Emma van der Vos

Amsterdamse eend in de Leidse bijt, Doceren in Leiden III

Het viel mij al meerdere keren op dat ik de minst net-geklede persoon was in mijn werkgroep aan de rechtenfaculteit in Leiden. Dat was wellicht niet helemaal de bedoeling aangezien ik de docent was. Toch had ik mijn kledingstijl echt wel aangepast na mijn overstap van de UvA naar de Leidse Universiteit. Dat moest ook wel. Ik had – achteraf bezien – een  kledingstijl in mijn studententijd die op zijn aardigst gezegd als ongepast voor werk kan worden gekwalificeerd. Iets wat op de UvA niet problematisch werd bevonden maar sterker nog werd toegejuicht. Toen ik ging werken heb ik met een klein beetje weemoed mijn kledingkast vol afgeragde spijkerbroeken met gaten, hotpants en minirokjes, doorschijnende kanten shirts en jasjes met spikes en studs moeten inwisselen voor een versie met een nettere inhoud. Een aantal items die op het randje waren bewaarde ik achterin mijn kast. Voortaan probeerde ik zo goed en kwaad als het ging casual-chique in plaats van bohemian crazy door het leven te gaan. Volgens velen was dit in alle opzichten een verbetering.

Ondanks mijn bewust doorgevoerde verandering kostte het me nog moeite om in de streng-Leidse mal te passen. De Leidse omgeving was daadwerkelijk anders qua kleding dan de UvA. De typische UvA-knot bovenop het haar was nergens te bekennen. Ook geen baarden, geen piercings in het gezicht, geen knalblauw haar. Geen studenten die behoorden tot de groep Leather Party en rondliepen met groteske stukken leer op hun lichaam geplakt.

Leiden was anders. Iedereen zag er beschaafd uit. Ik werd door de studentassistent van onze vakgroep gecorrigeerd op het dragen van een (in mijn ogen best modieuze) muts in de faculteit. “Ben je weer ziek Emma,” riep hij als ik eraan kwam. Mijn promotor grinnikte. Ik deed dan half-geïrriteerd-half-geamuseerd met een dramatisch gebaar mijn muts af. Toen ik daadwerkelijk niet zo lekker was en in de winter besloot in een grote UvA-hoodie met capuchon naar de Leidse rechtenfaculteit te komen (achteraf wellicht één van mijn minder goede ideeën), merkte hij venijnig op dat ik echt bij de verkeerde halte was uitgestapt vandaag.

“Op de UvA mocht ik tenminste dragen wat ik wilde!” riep ik geïrriteerd.
“Ja, maar we zijn hier in Leiden”, viel mijn hoogleraar hem bij.

Ik heb niets tegen nette kleding. Wel iets tegen niet lekker zittende colbertjes, pakken en hoge hakken. Ik heb mijn eerste jaar op de Zuidas geen hakken gedragen.  Aan mezelf twijfelend of dit nu uit een principieel feministisch standpunt voortkwam of omdat ik er simpelweg niet op kon lopen. Maar net als zo vaak met de idealen van beginnende Zuidassers, de principes vervagen met de jaren en nu ben ik zelfs fan van schoenen met een (niet al te pijnlijke) hak.

Tot mijn verbazing gaat de Leidse student naar mijn werkgroep alsof ze net op sollicitatie zijn geweest. De gemiddelde vrouwelijke student heeft pareloorbellen, haar naar achter in een clip en een colbertje in plaats van een vest. De mannelijke student is gladgeschoren, heeft een kraagje en gel in zijn haar. Ze zijn geregeld netter gekleed dan mijn collega’s op de Zuidas – al weet ik niet zeker over wie dat meer zegt.

Op een dag kon ik mij echt niet meer inhouden. “Jullie kunnen nog je hele leven in zakelijke kleding rondlopen”, riep ik in een pauze tegen studenten die waren komen kletsen. “Draag wat je wil! Draag iets wat lekker zit! Wees vrij!”

De studenten keken me aan alsof ik net had voorgesteld om collectief bh’s te verbranden op het Rapenburg.

Terugkijkend moet ik toegeven dat ik me teveel had laten leiden door nostalgische ideeën over mijn studententijd. Ik projecteerde mijn eigen gemis op deze studenten. En erger nog, niet zij maar ík was degene die niet goed tegen variatie kon. Kennelijk had ik hun kledingstijl bestempeld als onvrij en ging ik er zomaar vanuit dat zij niet droegen wat ze wilden dragen. Een grote denkfout.

De week erna ontmoette ik voor het eerst een studente aan de rechtenfaculteit Leiden met felblauw haar. Ik voelde een mengeling van trots en nieuwsgierigheid. Ze vertelde me dat ze dagelijks de vraag kreeg van medestudenten of ze van plan was haar haar te verven bij een sollicitatie. Ze antwoordde dat ze zolang ze student is, daar niet over wilde nadenken.

Het toeval wil dat we dezelfde achternaam droegen.

 

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Emma van der Vos

Emma van der Vos

Emma van der Vos is promovenda en docent aan de Universiteit Leiden. Daarnaast werkt zij als research associate bij een groot Zuidaskantoor. Zij schrijft over haar ervaringen, oprispingen en het contrast tussen de academische en de commerciële wereld.

Recente vacatures

Recente vacatures