Advocaat wél, stichting derdengelden niet aansprakelijk voor omleiden geld

Door de bank was onder een ‘facilities agreement’ een lening verstrekt aan een groep. Een van de leningnemers, een werkmaatschappij van deze groep, G, dreef een onderneming in de kledingbranche. Tot zekerheid voor de nakoming van haar verplichtingen verpandde zij dagelijks met een verzamelpandakte haar handelsvorderingen aan de bank.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Advocaat wél, stichting derdengelden niet aansprakelijk voor omleiden geld

Zij moest daarbij haar betalingsverkeer via haar rekening bij de bank laten lopen. Nadat op de moedermaatschappij een stille bewindvoering van toepassing was verklaard, is – zoals de bestuurder van de moeder de bewindvoerder (de latere curator) liet weten – de huurovereenkomst voor een winkel van G beëindigd tegen een vergoeding van € 363.000,-. De bewindvoerder adviseerde het bedrag te laten betalen op de derdengeldrekening van zijn kantoor, die op naam staat van de stichting derdengelden (hierna: de stichting). Nadat de moeder failliet was verklaard, werd voormelde som in navolging van dit advies overgeboekt op de derdengeldenrekening, onder vermelding “inzake G B.V.”. Vervolgens failleerde ook G. Op verzoek van diezelfde curator schreef de stichting het bedrag van € 363.000,- daarna over naar de boedelrekening in het faillissement van G.

De bank hield hem aansprakelijk voor de schade als gevolg van het advies om het geldbedrag om te leiden via de derdengeldenrekening, waardoor het pandrecht van de bank tenietging. De stichting werd aangesproken nu zij deze onrechtmatige handelingen zou hebben gefaciliteerd. De bank vorderde hoofdelijke veroordeling van hen tot betaling van € 363.000,-. Het hof wees de vordering toe. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover ook de stichting werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag (ECLI:NL:HR:2020:1078). Hij liet die uitspraak in stand voor zover het hof de advocaat (pro se) tegenover de bank aansprakelijk achtte wegens schending van een zorgvuldigheidsnorm, met name – maar niet alleen – gelegen in een schending van art. 6 lid 4 van de Verordening.

Met de onrechtmatige daad van de advocaat is aansprakelijkheid van de stichting echter nog niet gegeven. Uit hoofde van de beroepsregels zijn advocaten gehouden om voor ontvangst van derdengelden gebruik te maken van een stichting derdengelden. Deze verplichting is terug te voeren op het Slis-Stroom-arrest (HR 3 februari 1984, ECLI:NL:HR:1984:AG4750). Derdengelden staan in verband met een door een advocaat verleende dienst en zijn niet bestemd voor de advocaat, maar voor een cliënt of een derde. Met betaling aan de derdengeldenrekening wordt een vermogensrechtelijke bescherming van derdengelden tegen verhaalsaanspraken van crediteuren van de advocaat beoogd.

Daarnaast is het de bedoeling oneigenlijk gebruik van de stichting derdengelden te voorkomen door hierop gelden te ‘parkeren’, ofschoon die daar niet thuishoren. Deze regels zijn gericht tot de advocaat en niet tot de stichting. Weliswaar moeten de statuten van de stichting ingevolge de beroepsregels voor haar de verplichting inhouden bij haar werkzaamheden de beroepsregels voor de advocaat te respecteren, maar daarmee is de stichting nog niet gehouden actief te onderzoeken of op haar bankrekening gestorte bedragen daadwerkelijk als derdengelden kwalificeren. De stichting mag hier in beginsel van uitgaan. Dat is slechts anders indien zij in de gegeven omstandigheden, bijvoorbeeld door de betalingsomschrijving, daaraan redelijkerwijs moet twijfelen, zo maakte de Hoge Raad uit. Naar de Hoge Raad hieraan toevoegde, kan een vordering tot schadevergoeding jegens een stichting derdengelden niet verhaald worden op het saldo van de derdengeldrekening. Het vorderingsrecht op dit saldo behoort toe aan de gezamenlijke rechthebbenden, waarbij het aandeel van iedere rechthebbende wordt berekend naar evenredigheid van het te zijnen behoeve op de rekening gestorte bedrag. De stichting wordt niet met de advocaat vereenzelvigd. Zijn onrechtmatig handelen wordt ook niet (zonder meer) aan de stichting toegerekend. Zij staat (formeel) los van de advocaat. Het stichtingsbestuur heeft bovendien niet altijd weet van de achtergrond van een betaling op de derdengeldenrekening. De bij de betaling betrokken advocaat hoeft ook niet per se zitting te hebben in het bestuur van de stichting derdengelden. Het optreden van de stichting moet dan ook op zichzelf worden beschouwd.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl