Wetsvoorstel onvrijwillige seks. De oplossing?

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Op 22 mei 2019 stuurde minister Grapperhaus (JnV) een brief over nieuwe strafbaarstellingen voor onvrijwillige seks. Het huidige probleem zit hem namelijk onder andere in het verschil tussen wat maatschappelijk gezien wordt als seksueel overschrijdend gedrag en wat juridisch gezien wordt als seksueel overschrijdend gedrag.

Op grond van de huidige wetgeving is iemand strafbaar voor verkrachting als vast komt te staan dat het slachtoffer gedwongen is tot het verrichten van seksuele handelingen. Om dit te bewijzen moet uit de bewijsmiddelen blijken dat het slachtoffer zich heeft verzet en/of zich niet kon onttrekken. Simpel weg nee zeggen is hiervoor niet genoeg. Dit zorgt ervoor dat veel mannen en vrouwen die zich wel verkracht voelen, maar bijvoorbeeld uit angst tijdens de daad bevriezen en dus niet aan het juridisch vereiste voldoen, zonder alternatief zitten en de daders vrijuit gaan.

Met het nieuwe wetsvoorstel wil de minister nieuwe definities van seksuele misdrijven introduceren om deze mensen wel een alternatief te geven. Bij deze misdrijven is niet de dwang, maar het handelen tegen de wil het criterium voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid. Kortom, is iemand strafbaar indien diegene seks heeft met iemand, terwijl diegene weet (opzet) of behoort te weten (schuld) dat de ander dat niet wil.

“Seks behoort vrijwillig te zijn. Dat veronderstelt besef van een verantwoordelijkheid voor het eigen handelen en bewustzijn van het gedrag van een ander. Dat is ook het uitgangspunt van het Verdrag van Istanbul dat verplicht tot strafbaarstelling van seks zonder wederzijds goedvinden. Een “nee” is een “nee”. Als hieraan geen gehoor wordt gegeven, worden er grenzen overschreden en is sprake van strafwaardig gedrag. Hiervan is ook sprake als een “nee” niet helder wordt uitgesproken, maar de onvrijwilligheid van de ander wel uit de feiten of omstandigheden behoort te worden afgeleid.” (Grapperhaus in zijn brief aan de Tweede Kamer)

Alhoewel dit op het eerste gezicht op dé oplossing lijkt, is er ook veel kritiek op het nieuwe wetsvoorstel. Zo wordt er bijvoorbeeld maar zelden uitdrukkelijk voorafgaand aan seks besproken of de ander dat wel wil. Het ontstaat organisch. Een ander kritiekpunt is dat het wetsvoorstel misbruikgevoelig is. Zo zouden mensen uit jaloezie of wraak aangifte kunnen doen en dan zit je met een bewijsprobleem. Als de ene zegt dat hij/zij het niet wilde en ander zegt dat dit wel zo was, hoe los je dit dan op? In Nederland gaan wij ervan uit dat iedereen onschuldig is tot het tegendeel is bewezen, maar het wetsvoorstel lijkt dit beginsel om te draaien.

Persoonlijk, ondanks alle kritiek, denk ik dat dit wetsvoorstel een stap in de juiste richting is. Het beschermt slachtoffers die anders zonder alternatief zitten en we zouden eerst moeten kijken of er misbruik van gemaakt zal worden, voordat we hiervan uitgaan. In andere landen zoals Spanje en Noorwegen geldt er al een vergelijkbare wet en ook hier is het nog niet duidelijk of er misbruik van wordt gemaakt.

Vincent Edwards is vaste auteur bij Mr. Studenten.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top