Wereldwijd daalt het aantal moorden maar het percentage onopgeloste moordzaken stijgt juist. In die tijd – we praten over enkele decennia – nam het gebruik van technologie een enorme vlucht. De ontwikkeling van internet, mobiele telefoons en gps hebben geleid tot een exponentiële groei aan data. Het interpreteren en wegen van die data – van de klassieke ooggetuigenverklaring tot zeer geavanceerd digitaal en forensisch bewijs – is daardoor steeds complexer geworden. Daardoor zijn verdachte in een moordonderzoek ook moeilijker te vinden. Met deze groeiende hoeveelheid aan data en toenemende complexiteit is ook de kans op informatie-overload en tunnelvisie toegenomen.
Fictief moordonderzoek
Onderzoekers hebben een systeem ontworpen om moordonderzoeken op zo’n manier te ondersteunen dat de kans op informatie-overload en tunnelvisie vermindert. Dat systeem is gebaseerd op literatuuronderzoek en interviews met rechercheurs. Aan de basis lagen twee prototypes en een fictief moordonderzoek. In een gebruikersonderzoek verrichtten rechercheurs een aantal taken met dit prototype. Na iedere taak werd de ervaren werkdruk gemeten, evenals hun mening over bruikbaarheid, informatie-overload en tunnelvisie.
Uit het gebruikersonderzoek bleek dat rechercheurs met het prototype een significant lagere informatie-overload en tunnelvisie ervoeren. Het gebruiksgemak was ‘acceptabel’. Onder andere coldcaseteams hebben interesse in deze methode getoond.
Onderzoekers van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) publiceerden hierover in het vakblad Journal of Universal Computer Science.