Financieel-economisch strafrecht

Zuinig met bestuurdersaansprakelijkheid

De financieel-economische wetgeving bevat een grote hoeveelheid voorschriften die zich richten tot rechtspersonen. Indien een rechtspersoon deze wettelijke verplichtingen schendt, zal hij in de regel een economisch delict, een beboetbare overtreding en een onrechtmatige daad plegen. De rechtspersoon kan daarvoor dan strafrechtelijk worden vervolgd of bestuurlijk worden aangepakt en kan civielrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor de veroorzaakte schade.

In het strafrecht en het bestuurlijk boeterecht kunnen naast de rechtspersoon in voorkomend geval ook de bestuurders van die rechtspersoon worden bestraft. Zij kunnen aansprakelijk worden gesteld wegens feitelijk leiding geven aan de verboden gedragingen van hun rechtspersoon. De wettelijke regeling spreekt daarbij geen voorkeur uit: de strafvervolging of bestuurlijke beboeting kan zich derhalve richten op de rechtspersoon, op de bestuurder(s) of op beide(n) tezamen.

In het civiele recht geldt daarentegen wèl een duidelijke voorkeur in de aansprakelijkstelling. Zie bijvoorbeeld HR 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:246. Indien de rechtspersoon een onrechtmatige daad heeft gepleegd doordat hij zijn wettelijke verplichtingen niet is nagekomen, geldt als uitgangspunt dat alleen de rechtspersoon zelf aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Slechts onder bijzondere omstandigheden bestaat ruimte voor bestuurdersaansprakelijkheid. Aan de bestuurder moet een ernstig en persoonlijk verwijt kunnen worden gemaakt. In het bijzonder is vereist dat hij wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat schade zou optreden waarvoor de rechtspersoon geen verhaal zou bieden. Daarmee ligt de lat voor bestuurdersaansprakelijkheid in het civiele recht hoger dan in het strafrecht en het bestuurlijk boeterecht.

De Civiele Kamer van de Hoge Raad acht een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde gerechtvaardigd door de omstandigheid dat primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen.

Mij dunkt dat die argumenten evenzeer gelden voor de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke aansprakelijkheid. Het uitgangspunt dat de rechtspersoon de primaire dader is en dat slechts onder bijzondere omstandigheden aanleiding is voor bestuurdersaansprakelijkheid – omdat het bedrijfsleven niet gebaat is bij bange bestuurders – zou ook op het terrein van strafrecht en het bestuurlijk handhavingsrecht als leidraad moeten dienen.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Daan Doorenbos

Daan Doorenbos

Daan Doorenbos is partner bij Stibbe en hoogleraar ondernemingsstrafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Reactie toevoegen

Klik hier om een reactie achter te laten

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand