Twijfel over auteursrecht op Amerikaans design

De Dining Sidechair Wood, een Amerikaanse designstoel uit de jaren veertig, ontworpen door het Amerikaanse echtpaar Charles en Ray Eames, is in Nederland mogelijk auteursrechtelijk beschermd. Dat blijkt uit een arrest van de Hoge Raad van 23 september 2022 in een zaak van Vitra tegen Kwantum, waarin de Hoge Raad zijn ‘redelijke twijfel’ daarover uitspreekt en besluit vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU.

Delen:

Depositphotos

Op grond van artikel 2 lid 7 van de Berner Conventie, het belangrijkste wereldwijde auteursrechtenverdrag, hoeft toegepaste kunst (waaronder designstoelen) alleen auteursrechtelijk beschermd te worden in Nederland als deze in het land van oorsprong ook auteursrechtelijk beschermd is. Dat beginsel heet ‘materiële reciprociteit’ (wederkerigheid) en vormt een uitzondering op de hoofdregel in het auteursrecht dat buitenlanders juist dezelfde bescherming krijgen als eigen onderdanen. Die hoofdregel heet ‘assimilatie’ (gelijkstelling).

In Amerika is toegepaste kunst van oudsher niet auteursrechtelijk beschermd. De Dining Sidechair Wood is daar om verschillende redenen sowieso niet (meer) beschermd.  En op grond van die materiële reciprociteitsregel hier dus ook niet, zou je denken. Dat is ook het standpunt van Kwantum.

Vitra, de rechtsopvolger is van het ontwerpersechtpaar Eames, stelt echter dat voldoende is dat het stoelontwerp in de Verenigde Staten in beginsel beschermbaar is als werk van toegepaste kunst om hier ook beschermd te zijn. Volgens Kwantum spelen individuele omstandigheden een rol, zoals het feit dat bescherming in de Verenigde Staten ontbrak omdat niet was voldaan aan het vereiste van een copyright notice ©. Vitra abstraheert juist van dergelijke individuele omstandigheden.

Het gerechtshof Den Haag gaf Vitra in 2020 gelijk, onder andere op grond van een arrest van het Amerikaanse Supreme Court over cheerleaderpakjes uit 2017, waaruit zou volgen dat toegepaste kunst in de VS inmiddels wel vaker voor bescherming in aanmerking zou komen. Naar het recht van nu zou de stoel destijds in de VS beschermd kunnen zijn geweest, en daarom is hij hier nu nog beschermd, aldus het hof Den Haag.

De advocaat-generaal ging niet mee in deze wat hij noemt ‘semi-materiële toets’ van gerechtshof Den Haag. Volgens hem betekent reciprociteit: daar niet beschermd, hier niet beschermd. Dat volgde ook al uit het MAG/Edco- zaklampen-arrest van de Hoge Raad van 28 oktober 2011 (ov. 5.2.3). 

De Hoge Raad is echter, zonder dat de partijen of de advocaat-generaal hier iets over hebben gezegd, in twijfel geraakt door het zogenaamde RAAP-arrest uit 2020, waarin het Hof van Justitie van de EU besliste dat Amerikaanse platenproducenten hier wél een vergoedingsaanspraak hebben voor de uitzending van hun muziekopnames, terwijl iedereen ervan uitging dat dit niet zo was omdat de internationale regeling die daarover ging, ook een reciprociteitstoets toeliet. De Hoge Raad:

“Ook het auteursrecht op een werk van toegepaste kunst [vormt] een integrerend bestanddeel […] van het door art. 17 lid 2 Handvest verankerde recht op de bescherming van intellectuele eigendom. Daarvan uitgaand roept het RAAP-arrest de vraag op of het EU-recht, in het bijzonder art. 52 lid 1 Handvest, ook voor de beperking van de uitoefening van het auteursrecht op een werk van toegepaste kunst door de materiële-reciprociteitstoets van art. 2 lid 7 BC, vereist dat deze beperking bij wet wordt gesteld, wat dan inhoudt dat de rechtsgrond die de inmenging in dat recht toestaat zelf op duidelijke en nauwkeurige wijze moet bepalen in hoeverre de uitoefening van dat recht wordt beperkt. Bovendien kan uit het RAAP-arrest worden afgeleid dat het uitsluitend aan de EU-wetgever is (en niet aan de nationale wetgevers) om te bepalen of het auteursrecht op een werk van toegepaste kunst in de EU door toepassing van art. 2 lid 7 BC kan worden beperkt ten aanzien van een werk van toegepaste kunst dat afkomstig is uit een derde land waarvan de auteur geen onderdaan van een lidstaat van de EU is en, zo ja, om deze beperking op duidelijke en nauwkeurige wijze vast te leggen. De EU-wetgever heeft, bij de huidige stand van het EU-recht, niet voorzien in een dergelijke beperking van de uitoefening van het auteursrecht op een werk van toegepaste kunst. Het gevolg daarvan zou kunnen zijn dat EU-lidstaten, zolang daarin niet is voorzien, ten aanzien van werken van toegepaste kunst uit derde landen waarvan de auteur geen onderdaan is van een lidstaat van de EU, geen toepassing mogen geven aan de materiële-reciprociteitstoets van art. 2 lid 7 BC” (ov. 31.5).

Daarmee bestaat er volgens de Hoge Raad ‘redelijke twijfel’ en gaat hij hier vragen van uitleg over stellen aan het Hof van Justitie van de EU. Daarmee ligt alles weer open en is de komende jaren volstrekt onduidelijk of Amerikaans design wel of niet beschermd is in Nederland en de rest van de EU. Bij de Europese Commissie wordt intussen gewerkt aan een wettelijke ‘RAAP-fix’ die de gevolgen van dat RAAP-arrest zou kunnen terugdraaien, waarbij ook de (niet) bescherming van Amerikaans design zou kunnen worden meegenomen. Maar dat gaat ook weer jaren duren. Deze onduidelijkheid geldt inmiddels (na de Brexit) ook voor Brits design. Op 6 september 2022 oordeelde gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de Landrover Defender hier niet auteursrechtelijk beschermd is op grond van art. 2 lid 7 BC. Daarover is nu dus ‘redelijke twijfel’ en cassatieberoep onvermijdelijk. 

Voor Kwantum maakt dit arrest van de Hoge Raad in deze zaak niet veel verschil, omdat hun vrijwel identieke nabootsing van de stoel ook op grond van onrechtmatige daad (slaafse nabootsing) verboden is en blijft. Voor procedures over design is het belang van deze zaak echter niet te overschatten.

Vindplaatsen:

HR 23 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1276 (Kwantum/Vitra)

Hof Arnhem-Leeuwarden 6 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8162 (JLR/Ineos)

HvJ EU 8 september 2020, ECLI:EU:C:2020:677 (RAAP/Phonographic Performance).

Hof Den Haag 14 juli 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1218 (Vitra/Kwantum)

Rb. Den Haag 13 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:14483 (Kwantum/Vitra).

Supreme Court of the United States 22 maart 2017, 15-866 (Athletica/ Varsity Brands)

HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR3059 (MAG/Edco)

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Ook interessant:

Scroll naar boven