Achteraf betalen valt onder het toezicht
De grootste verschuiving zit in de reikwijdte. Aanbieders van uitgestelde betaaldiensten (buy now, pay later), uitgestelde debetkaarten en huur- of leaseovereenkomsten met koopoptie moeten beoordelen of zij een vergunning nodig hebben op grond van artikel 2:60 Wft. Bemiddelaars hebben in de regel een vergunning nodig (artikel 2:80 Wft). Grote ondernemingen die BNPL als nevenactiviteit bemiddelen, zijn vrijgesteld als zij bij de AFM geregistreerd staan.
De Kamer nam daarnaast moties aan over het monitoren van betalingsproblemen en over een verplichte waarschuwingstekst bij het afrekenen met achteraf betalen. Ook wordt de regering gevraagd zich in Europa in te zetten voor strengere regels, mogelijk met een verbod op BNPL in fysieke winkels en een minimumleeftijd.
Kredietwaardigheidstoets: geen onderscheid meer tussen producten
Artikel 4:34 Wft maakt geen onderscheid tussen kredietvormen. Bij elke kredietaanvraag moet de kredietwaardigheid worden beoordeeld, of het nu gaat om BNPL, een creditcard of een doorlopend krediet. De drempel voor de beperkte toets blijft €100; een motie om die naar €150 te verhogen werd verworpen.
Veel kredietverstrekkers toetsen aan de Leennormen van de VFN, die de AFM als ondergrens onderschrijft. Die normen worden herzien. Een aangenomen motie vraagt verder om de verificatieplicht van artikel 113 BGfo risicogericht in te richten. Tot die aanpassing er is, geldt de huidige tekst.
Doorlopend krediet: actualisatie in plaats van jaarlijkse toets
Voor doorlopend krediet, zoals de creditcard, vervalt de verplichte jaarlijkse krediettoets. Daarvoor komt een actualisatiebeleid in de plaats: opnieuw toetsen is alleen nodig bij signalen, zoals een gewijzigde financiële situatie van de klant.
Wat betekent dit voor de consument?
Wie een persoonlijke lening wil afsluiten, merkt weinig verschil. Die producten vielen al onder de Wft, met een kredietwaardigheidstoets, een BKR-registratie en het jaarlijks kostenpercentage als vergelijkingsmaatstaf. Het verschil zit vooral bij kleine, snelle kredietvormen die tot nu toe buiten het toezicht bleven. Daardoor kunnen achteraf-betaalverplichtingen eerder zichtbaar worden bij een kredietaanvraag, wat voor schuldhulpverleners en bewindvoerders het overzicht kan vergroten.
Overgangsfase
De AFM neemt vergunningaanvragen al in behandeling, voor rekening en risico van de aanvrager. Naar verwachting treedt de AFM in het eerste halfjaar na inwerkingtreding coulant op bij de naleving van de nieuwe regels. Voor wie klanten adviseert, is dat het moment om contracten, toetsingsbeleid en informatieverstrekking te herzien.
Kort samengevat
- Achteraf betalen en lease met koopoptie vallen onder het kredietregime; aanbieders en bemiddelaars moeten hun vergunningpositie bepalen.
- Elke kredietaanvraag vraagt een kredietwaardigheidstoets; de drempel voor de beperkte toets blijft €100.
- De jaarlijkse toets bij doorlopend krediet maakt plaats voor actualisatiebeleid.
- Inwerkingtreding volgt na publicatie, niet vóór 17 december 2026.
Bron: Loyens en Loeff, ‘Status CCD II: vergunningaanvraag en proportionele kredietwaardigheidstoetsing’, 12 oktober 2026. Stand van zaken per 20 oktober 2026.
