Ondernemingsrecht

Agendering bij NV en BV

De aandeelhouder of certificaathouder met minimaal drie procent van het geplaatste kapitaal van een NV kan het bestuur dwingen een punt op de agenda van de algemene vergadering van aandeelhouders (ava) te plaatsen (art. 2:114a BW). Indien het agendapunt echter behoort tot het bestuursterrein kan het bestuur weigeren het ter stemming te brengen, ook al gaat het dan slechts om een aanbeveling. Aldus de Hoge Raad in zijn arrest van 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:652, inzake Boskalis/Fugro.

Boskalis hield destijds 28 procent van de certificaten Fugro, die aan Euronext staan genoteerd. Zij wenste de ontmanteling van een door Fugro op Antilliaans dochterniveau opgeworpen beschermingsconstructie en probeerde dit ter stemming te krijgen op de ava. Het bestuur wilde het punt wel bespreken, maar niet in stemming brengen. De voorzieningenrechter en in hoger beroep het hof weigerden het Fugro-bestuur te gebieden dit alsnog te doen. Het arrest van het hof blijft in cassatie in stand. Van een onderscheid tussen externe (markt)strategie en interne corporate governance wil de Hoge Raad in dit verband niet weten (r.o. 3.3.6). Ook de Europese Aandeelhoudersrichtlijn (2007/36/EG) noopt niet tot een ander standpunt (r.o. 3.3.8). De Hoge Raad volgt daarmee de advocaat-generaal. Deze stelde in zijn conclusie (ECLI:NL:PHR:2018:14) dat de ‘metamorfose’ van het agenderingsrecht in een afdwingbaar consultatierecht van de ava over alle bestuursaangelegenheden in strijd zou zijn met het beginsel van bestuursautonomie (conclusie nr. 4.54).

Ik vraag mij af of deze stellige uitspraak ook zou moeten gelden voor de (niet-beursgenoteerde) besloten vennootschap. Stel dat de statuten van een BV een concreet instructierecht van de ava bevatten ex art. 2:239 lid 4 BW. Is het dan niet juist passend dat het bestuur een agendapunt van een (in dit geval 1%-)aandeelhouder ter stemming opvoert op de agenda, ook al behoort het in beginsel tot het bestuursterrein? Curieus genoeg heeft het bestuur van een BV echter meer ruimte om een agendapunt af te wijzen dan dat van een NV. Ongeacht de aard van het onderwerp kan het BV-bestuur immers menen dat een “zwaarwichtig belang van de vennootschap” zich sowieso tegen opname op de agenda van de ava verzet (art. 2:224a BW). Het NV- en BV-recht wijkt steeds meer – en niet altijd even begrijpelijk − uiteen.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Steef Bartman

Steef Bartman

Steef Bartman is advocaat bij Bartman Company Law, hoogleraar ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden en hoofdredacteur van het tijdschrift European Company Law

Recente vacatures

Recente vacatures
CODA – Gelderland Grensland (Rectangle)