Emma van der Vos

Congresverleiders

Hier keek ik naar uit. Mijn eerste congres mét overnachting in een vijfsterrenhotel. Ik had mijn promotor gesmeekt te mogen gaan: “Dan kan ik eindelijk eens mensen van mijn leeftijd van andere universiteiten beter leren kennen!” Hij was gevoelig voor dat argument omdat ik in Leiden weinig sociale aanspraak had. Hij drukte mij op het hart op te passen voor de congresverleiders. “Ik hou armlengte afstand!”, zei ik zo overtuigend mogelijk, alhoewel ik wist dat dat nog wel eens een moeilijke uitdaging zou kunnen worden. Hij knikte desondanks gerustgesteld. Zelf ging hij ook weleens naar een meerdaags congres, maar vertrok altijd voordat het diner langzaam transformeerde in een voetjes van de vloer met DJ Joey.

“Je kan altijd nog een stoel voor je deur zetten”, gaf een vrouwelijke collega als tip. Het klonk wat overdreven. Ik trok een zakelijke outfit aan (niet kortgerokt en niet met ‘deco’ – voor de zekerheid). Ik reed met een advocaat mee van het Zuidaskantoor waar ik werk. We waren laat aangekomen met zijn privéchauffeur omdat hij liever niet voor de deur uitstapte (“Wat zullen mensen wel niet denken als we met zo’n bak komen aanzetten”).

Aangekomen in het vijfsterrenhotel snel naar mijn kamer. In tegenstelling tot wat ik had verwacht (en gehoopt), had ik een kamer die leek op de bezemkast uit Harry Potter. Het was er bedompt, klein en stoffig. Eentje van voor de renovatie, dacht ik zo.

De deur van de congreszaal was al dicht – de bijeenkomst was al begonnen. Naar binnen glippen was geen optie, zag ik al snel. Na het openen van de deur – wat opvallend veel lawaai maakte – keek ik recht in de gezichten van ongeveer iedereen, inclusief spreker, tevens het departementshoofd te Leiden. Rood aangelopen schuifelde ik naar de eerste beste plaats die vrij was. Ik voelde de ogen van mijn buurman op mij gericht. Na tien minuten waren mijn stressvlekken verdwenen en durfde ik op te kijken. “Leo”, zei hij. Hij gaf mij een hand. Hij knikte mij vriendelijk toe: “Ik was ook later”, fluisterde hij. “Heb jij ook zo’n kleine kamer?”, vroeg ik maar. “Nee, heb echt een mansion, heel erg chill, waar zit jij dan?” “Kamer 421”, zei ik.

Op de sprekerslijst stonden alleen maar namen van belangrijke mannen – belangrijke vrouwen stonden op het programma op zaterdagochtend. Ik maakte verwoed aantekeningen om erbij te blijven. Leo zat op zijn telefoon iets aandachtig te lezen, zo leek het. In de pauze zetten we ons gesprek voort. “Jij bent Emma van der Vos toch? Van dat artikel over die transitievergoeding en leeftijdsdiscriminatie?” Ik keek hem met open mond aan: “Heb jij dat artikel gelezen dan? Ik dacht dat nooit iemand mijn stukken las!” “Jazeker”, zei hij. “Ik vond het razend goed! Ik heb naar je verwezen en ik heb het zelfs voorgeschreven in het mastervak dat ik geef! Je ontvangt nog een e-mail over de royalty’s!”

Ik was stomverbaasd en, ja, toch wel trots. Iemand had daadwerkelijk mijn artikel gelezen en vond het goed. Ik zou eraan verdienen! Leo liet mij daarna foto’s zien van zijn kinderen en vrouw. Zijn jongste kind was nog niet eens een half jaar oud. Ze zagen eruit als een perfect gelukkig gezin.

Later op de avond had ik allerlei nieuwe vrienden gemaakt. Leuke en slimme PhD’s van allerlei universiteiten. Op de dansvloer moest je inderdaad wat oppassen voor een aantal té dronken té happige mannen, maar er waren eveneens vrouwen die daar dankbaar gebruik van maakten. Door handige ontwijkdansmoves toe te passen kwam ik er makkelijk onderuit. Het werd een sport om de oude dronken man te omzeilen die iedereen in zijn buurt naar zich toetrok om vervolgens wild de tango te dansen. Ook gevaarlijk was een – inmiddels ex – hoogleraar die met groteske bewegingen een moderne variant van breakdancen uitvoerde, waarbij hij op het hoogtepunt gromde in het gezicht van een omstander. Een handige duik onderlangs, een bodyroll naar voren en, als niets werkte, een moonwalk naar achter.

Leo kwam naast mij staan op de dansvloer. Dit keer sloeg hij duidelijk aangeschoten een arm om mijn schouder. “Niet doorvertellen hoor, maar ik wil een kantoor beginnen en jij moet bij mij komen werken!” zei hij enthousiast. Ik bedankte hem gevleid. “Denk erover na, in ieder geval!” Hij drukte mij nog steviger tegen zich aan. Zijn arm was inmiddels afgegleden naar mijn middel en zocht een weg verder naar beneden. “Sorry, ik moet even buiten roken!”, piepte ik.

Verdwaasd stond ik buiten en voegde me bij de rokers. Anne en Sarah stonden me grijzend op te wachten. “Ohhh… Is hij weer bezig?” vroeg Sarah. “Huh?”, vroeg ik niet begrijpend. “Leo”, zei Anne en ze wisselden een blik uit. “Hij zei dat hij mijn artikel goed vond en zelfs in de master heeft voorgeschreven!” Annemarie barstte in lachen uit: “Beetje gek als ik gister nog de masterbundel met artikelen heb samengesteld voor hem in mijn functie als studentassistent. Ik weet zeker dat die van jou er niet tussen zit!”

Leo gaf het niet zomaar op. Op het eind van de avond kreeg ik een appje van een onbekend nummer: “Hey schatje, Leo hier, kom je naar kamer 340? Kan je mijn mansion bewonderen.” Ik voelde een lichte irritatie opkomen. “Nee, geen interesse, sorry. Ik ga niet met bezette mannen”, appte ik terug. “Samen slapen kan toch wel?” En later: “Ach toe nou, jij zit in kamer 421 toch?”

Even later ging ik slapen. Alleen. Mét stoel voor de deur.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Emma van der Vos

Emma van der Vos

Emma van der Vos is promovenda en docent aan de Universiteit Leiden. Daarnaast werkt zij als research associate bij een groot Zuidaskantoor. Zij schrijft over haar ervaringen, oprispingen en het contrast tussen de academische en de commerciële wereld.

Recente vacatures

Recente vacatures