Opleiding

Vaardig, maar waartoe?

In het artikel “Inhoud is niet meer genoeg” van Annelieke Fenstra – Mr., nr. 6/7, 2012, pp. 45-47 – wordt een aantal communicatiedeskundigen geïnterviewd. Zij geven aan welke vaardigheden juristen moeten ontwikkelen om optimaal te functioneren; het gaat dan met name om organiseren en presenteren. Ik plaats enkele kanttekeningen bij hun observaties en voorstellen.

De opmerkingen en gedachten zijn begrijpelijk, maar het is de vraag ten koste waarvan het aanleren van deze vaardigheden moet gaan. Het is immers niet zo dat opleidingen plotseling meer tijd dan voorheen beschikbaar hebben. Extra aandacht voor vaardigheden gaat dan ten koste van inhoudelijke kennis (als er bijvoorbeeld minder literatuur dan nu verplicht wordt gesteld). Of de communicatiedeskundigen beseffen dat dit het gevolg is van hun voorstel is onduidelijk, maar hoe dan ook zal een keuze moeten worden gemaakt. Dat ze dit niet beseffen is overigens waarschijnlijk; het zou nuttig kunnen zijn om kennis te nemen van het gestaag dalen van het niveau van de taalvaardigheid onder studenten, waardoor de Universiteit Leiden zich zelfs genoodzaakt ziet om bij eerstejaars studenten een taaltoets af te nemen, het zakken waarvoor vanaf komend collegejaar betekent dat men met de opleiding moet stoppen. Elders worden soortgelijke initiatieven ontwikkeld.

Bovendien wordt de ‘verpakking’ nu wel erg dominant. Zo wordt gesteld: “Een cliënt gaat er vanuit dat de inhoudelijke kwaliteit in orde is, want daar kan hij meestal niet over oordelen. Dus zal hij altijd letten op andere factoren.” Moet dit werkelijk de maatstaf zijn? Als deze gedachtegang wordt toegepast op een soortgelijke situatie in de zorg, kan men zich afvragen of tandartsen alles op een leuke manier moeten kunnen uitleggen aan hun patiënten of veeleer deskundig een kies moeten kunnen trekken. Natuurlijk is de situatie niet zwart-wit en wordt aan communicatie aandacht besteed, maar de inhoud moet centraal staan en niet de vorm. Als de cliënt (of patiënt) te weinig expertise heeft om zelf te oordelen is er, wil men zich als professional opstellen, juist een reden te meer om niet in termen van ‘verkooptechniek’ te denken. Daarnaast: zelfs als men dat wel wil doen, zal de cliënt achteraf het inhoudelijke resultaat beoordelen en op basis daarvan nog eens van de diensten van de jurist gebruik maken en/of deze aanbevelen bij anderen.

Ook bij het volgende punt, dat overigens gerelateerd is aan het vorige, gaat het om het maken van een keuze. Er wordt gesteld: “De rechtenstudie, maar ook de beroepsopleidingen sluiten niet goed aan op de praktijk. De focus in het onderwijs ligt nog te veel op de inhoud, terwijl je functioneren juist in toenemende [mate] bepaald wordt door (persoonlijke) vaardigheden.” Het staat er echt: ‘de focus in het onderwijs ligt nog te veel op de inhoud.’ De gedachte dat de praktijksituatie bepalend zou moeten zijn kan verdedigd worden, maar – nog los van het feit dat men ook dan inhoudelijk gewoon op de hoogte moet zijn – alleen als men bereid is om de rechtenstudie te beschouwen als een HBO-studie. Daar is niets mee mis, maar beleidsbepalers die deze suggesties overnemen moeten dan wel kleur bekennen en ophouden de rechtenstudie aan de universiteit aan te bieden.

Een universitaire rechtenstudie is gericht op een wetenschappelijke scholing (in het midden latend wat de precieze wetenschappelijke status van de rechtsgeleerdheid is). Dat veel juristen studeren om advocaat of notaris te worden doet daar niets aan af. Een concessie aan de inhoud is, zo lang men de rechtenstudie academisch wil laten zijn en er in het voorbereidende stadium (het middelbaar onderwijs) al veel aandacht is verschoven van inhoud naar vaardigheden, niet gerechtvaardigd.

Jasper Doomen studeerde rechtsgeleerdheid en filosofie. Hij is als docent rechtsgeleerdheid verbonden aan de Universiteit Leiden en was daarvoor in dezelfde hoedanigheid in dienst van de Universiteit Utrecht. Ook is hij werkzaam geweest bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zijn publicaties betreffen met name onderwerpen op het gebied van het recht en de filosofie.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Webmeester

Webmeester

Reactie toevoegen

Klik hier om een reactie achter te laten

Recente vacatures

Recente vacatures