Privacyrecht

Veiligheid vs. privacy: alcohol- en drugstesten op de werkvloer

Beeld: Depositphotos

Het afnemen van alcohol- en drugstesten bij werknemers leidt al jaren tot (privacy)discussies. Bedrijven willen hun werknemers kunnen controleren om gevaarlijke situaties op de werkvloer te voorkomen. Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet zijn zij immers verplicht om voor een veilige en gezonde werkomgeving te zorgen.

Ook kunnen onveilige situaties op de werkvloer gevolgen hebben buiten de werkvloer. Wat te denken van een vrachtwagenchauffeur die dronken de weg opgaat of een medewerker van een chemisch bedrijf die onder invloed van drugs een fout maakt waardoor gevaarlijke stoffen vrijkomen? Tegelijkertijd moet de privacy van de werknemers in acht worden genomen.

De privacyregels zijn strikt: het afnemen van alcohol- en drugstesten leidt tot het verwerken van gezondheidsgegevens. Dit is verboden, tenzij de werkgever een beroep kan doen op een specifieke wettelijke uitzondering. Daarnaast moet de werkgever kunnen aantonen dat de test noodzakelijk is en passende maatregelen nemen om de inbreuk op de privacy van de werknemer te beperken, zoals het adequaat beveiligen van de testresultaten. De wettelijke uitzonderingen zijn opgenomen in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, waarbij de wetgever voor bepaalde beroepen (zoals schippers, loodsen, piloten en machinisten) heeft bepaald dat veiligheidsaspecten zwaarder wegen dan de privacybelangen van de werknemer. Regelmatig verschijnen er berichten in de media van alcohol- en drugstesten bij bedrijven die overduidelijk geen beroep op de wettelijke uitzonderingen kunnen doen. Zo publiceerde autofabrikant NedCar in zijn personeelsblad dat uit de dagelijkse (!) testen die onder het personeel worden uitgevoerd bleek dat ruim de helft van de geteste productiemedewerkers onder invloed was van verdovende middelen. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP), de privacytoezichthouder, trad niet op, maar besloot om nogmaals via een informatieblad voor werkgevers te wijzen op de regels. Daarbij wees de AP er expliciet op dat het aan de wetgever is om nieuwe uitzonderingsmogelijkheden te creëren.

Deze mogelijkheden lijken er nu daadwerkelijk te komen. Staatssecretaris Van Ark kondigde half januari aan dat zij is gestart met de voorbereiding van wetgeving om testen mogelijk te maken in de Brzo-sector (bedrijven die onder het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 vallen − kort gezegd: de chemische sector). Daarnaast zal Van Ark onderzoeken of het mogelijk is een wettelijke uitzondering te formuleren voor “andere specifieke gevallen waarin een zodanig groot veiligheidsrisico bestaat en er een zwaarwegend algemeen belang is die de mogelijkheid van een alcohol- en drugstest als sluitstuk van en aanvulling op het ADM-beleid (alcohol, drugs en medicijnen, red.) rechtvaardigen”. Rond de zomer zal Van Ark de Kamer nader informeren over de voortgang in dit dossier.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Friederike van der Jagt-Vink

Friederike van der Jagt-Vink

Friederike van der Jagt-Vink is advocaat bij Hunter Legal in Amsterdam.

Recente vacatures

Recente vacatures