In de brief zetten de Orde en de VSAN een maatregelenpakket uiteen bestaande uit zowel structurele als kortetermijninitiatieven. Inzet is een hogere instroom aan sociaal advocaten, een verminderde uitstroom van vooral jonge sociaal advocaten, en het vergroten van de opleidingscapaciteit.
De gevraagde bedragen, die optellen tot 100 miljoen over een periode van vijf jaar, moeten bovenop een structurele financiële injectie van vijftien miljoen euro per jaar komen. Die investering is sowieso al nodig om de sociale advocatuur levensvatbaar en toekomstbestendig te houden, zo betogen de VSAN en NOvA.
Kantoorvergoeding
Cruciaal onderdeel van het gepresenteerde maatregelenpakket is de langverwachte kantoorvergoeding, waarnaar al lang wordt gevraagd, maar die nog altijd niet bestaat. Zo’n vergoeding is wel broodnodig om de gewenste opleidingscapaciteit bij kantoren te kunnen realiseren. “In het huidige stelsel betekent het opleiden van advocaat-stagiairs een grote financiële investering en een financieel risico voor kantoren en patroons”, schrijven de VSAN en NOvA daarover.
“Deze risico’s vormen een barrière voor de start van een carrière als sociaal advocaat. Daarom moeten de kosten en de bijbehorende risico’s voor het opleiden van stagiairs door ervaren sociaal advocaten worden gedekt via een opleidingsvergoeding. Opleidingskantoren voor advocaat-stagiairs moeten worden opgericht en gestimuleerd, met name in de regio’s waar de urgentie het grootst is.”
Debat
De timing van de brief is allerminst toevallig. Op 1 juli vindt er in de Tweede Kamer namelijk een commissiedebat plaats de toegang tot het recht. Dan zal onder meer de financiering van de gesubsidieerde rechtsbijstand weer onderwerp van gesprek zijn. Ondanks aandacht voor dat onderwerp in de afgelopen jaren, blijft de sociale advocatuur onverminderd onder grote druk staan, constateren de NOvA en VSAN.
