Hendrik Kaptein

Seks: de feiten

Met aantekeningen over vereenvoudiging van bewijsrecht in zedenzaken.

Telkenjare verblijft uw correspondent luttele dagen in het Verenigd Koninkrijk: nu nog goed te bereizen maar wie weet na een echte Brexit voor de rest van de wereld minder makkelijk toegankelijk. Als gebruikelijk begon het verblijf ter plaatse met verspreide bijdragen aan een conferentie over de technologie van stoomtractie: een even boeiende als voor de praktijk volstrekt belangeloze kwestie. (Hetgeen die technologie deelt met het overgrote deel van rechtswetenschap, al is dit niet zonder meer een geruststellend gegeven.) Stoomlocomotieven worden immers allang niet meer ontwikkeld. Een enkele nieuwbouw is niet meer dan kopiëring van historische voorbeelden.

Prachtige exemplaren daarvan zijn te zien in het National Railway Museum in York, de laatste bestemming van het kort verblijf in Engeland. Logies aldaar werd geboden door Gray Court’s Inn, vlakbij de kathedraal in een doodstil stukje van de stad. Reclame mag in deze kolommen niet worden gemaakt, maar toch: een mooier tijdelijk verblijf dan in deze ten dele 11e-eeuwse mansion laat zich nauwelijks denken (vraag naar the Cumberland room: onvergetelijk, ook qua uitzicht op de binnentuin, omgrensd door de Romeinse stadsmuren).

Bij het ontbijt lag The Times op tafel, met een mededeling van een professor die vrouwen minder geschikt vindt voor de natuurkunde dan mannen en door CERN dan ook prompt werd geschorst. Wie weet heeft hij gelijk, al is het dan nog steeds de vraag wat die wetenschap oplevert. Zelfs de suggestie ervan is voor natuurkundige en andere vrouwen (en andere mensen) dermate beledigend dat de man niet kan worden gehandhaafd.

Kennelijk is de gedachte dat geleerden worden afgerekend op hun wetenschappelijke kwaliteiten achterhaald. Onverenigbaarheden van humeuren en strafbare feiten kunnen arbeidsrechtelijke gevolgen hebben, maar afgezien daarvan telden niets anders dan kwaliteiten van onderwijs en onderzoek. Of is deze natuurkundige afgerekend op zijn bijdragen aan de psychologie? Sinds wanneer is die psychologie onderdeel van de natuurkunde? De mensen die hem wegstuurden zullen zich er niet om hebben bekommerd. Wie de schijn wekt iets ten ongunste van vrouwen te zeggen is nergens te handhaven.

Vrouwen en anderen hadden de heengezonden natuurkundige kunnen vragen wat hij met zijn stelling bedoelt. Zonder gedachtewisseling is er geen vooruitgang in de wetenschap. Maar de feiten doen er niet meer toe. Alles is indruk, “wat je ervan vindt” of gewoon gekwetstheid. Discours of wat daarvoor moet doorgaan dient niet de waarheid, of ten minste waarheden, maar het eigen gelijk.

Het is overal. In een andere zedenzaak – die van Jos B. als verdachte van het zeden- en levensdelict tegen Nicky Verstappen – wist zijn advocaat Roethof zeker dat deze Jos B. het echt niet had gedaan. Vroeger wisten rechters wel raad met dergelijke advocaten: Roethof kan alleen weten dat zijn cliënt het niet heeft gedaan als hij het zelf heeft gedaan. Pas dan is het daderschap van een ander dan Roethof zelf echt uitgesloten. Dit natuurlijk afgezien van een onweerlegbaar alibi, maar dat heeft Jos B. tot nu toe niet en zijn advocaat kennelijk evenmin. Ook hier deden de feiten er niet toe. Winst ging voor waarheid, al is het de vraag of Jos B. echt opschiet met zo’n advocaat.

Roethof ‘wist’ het allemaal al, net als het Concertgebouworkest dat groot dirigent Gatti wegens vrouwonvriendelijkheid wegstuurde. Hij had het juist wél gedaan – vond het orkest – en moest dus verdwijnen. Ook hier was geen hoor en wederhoor. Al evenmin is geprobeerd om Gatti en zijn slachtoffers (?) aan tafel te krijgen, al was het maar om na te gaan of een vergelijk tussen alle betrokkenen alsnog mogelijk zou zijn. Proportionaliteit en subsidiariteit in vervolging en bestraffing van Gatti waren niet aan de orde. Enige onschuldpresumptie deed er evenmin toe.

Zo onderging Gatti hetzelfde lot als dat van de CERN-fysicus. Al staat in zijn geval niet eens vast dat hij wat voor vrouwonvriendelijks dan ook op zijn kerfstok heeft. Weer bleef de hoofdzaak volstrekt buiten beeld: hoe goed is Gatti als dirigent? Uw correspondent weet ook niet alles van muziek, maar heeft wél gehoord hoe geweldig diezelfde Gatti het Concertgebouworkest deed klinken.

De heksenjacht is terug, dit keer met mannelijke slachtoffers. De echtgenoot van Anne Sophie von Otter (zoek op!) pleegde zelfmoord na zijn ontslag wegens vermeend “sexueel grensoverschrijdend gedrag” als directeur van een vooraanstaand theater. Bewijs was er in zijn geval evenmin, maar kennelijk zijn dergelijke delicten dermate ernstig dat zelfs vermoedens ervan moeten leiden tot parate executie.

Of is het een feit van algemene bekendheid dat mannen met macht vrouwen lastig vallen? Nu zo veel vrouwen belastende verklaringen tegen dergelijke mannen hebben afgelegd? Tegenbewijs hebben verreweg de meeste verdachten tot nu toe niet geleverd. “Wie stelt hoeft niet te bewijzen want wat niet gemotiveerd wordt weersproken wordt voor waar aangenomen.” Dit riekt natuurlijk naar civiel bewijsrecht, maar is eigenlijk nog drogredelijker: “wie stelt moet bewijzen” wordt weggelaten, bewijsnood van verweerders of eigenlijk verdachten wordt tegen hen gebruikt. Waarom komen die ‘verdachten’ van vrouwenschennis dan niet zelf in actie? Civiel- en strafrechtelijk kunnen zij hun aanbrengsters en al die gretige meelopers in de media de mond snoeren, zolang van die vrouwenschennis nog geen begin van bewijs wordt geleverd.

Tot nu toe komt daarvan weinig terecht, in publieke sferen die zich massaal tegen verdachte machtige mannen hebben gekeerd – met hulp inderdaad van mensen en media die van enige wetenschap en geweten geen last hebben. Ian Buruma heeft een poging om iets van dit ontij te keren moeten bekopen met zijn ontslag als hoofdredacteur van de New York Review of Books. Hij had een stukje van een van die ‘vrouwenschenners’ afgedrukt, compleet met overtuigend tegenbewijs van ten minste een deel van de beschuldigingen tegen de schrijver – waarmee natuurlijk (weer) niet is gezegd dat niet weerlegde beschuldigingen wél steek houden. Daarop dreigden allerlei universiteiten en nog minder academische abonnees met een boycot, zolang de medeplichtig geworden hoofdredacteur niet verdween. Hetgeen Buruma inderdaad de kop kostte. (Oplage gaat voor moraal natuurlijk, ook voor de uitbaters van dit prachtblad.)

Zo worden ‘feiten’ in dienst gesteld van gekwetste gevoelens, verongelijktheid en het eigen gelijk in het algemeen. Wat is gebeurd doet er niet toe, het gaat erom hoe je het zelf beleeft. Dan doen de anderen er ook niet meer toe, in een uiteindelijk eenzaam narcistisch universum. Daarmee komen vrouwen én mannen niet verder, in ieder geval niet in hun wederzijdse verhoudingen. Het kan beter, bijvoorbeeld als zedelijk of anderszins echt mishandelde vrouwen met hun kwelgeesten zo snel en duidelijk mogelijk afrekenen. Dat kan niet altijd, maar jaren lang wachten en dan alsnog aanklachten openbaren op grond van na zo veel jaren onbewijsbaar geworden feiten – als het al feiten waren en geen vervormde herinneringen of gewoon leugens – dient nergens toe. Evenmin kan het kwaad als mannen zich jegens vrouwen netter gedragen, al mag daarmee de speelsheid en spanning tussen de sexen niet helemaal verloren gaan.

Het hele ‘Me-too’-gebeuren, hoe goed bedoeld soms ook, heeft een hoog ‘ethiek van de slaapkamer’-gehalte. Echte zedenzaken zijn menselijkerwijs nogal wat belangrijker, niet alleen die van Nicky Verstappen. Waarom wordt vrouwenhandel niet harder aangepakt, net als fysieke en andere op- en uitsluiting van vrouwen door allerlei gelovigen? Of mogen die dat zelf weten omdat normen en waarden ‘cultuurgebonden’ zijn?

Wat een postmoderne flauwekul allemaal. Mensen seksueel en anderszins beschadigen is en blijft verkeerd en moet dus altijd en overal worden aangepakt. Tenminste, als het om echte schade gaat. Zoals bij al die slachtoffers van de Rooms Katholieke kerk die tot op de dag van vandaag haar schijnheilige best doet om die kennelijke kindergebruikers uit de wind te houden. Verbied die kerk als criminele organisatie, of hef tenminste het celibaat op. (Dan kan die kleffe Antoine Bodar alsnog uit de kast, welke kant op ook behalve dan die van ‘laat de kinderen tot ons komen’ en zijn wij bevrijd van zijn seksueel gesublimeerd gelispel.)

Terug naar de hoofdzaak: seks kan schadelijk zijn, maar pas op met het aanwijzen van schuldigen. Straf tegen onschuldigen geneest niets en niemand, integendeel. Denk aan de onschuldpresumptie: zonder bewijzen geen sancties. Bewijzen zijn altijd meer dan “wat mensen van iets vinden”. En voorkomen is beter dan genezen, dan hoeft ook niets te worden bewezen. Houd je handen en erger dus thuis, tenzij het leuk blijft. Het komt nog steeds voor. Maar voorkom dat je ervoor moet voorkomen.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Hendrik Kaptein

Hendrik Kaptein

Dr. Hendrik Kaptein is rechtsfilosoof aan de Universiteit van Leiden. Hij publiceerde onlangs bij Ars Aequi het boek ‘Kwade Zaken? De moraal van het juridisch beroep.’ Exclusief voor Mr-online houdt hij een weblog bij waarin hij zijn visie geeft op actuele onderwerpen in de wereld van het recht.

Recente vacatures

Recente vacatures
Mercedes-Benz – Mercedes Business Solutions (Rectangle)