Advocatuur

Tevredenheid over nieuwe gedragsregels, kritische blik blijft nodig

Op verzoek van Mr. hebben de advocaten van Libertas Advocaten (Rotterdam) de nieuwe gedragsregels kritisch tegen het licht gehouden. Hieronder beschrijven zij hun bevindingen: tevredenheid overheerst, maar er zijn ook punten waar verbetering mogelijk is.

Op 22 februari jl. zijn de nieuwe gedragsregels voor de advocatuur in werking getreden. De regels vervangen de oude gedragsregels (daterend uit 1992) en beogen een grotere nadruk te leggen op de rol van de advocaat in de maatschappij. Het gaat daarbij om de bijdrage van de advocaat aan de kwaliteit en integriteit van zijn beroepsgroep. De nieuwe focus op ‘de maatschappelijke rol van de advocaat’ komt (onder andere) tot uiting in het eerste hoofdstuk van de herijkte gedragsregels, dat tevens deze titel heeft gekregen.

Als aanleiding voor het herijkingsproces worden met name genoemd de gewijzigde opvattingen binnen en buiten de beroepsgroep (bijvoorbeeld met betrekking tot vertrouwelijke collegiale communicatie), wijzigingen op wettelijk niveau (met name de herziening van de Advocatenwet), trends in de tuchtrechtspraak (met name met betrekking tot de advocatenprestatie), internationale oriëntatie (regels van de CCBE) en technologische ontwikkelingen. Aangezien de oude gedragsregels uit 1992 dateren, zal niet verbazen dat de herijking mede is ingegeven door de sindsdien veranderde technologische ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het terrein van (communicatie via) internet.

Vertrouwelijkheid van confraternele correspondentie

Een van de belangrijkste veranderingen van de nieuwe gedragsregels gaat over de vertrouwelijkheid van confraternele correspondentie. De nieuwe regel, waarin confraternele correspondentie niet meer automatisch vertrouwelijk is, is gebaseerd op regel 5.3 van de Gedragscode voor Europese advocaten van de CCBE. De advocaat die wenst dat de correspondentie vertrouwelijk is dient voorafgaand aan het verzenden van die (confraternele) correspondentie te informeren of de gewenste vertrouwelijke informatie op de confraternele basis kan worden geaccepteerd. De ontvanger kan de vertrouwelijkheid bevestigen of afwijzen.

Wij denken niet dat het problematisch is dat confraternele correspondentie niet meer automatisch vertrouwelijk is. In de strafrecht- en bestuursstrafrechtpraktijk van ons kantoor kan het wel voorkomen dat confraterneel wordt gecorrespondeerd, met name omdat bijvoorbeeld de wens kan bestaan om een bepaald vraagstuk eens met een collega te bespreken. De wens om vervolgens op die confraternele correspondentie in rechte een beroep te doen, is in onze (bestuurs)strafrechtpraktijk moeilijk denkbaar.

Onverenigbaarheid van openbare functies

De regel over onverenigbaarheid van bepaalde openbare functies met het beroep van advocaat zal nog nadere verduidelijking behoeven in de tuchtrechtspraak. In de toelichting op deze regel wordt opgemerkt dat het een advocaat op zich vrij staat zijn kunde en ervaring naast zijn praktijk op andere wijzen in te zetten. De grens zal daarbij moeten worden gevonden in het respecteren van de kernwaarden en het waarborgen van het publieke vertrouwen in de advocatuur. In de tuchtrechtspraak is de onafhankelijkheid van advocaten met enige regelmaat aan de orde. Ook in het kader van deze regel zal dat een absolute grens vormen.

Zo laat zich denken dat een Tweede Kamer-lidmaatschap niet snel problemen zal opleveren, het stelling nemen over maatschappelijke problemen is immers voor veel advocaten tweede natuur en zal het publieke vertrouwen in de advocatuur niet schaden. Dat wordt al lastiger bij een lidmaatschap van bijvoorbeeld de tuchtcommissie Banken voor een advocaat met een financial litigation praktijk. In de publieke opinie zal de onafhankelijkheid en geloofwaardigheid van deze advocaat, indien deze namens banken blijft optreden, hoogstwaarschijnlijk op de tocht komen te staan.

Men kan zich afvragen in hoeverre (het expliciet maken van) deze regel een toegevoegde waarde vormt. Advocaten zijn zelf het beste in staat de inschatting te maken waar de grenzen liggen en namen hun verantwoordelijkheid daarvoor al – ook voorafgaand aan de inwerkingtreding van de nieuwe gedragsregels. Deze regel wijzigt daar in zoverre niets aan.

Belangenverstrengeling

De regel over belangenverstrengeling houdt een tweetal verboden in: het is niet toegestaan om tegelijkertijd voor twee partijen op te treden in een zaak waarin deze partijen een tegengesteld belang hebben (lid 1 onder a). Daarnaast is het niet toegestaan om tegen een cliënt of een voormalig cliënt op te treden (lid 1 onder b).

In onze praktijk kan het voorkomen dat ons kantoor twee of meer verdachten in hetzelfde onderzoek bijstaat, bijvoorbeeld een onderneming en een aantal medewerkers van dat bedrijf. Bij het aannemen van een zaak met meerdere cliënten dien te worden geïnventariseerd welke belangen een rol spelen en vervolgens moet worden getoetst of zich een situatie van tegenstrijdige belangen voordoet. In voorkomende gevallen kan het aangewezen zijn om samen te werken met een ander kantoor.

In de uitoefening van onze praktijk bieden wij een tegenwicht tegen de handhavende overheid. In die zin zal de situatie dat tegen een cliënt zou worden opgetreden zich niet gemakkelijk kunnen voordoen. Niettemin controleren wij bij het aannemen van nieuwe zaken altijd of de zaak geen conflict oplevert met de belangen van (voormalig) cliënten van kantoor. Bij de bijstand aan benadeelde partijen zou dit bijvoorbeeld kunnen spelen. In de praktijk is regel 15 ons inziens duidelijk en goed uitvoerbaar, maar vergt niettemin – zo blijkt uit de tuchtrechtspraak – ten alle tijde alertheid van de advocaat.

Contact met getuige van de wederpartij

Voor de strafrechtspraktijk is van belang dat het verbod van de oude regel 16 van de Gedragsregels 1992 is komen te vervallen. In de oude regel 16 werd nog ieder contact van een advocaat verboden met een getuige die door de wederpartij was aangezegd. In het tweede lid van die regel werd deze gedragsregel gespecificeerd voor de strafrechtspraktijk, die inhield dat de advocaat in strafzaken zich ervan zal onthouden getuigen die door het Openbaar Ministerie zijn gedagvaard of opgeroepen vooraf te horen. Naar de huidige opvattingen vormde deze regel een inbreuk op het beginsel van due process en met name equality of arms.

Duidelijkheid

De regels bieden ook duidelijkheid over zaken waarvan wij menen dat zij al duidelijk waren, maar waarvan wij beroepshalve weten dat daarover toch onduidelijkheid kan bestaan. Een voorbeeld is regel 4 (‘Openheid over meeluisteren, meekijken en opnemen’). Vandaag de dag zijn telefoons veelal geïntegreerd met het computersysteem van een kantoor. De mogelijkheid tot meeluisteren en opnemen is daarmee met een klik te realiseren. Voor de advocaat vergen deze nieuwe technische mogelijkheden een kritische blik.

Reden tot tevredenheid

Het is zeer toe te juichen dat de gedragsregels zijn herijkt en geactualiseerd. Door de beoordeling en verwerking van bij de commissie herijking binnengekomen reacties op de concept gedragsregels (2017) heeft de commissie zich ingespannen om tot gedragsregels te komen die een weergave vormen van de anno 2018 binnen de balie levende opvattingen. Dat zou op zichzelf al een reden tot tevredenheid moeten zijn.

Widad Shreki, Melis van der Wulp en Erik Witjens

Libertas Advocaten, Rotterdam

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

redactie Mr.

redactie Mr.

Recente vacatures

Recente vacatures