‘Cassatieberoepen door de Hoge Raad te vaak ongemotiveerd verworpen’

Sjef van Swaaij, taalpurist, bluesgitarist, liefhebber van trappist maar bovenal: civilist en cassatiespecialist, leidt het grootste civiele cassatiekantoor van buiten de Randstad. In het nieuwe nummer van Mr. zegt hij dat de processtukken van advocaten echt beter kunnen en dat de Hoge Raad niet zo vaak klachten over een gerechtshof ongemotiveerd moet verwerpen.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
MR2204_ART1_7321 Sjef van Swaaij_FOTOchantalariens_OPENING-0cfb702e
foto: Chantal Ariëns

Nee, laat je niet misleiden door de foto’s op zijn website. Voor een advocatenkantoor staan er wel erg veel foto’s op van de kantoorbaas, met heel vaak een glas trappist triomfantelijk voor zich uit houdend. En foto’s achter het schaakbord. Foto’s waarop hij gitaar speelt. Van wandelingen, tijdens de lunch met collega’s of in de buitengebieden van Nijmegen. Pardon: Noviomagus. Sjef van Swaaij − over hem hebben we het hier − houdt erg van de Nederlandse taal, maar een uitzondering maakt hij voor de stad waar hij werkt. Hij kent zijn klassieken.

Wat de foto’s laten zien: een bourgondisch leven, speels, relativerend. Misschien is dat wel hét recept om leiding te geven aan het grootste civiele cassatiekantoor buiten de Randstad, met twee advocaten bij de Hoge Raad, en waar alle vier advocaten fulltime civiele cassaties doen. Niet gek voor een jongen wiens wortels liggen in het Gelderse Zevenaar maar opgroeide in Salland, ver weg van de Zuidas, ver weg van rechtenfaculteiten en ver weg van de gerechten, en die uit een familie komt waar niemand jurist is.

Algemene praktijk

In feite, zegt Van Swaaij, voert hij als cassatieadvocaat een algemene praktijk. Civiele cassaties gaan over Boek 1 (personen- en familierecht) tot en met boek 10 (internationaal privaatrecht) van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Faillissementswet en andere wetgeving. Alles komt voorbij, ondernemingsrecht, insolventierecht, erfrecht, huurrecht, arbeidsrecht en alle procesrechtelijke aspecten daarvan. Juist dat brede, zegt Van Swaaij, maakt zijn praktijk zo aantrekkelijk, samen met het wetenschappelijke karakter ervan.

Cassatieadvies

Zo’n tien keer per maand krijgt Van Swaaij een verzoek van een andere advocaat: kijk eens mee met dit stuk. En dat zijn niet alleen processtukken die bedoeld zijn voor een hof, ook in eerste aanleg geven hij en zijn team advies. Naast consultancy is het kantoor druk met cassatieadviezen, al gauw zo’n tien à vijftien keer per maand adviseert hij een advocaat om wel of niet cassatieberoep in te stellen. En dan denkt Van Swaaij met enige regelmaat: was maar éérder bij ons gekomen, dan was het vast een positief cassatieadvies geweest of was de slagingskans hoger geweest.

Maak het rechter makkelijk

Als bij een hof iets niet goed is gesteld, is een cassatieklacht op dat punt vaak niet zinvol. Volgens Van Swaaij kunnen advocaten bij het opstellen van hun processtukken beter de structuur van het recht volgen. Het doel is altijd: overtuig een onbevangen en onbevooroordeelde lezer – de rechter. “Processtukken worden niet altijd geschreven vanuit het perspectief om die lezer te overreden. Menig processtuk wordt geschreven alsof de rechter allerlei zaken al weet, terwijl dat niet zo is. Schrijf je stuk zo dat je de lezer van meet af aan meekrijgt. Je moet het de rechter zo makkelijk mogelijk maken.”

Sommigen beseffen, stelt Van Swaaij, onvoldoende dat ze als taak hebben de rechter te overreden zodat hij hun cliënten in het gelijk stelt. “De rechter moet de zaak makkelijk kunnen volgen. Advocaten zouden zich beter moeten verplaatsen in iemand die de voorgeschiedenis niet kent. Advocaten kennen de voorgeschiedenis wel, ze hebben hun cliënt al een aantal keren gesproken. Dan verliezen ze wel eens uit het oog dat de rechter de zaak niet kent.”

Schrijfvaardigheid

Het werk van advocaten is echter niet alleen argumentatietechniek; het gaat ook om schrijfvaardigheid. Belangrijke tip: werk met tussenkopjes. “Stel: iemand eist een veroordeling tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad. Structureer je verhaal met kopjes die aansluiten op de structuur van het recht. Eerst de feiten, waarom is dat onrechtmatig? Waarom is er een causaal verband tussen de daad en de schade? Relativiteit? Toerekenbaarheid? Doe je dat niet, dan vraag je veel van een rechter. Die doet veel zaken, dus moet je het hem zo makkelijk mogelijk maken. Dat is een van mijn stokpaardjes. Je moet je processtuk zo schrijven dat de rechter jouw cliënt alleen nog maar gelijk hoeft te geven. Moet de rechter zelf gaan uitvogelen en puzzelen, dan wordt je stuk minder overtuigend. De rechter moet zeker niet geïrriteerd raken door een rommelig stuk. Niet dat je zo je zaak verliest, maar het werkt in ieder geval niet mee. Het is niet goed als de rechter zelf de zaken op een rijtje moet zetten. Het streven moet zijn: een strak processtuk, de feiten chronologisch, ook met kopjes.”

Postbusadvocaat

Het is nu tien jaar geleden dat de civiele cassatiepraktijk werd geprofessionaliseerd. Er is een landelijke cassatiebalie gekomen: advocaten mogen alleen bij de Hoge Raad procederen als ze voldoen aan strikte opleidingseisen en driejaarlijks voldoende ‘vlieguren’ halen. In die tien jaar is de kwaliteit van de civiele cassatiebalie ook gestegen, vindt Van Swaaij: slechte cassatiemiddelen, die voor die tijd nog vaak voorkwamen, zie je nu eigenlijk niet meer. “Haagse advocaten leenden zich er toen voor om postbusadvocaat te zijn voor een advocaat te lande die zelf zijn cassatiemiddelen had opgesteld. Maar eigenlijk geen idee had hoe dat moest.” Dat blijkt volgens Van Swaaij ook uit het feit dat artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie nauwelijks meer wordt toegepast. Dat artikel biedt de Hoge Raad de mogelijkheid om bepaalde zaken via een snellere procedure af te doen door deze niet-ontvankelijk te verklaren. Maar de cassatiebalie filtert nu zelf nagenoeg alle kansloze zaken eruit. Dat bespaart de Hoge Raad en het parket veel werk.

Breed gedragen ergernis

Werkt ‘80a’ prettig, dat wordt niet gezegd van het volgende artikel. Zo’n driekwart van de cassatieberoepen in civiele zaken wordt ongemotiveerd verworpen. Daarvoor maakt de Hoge Raad gebruik van artikel 81 RO. Het is een breed gedragen ergernis, zegt Van Swaaij – nadrukkelijk sprekend op persoonlijke titel – dat allerlei reële klachten over hoe een hof het heeft gedaan, door de Hoge Raad ongemotiveerd worden verworpen. “Dat heeft vast te maken met de werkdruk en het scheelt best tijd als je niet iedere uitspraak inhoudelijk moet verwerpen. Maar dit artikel heeft een te hoge vlucht genomen. Ook gaat er een signaal van uit naar de hoven: als zij zien dat er een niet goed functionerende waakhond is – de Hoge Raad die niet kritisch genoeg kijkt – dan krijgen zij de neiging om zich er makkelijker vanaf te maken. Ik kan die stelling niet hard maken, maar zij is op zijn minst genomen plausibel. Justitiabelen worden er de dupe van als een gerechtshof kort door de bocht gaat. Voor het vertrouwen in het rechterlijk apparaat moeten justitiabelen het gevoel hebben dat hoven er niet zo maar mee weg komen. Artikel 81 RO toepassen is prima, maar er wordt te veel gebruik van gemaakt.”

Meer raadsheren

Van Swaaij constateert dat de Hoge Raad kennelijk liever aan de slag gaat met prejudiciële vragen. “Dat is een vrij nieuwe ontwikkeling. Aan die vragen wordt veel aandacht aan besteed, ook in zaken waarvan ik denk: is dat nodig, had dat niet korter gekund? De antwoorden op die vragen zijn wel tot in de puntjes verzorgd, maar de capaciteit die dit vergt had de Hoge Raad ook kunnen gebruiken voor cassatiezaken. Ik zie wat overkill. Het zou in ieder geval goed zijn als de capaciteit bij de Hoge Raad wordt uitgebreid: meer raadsheren.”

Lees hier het hele interview met Sjef van Swaaij.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Wageningen University & Research zoekt een

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top