Hendrik Kaptein

Zedenbederf in het OM (Liegen loont maar seks blijft verdacht)

Een officier van justitie wordt betrapt op vervalst bewijsmateriaal ten laste van een verdachte en wordt vervolgens geruisloos uit de gevarenzone bevorderd. Peter van Koppen schreef er een vlammend stuk over: een magistraat die liegend en bedriegend een verdachte achter de tralies probeert te krijgen hoort in een rechtsstaat niet thuis. Het is eerder vertoond, ook deze kwestie dateert alweer van een tijdje terug, wederom bleef en blijft het zijdens het bevoegd gezag oorverdovend stil.

(Wat is eigenlijk het verschil met de Surinaamse magistraat die dood door schuld in het verkeer niet vervolgt omdat de verdachte daarvan een familielid is? Daarvan wordt snel gezegd: tja, dat kan in een bananenrepubliek. Hoe ver zijn wij van dergelijke misstanden verwijderd?)

Of is aanpak van ambtsmisdrijven in eigen kring niet langer opportuun, nu alle aandacht in het vervolgingsapparaat wordt opgeëist door andere zedeloosheid? Naar buiten kwam dat min of meer hooggeplaatsten in het vervolgingsapparaat een heteroseksuele maar daarom niet minder fysieke relatie zouden zijn aangegaan. Dagelijkse omgang en daarmee gepaard gaande vertrouwdheid leiden vaker tot intimiteiten, ook als die op gespannen voet staan met eerdere aangegane innige verplichtingen en bijbehorende plechtige bezweringen van eeuwige trouw.

Tot zover was dus niets bijzonders aan de hand – totdat weer anderen in hetzelfde vervolgingsapparaat zich luidkeels beklaagden over hun vermeende achterstelling door en ten opzichte van vorenbedoelde en kennelijk hogere vereniging van humeuren. De twee geliefden (hier verder: ‘het stel’) zouden zichzelf stelselmatig voortrekken, ten koste van andere vervolgingsambtenaren. “Zij wél, wij niet”, was de klacht der ontrechten, over hun misplaatste achterstelling in loopbaan, aanzien, dienst- dan wel snoepreizen naar exotische landen en talloze andere emolumenten kennelijk ten nauwste verbonden met het ambt.

Een lelijke misstand? Of zelfs zodanig onrechtmatige discriminatie dat de rechtsstaat wederom werd bedreigd? Dit door de media nog verder versterkt misbaar over intimiteiten en gekwetstheden op het parket kan het doen denken. Een (of zelfs de) voormalige kwaliteitskrant kopte met de kwestie als lag de bijl weer eens aan de wortel van dit staatsapparaat. Wakkere volksvertegenwoordigers en andere verontrusten gaven kond van hun zorgen ter zake. Onze minister van Justitie voelde zich zelfs gedwongen tot inhuur van een geheel onafhankelijke instelling van onderzoek, opdat niets dan de waarheid van dit zedenbederf zal worden geopenbaard.

In de tussentijd werd tenminste in dit dossier eindelijk daadkracht gedemonstreerd. De mannelijke helft van het stel werd van verdere werkzaamheden vrijgesteld. Hij zou over zijn persoonlijke zo niet intieme verhoudingen niet de volledige waarheid hebben verteld. Voor straf mag hij nu van zijn vrije tijd genieten, mét volledig behoud van salaris.

Wat een verbijsterend verhaal. Een werkelijk zedenbederf  – bewijs vervalsende magistraten – wordt wederom volstrekt ongemoeid gelaten. Maar weinig magistratelijke frustraties over misgelopen rangen, dienstreisjes en andere emolumenten leiden tot geweldige ophef, grote maatregelen en nog meer verkwisting van publieke aandacht en geld.

(Bovendien: wat hebben persoonlijke levens, hoe weinig verheffend ook, nu werkelijk te maken met ambts- of beroepsuitoefening? Wie ten onrechte is gepasseerd moet dat toch kunnen uitleggen op grond van functie-eisen en eigen kwaliteiten? Wat hebben die te maken met de intieme levens van meerderen en andere medewerkers?)

Drijfveren van aanzien en macht zijn kennelijk sterker dan aandacht voor de eigenlijke hoofdzaak: een in de strafrechtspleging eerlijk, onpartijdig, vakkundig en ijverig te werk gaand Openbaar Ministerie, gedreven door ambtenaren doordrongen van zin en doel van hun rechtsstatelijke bedrijvigheid en de geweldige gevolgen ervan voor justitiabelen en zo veel anderen.

Zo wordt het OM een werktuig van persoonlijke ambities, voor winst in plaats van waarheid en gerechtigheid. Dit delen die valsheid in geschrifte plegende officier en haar in aanzien en voordelen gefrustreerde collega’s dan weer wél.

Hef dit OM dan gewoon op. Al langer geleden is het met kracht van argumenten bepleit. Ook nu zal het weinig weerklank vinden. Maar toch: laat advocaten het werk doen voor de staat en andere benadeelden. Misplaatste partijdigheid van het ‘magistratelijk’ OM is dan ook niet meer aan de orde. Onder toeziend oog van de rechter kunnen advocaten het gevecht tegen verdachten vol aangaan. De balie kent geen ondergeschikten en meerderen. Daarmee is de pijn van hiërarchische achterstelling en andere gekwetste ijdelheden ook verdwenen.

Zo snel zal het OM niet worden opgedoekt, hoe marginaal het tenminste moraliter ook lijkt (en hoeveel goed werk in stilte ook wordt gedaan). Toch kan het geen kwaad  om over de marginale – in de zin van toegevoegde – menselijke en maatschappelijke waarde van dit OM dieper na te denken: “Waartoe zijn (wij) vervolgende ambtenaren op deze aarde?” Laat hen in de rust en afzondering van gevangenisstraf er wat langer bij stilstaan, zodat zij er enig idee van krijgen wat zij doen als zij tegen zoveel kleinere (en grotere) boeven als die vervalsende officier opsluiting vorderen en krijgen. Zolang gemengde detentie nog niet is toegestaan kan het dan tijdelijk (?) gescheiden liefdespaar zich afvragen of zij werkelijk voor elkaar zijn gemaakt. En haal die vervalster van bewijsmateriaal wat langer uit het rechts- en verder maatschappelijk verkeer. Pech voor haar dat zij wél is betrapt, maar dat maakt haar ambtsmisdrijf er niet minder om.

Het zedenbederf is niet die buitenechtelijke seniorensex in snelweghotels, al dan niet met happy end. Laat dat liever verborgen blijven en vooral: gescheiden van de dienst. Bedenkelijker zijn de luidkeels verongelijkte ijdelheden van allerlei hoge of in eigen waarneming te lage vervolgingsambtenaren en het gehoor dat zij wél tot bij de minister weten te krijgen. Het echte zedenbederf is verlies van wezenlijke integriteit van een organisatie die criminaliteit in een rechtsstatelijke kernfunctie beloont met geruisloze bevordering – en verder al dan niet desgevraagd doet alsof zij gek is. Wie weet.

En ja, dadelijk toegegeven: weer zo’n ronkend stukje van die Kaptein, met raillerende titel. Doe er iets aan!

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Hendrik Kaptein

Hendrik Kaptein

Dr. Hendrik Kaptein is rechtsfilosoof aan de Universiteit van Leiden. Hij publiceerde onlangs bij Ars Aequi het boek ‘Kwade Zaken? De moraal van het juridisch beroep.’ Exclusief voor Mr-online houdt hij een weblog bij waarin hij zijn visie geeft op actuele onderwerpen in de wereld van het recht.

About Author

Hendrik Kaptein

Hendrik Kaptein

Dr. Hendrik Kaptein is rechtsfilosoof aan de Universiteit van Leiden. Hij publiceerde onlangs bij Ars Aequi het boek ‘Kwade Zaken? De moraal van het juridisch beroep.’ Exclusief voor Mr-online houdt hij een weblog bij waarin hij zijn visie geeft op actuele onderwerpen in de wereld van het recht.

Recente vacatures

Recente vacatures