: ‘Het is een moreel besluit. Maar het punt is, in hoeverre het mogelijk is om een moreel besluit te nemen binnen een immorele context.‘ Moedeloos wordt John er van: je hebt de wet overtreden en als je niet oppast ben je medeplichtige, houdt hij haar voor. ‘En als ik de legitimiteit van die wetten nu eens in twijfel trek? Je neemt je eigen individuele beslissingen toch binnen een groter kader? (…) Eigenlijk weet ik alleen dat ik misbruikt ben. Ik ben uitgeput en gebruikt, elk beginsel van de strijd is punt voor punt eenvoudig met voeten getreden. A ik ben niet geraadpleegd, B ik ben gewoon gekoeioneerd, C er is niet het geringste gebaar gemaakt om mij duidelijk te maken wat dit met politiek te maken had, D ik bijt godbetert het spits af voor een amateuristisch plan waarin een stelletje kerels ten overstaan van honderden forenzen wilde laten zien wie er nu eigenlijk de meeste macht heeft. Mijn vrijheid, mijn menswaardigheid, mijn intelligentie zijn ondermijnd en zoals Douglas Baartman zijn vrouw en kinderen ernstig in de steek heeft gelaten voor ‘de zaak’ zo ben ik evengoed in de steek gelaten en mijn gezin ook trouwens. Waar is een verwend, sentimenteel wit gezin anders goed voor?

Uiteindelijk ontkomt ze er echter niet aan haar verhaal – voor zover haar bekend, maar ze weet lang niet alles – onder de aandacht van de politie te brengen, hetgeen haar uiteraard niet in de dank wordt afgenomen. ‘De rechtszaak is in aantocht (…)’, maar de ‘(d)e zitting wordt voortdurend verdaagd.’ Douglas doet verwoede pogingen de rechtsgang te frustreren. Een jaar later is het dan toch zover. De onderwijzeres – die moet getuigen – neemt het in haar ogen enige juiste besluit: zij zal de waarheid vertellen. ‘Want ik sta in de getuigenbank juist omdat ik geloof dat ik doe wat goed is. En als ik vervolgens moet gaan liegen, dan wordt er door dat hele geloof een streep getrokken.’

De volgende ochtend gaat ze per auto naar de zitting in Bloemfontein:

de formaliteiten in de rechtszaal, de overvriendelijke politiebeambten, Douglas’ goede advocaten, onder wie een dichter uit de jaren van de strijd, de verdachten die ik vrijwel niet herken en slechts met moeite aankijk. Onder het kruisverhoor beweeg ik op een gegeven moment met mijn tenen en hoor een piepend geluid door het zweet dat in mijn schoenen staat. De advocaat vraagt me het hemd van het lijf, maar hij vraagt niet naar het vuurwapen op mijn veranda. Als ik de rechtszaal uitloop zie ik de politie bij wijze van spreken een vreugdedansje maken, er worden duimen naar mij op gestoken. Het is om misselijk van te worden. Ineens ontwaar ik een fotograaf in de rechtszaal. Eenmaal buiten probeer ik hem af te schudden door een parkeergarage in te lopen, maar hij komt achter mij aan. Ik neem de lift naar boven en ren twee kantoorgebouwen door, waarna ik weer op de stoep beland en me met mijn hoofd in mijn handen op mijn hurken laat zakken, en voor de eerste keer sinds de moord laat ik mijn tranen de vrije loop. We vernemen het vonnis uit de krant: het MK-jochie heeft veertien jaar gekregen – hij is pas drieëntwintig, zijn moeder is in de rechtszaal in huilen uitgebarsten. Douglas kan kiezen tussen een boete of achttien maanden celstraf wegens ‘medeplichtigheid’ aan moord. In een overvolle rechtszaal slingeren de aanwezigen woedende kreten naar de politie, zingen anderen ‘Nkosi Sikelel’i Afrika’, legt de rechter omstandig uit dat de daders moeilijk opgespoord hadden kunnen worden als ik niet zo ‘gewetensvol’ was geweest. In ambtelijke, juridische taal staat dus zwart op wit dat ik er eigenhandig verantwoordelijk voor ben dat er een jonge jongen achter de tralies belandt en dat er door dit vonnis aan Douglas’ politieke loopbaan een vroegtijdig einde is gekomen.

Het is waar wat de onderwijzeres zichzelf en ons aan de vooravond van de zitting voorhoudt:

Het blijft een nachtmerrie, dat laveren tussen goed en fout‘,
BANNING N.V.

Gino van Roeyen

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Ook interessant:

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top