Social media checks na de AVG

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Facebook, Instagram, Twitter. Ongeveer 85 procent van de bevolking gebruikt social media en plaatst daar van alles op. De ene deelt leuke vakantiefoto’s en de ander scheldt tegenstanders van zwarte piet uit. Een groot deel van wat er gedeeld wordt, is gewoon openbare informatie en dus ook te zien door je potentiële werkgever, maar kijkt deze hier wel naar?

In 2011 werd nog 91% van de sollicitanten gescreend op Facebook, Twitter en LinkedIn, maar dát mag nu niet meer zomaar. Op 25 mei 2018 trad de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in werking en verving daarmee de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Door deze wet is voor het gebruik van persoonsgegevens (bijvoorbeeld een socialmediaprofiel) een juridische grondslag nodig. Een voorbeeld hiervan is als het verzamelen van de informatie noodzakelijk en relevant is voor de uitvoering van de functie.

Ook de aard van het socialmedia-account is van belang voor de wettelijke toelaatbaarheid. Zo is het checken van de werkervaring van een sollicitant op een zakelijk LinkedIn-account eerder relevant dan het bekijken van foto’s of politieke meningen op een ‘privé’ Facebook-account.

Hierdoor vroeg ik mij af of er dan binnen de advocatuur extra goed wordt gekeken naar bijvoorbeeld LinkedIn en/of de informatie die hierop wordt verkregen ook wordt meegewogen in de beslissing om iemand uit te nodigen voor een gesprek. Het zou namelijk zo kunnen zijn dat tijdens het opzoeken van relevante informatie op LinkedIn het bedrijf iets tegenkomt waar het zich niet in kan vinden.

Om deze vraag te beantwoorden heb ik contact opgenomen met twee advocatenkantoren. Deze kantoren gaven een vergelijkbaar antwoord, namelijk dat er allereerst helemaal niet meer wordt gekeken naar privé-accounts op bijvoorbeeld Instagram of Facebook. LinkedIn kan daarentegen inderdaad gebruikt worden om te kijken naar de werkervaring van een kandidaat, maar bij studenten komt dit minder vaak voor. Dit doordat zij meestal meer informatie hebben staan op hun cv dan op hun LinkedIn-account.

Op de vraag wat zij doen met irrelevante informatie die zij tijdens de zoektocht naar relevante informatie verkrijgen, antwoordden zij ook hetzelfde. Wanneer zij bijvoorbeeld op LinkedIn iets tegenkomen waar het kantoor zich niet in kan vinden, wordt dit niet meegenomen in de beslissing voor een eventueel gesprek. Zij proberen zo objectief mogelijk te kijken naar de ingezonden stukken en op basis daarvan een keuze te maken.

Kortom, wat je op social media zet is in ieder geval volgens de wet en recruiters niet van belang voor een toekomstige sollicitatie binnen de advocatuur. Toch raad ik iedereen aan om behoedzaam te zijn over wat je post op social media. Recruiters zijn namelijk ook maar mensen en zullen, ondanks dat zij proberen te allen tijde objectief te blijven, ook onbewust beïnvloed worden door wat zij tegenkomen.

Vincent Edwards is vaste auteur bij Mr. Studenten.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top